07-06-10

Heiligenleven : Heilige Wladimir van Kiev

 

Heiligenleven

Heilige Wladimir van Kiev

Wladimir2 van Kiev

De heilige Wladimir, kleinzoon van de christenprinces Olga, kwam in 980 op de Russische troon. Hij was een heidense barbaar en had twee christenen ter dood gebracht omdat de ene geweigerd had zijn zoon te laten offeren aan de god van de donder.

Omdat hij nu aan de macht was werd hij bezocht door gezantschappen van oost en west, die duidelijk lieten blijken dat de russen barbaars en achterlijk waren door hun armelijke levenswijze en hun afgodendienst. Mohammedanen, Katholieken, Joden en Grieken schilderden de voordelen van hun eigen godsdienst en spraken elkaar tegen. In 986 legde Wladimir de kwestie voor aan zijn raad van edelen. Zij zeiden dat het nogal vanzelfsprekend was dat iemand niets slechts vertelde van zijn eigen godsdienst  en dat er op deze wijze geen conclusie mogelijk was. Het beste zou zijn een delegatie te zenden naar de verschillende landen om de zaken met eigen ogen te bezien.

Dit plan werd ten uitvoer gebracht. De tocht naar het westen leverde niet veel op, maar hegeel anders was het verslag dat ze uitbrachten over Constantiniopel. Deze stad had het toppunt bereikt van haar ontplooiing en in heel de belkende wereld bestond er geen bouwwerk dan de door Konstantijn gebouwde grote Kerk, de Agia Sofia, kon evenaren. Zelfs nu in zijn ontluisterde toestand maakt het gebouw een onvergetelijke indruk, hoe moet het zijn geweest toen alles nog getooid was met de stralende rijkdom van de mozaïken ?

De Russen werden erheen gebracht tijdens een van de grote feesten. En zij zagen de processies die door heel de kerk trokken, de patriarch in zijn plechtige gewaden met de stoet van priesters, diakens, wierokers en toortsdragers, de zonnebanen die zich vanuit de koepel scherp aftekenden in de wierookwolken door heel de ruimte, en zij hoorden de jubelende zang van de beste koren van het rijk. Heel het gebouw was gevuld met een deinende menigte die op de knieën viel en de gewaden van de celebranten trachtte aan te raken onder het roepen van Kyrie eleison, Kyrie eleyson...

Het was of de engelenstoet uit de Cherubijnenhymne voor ogen zichtbaar verschenen was.

En teruggekomen bij Wladimir spraken ze de zoveel geciteerde woorden : " We wisten niet of we niet in de hemel waren : werkelijk, het is onmogelijk op aarde iets schoners te vinden. We kunnen niet beschrijven wat we gezien hebben. We kunnen alleen maar geloven dat God daar aanwezig is op onvergelijkelijk grootsere wijze dan in alle andere godsdiensten. Het is onmogelijk het te vergeten : wie eenmaal werkelijk zoetheid geproefd heeft kan het bittere niet meer waarderen; we kunnen niet langer in het heidendom blijven". En zij voegden eraan toe : " Als de godsdienst der Grieken niet goed was, dan zou uw grootmoeder Olga, de wijste der vrouwen, die toch niet omhelsd hebben ?". Dit argument nam de laatste bezwaren van Wladimir weg en hij gaf alleen maar als antwoord : "Waar zullen wij gedoopt worden ?".

Toen kwam in zijn hoogmoedige geest de gedachte op het christendom niet te ontvangen maar het te veroveren. Hij verzamelde zijn legers en ging scheep naar Chersonesos in Tauris, dat hij belegerde ; en hij deed de gelofte de Doop te ontvangen wanneer de stad in zijn handen viel. Door het afsluiten van de verschillende aquaducten die de stad van water voorzagen, wist hij inderdaad de overgave af te dwingen.

Maar weer stelde Wladimir de doop uit. Hij zond een boodschap naar keizer Basilios om de hand van diens zuster Anna te vragen, met de belofte van zijn bekering en de de bedreiging dat hij anders Constantinopel zou aanvallen. De keizer was niet in een positie om te weigeren door de verzwakte toestand van het Rijk, en zoals hij zijn zuster Theofano aan de duitse keizer Otto had gegeven, zo werd Anna overgehaald zich op te offeren tot welzijn van het rijk en met die barbaarse prins in het huwelijk te treden.

Zij ging dus scheep met een heel gevolg van geestelijken, en bij haar komst werd de doopplechtigheid gearrangeerd. Wladimir had in die tijd een heftige oogontsteking zodat hij nauwelijks meer iets kon zien. Maar op het ogenblik dat de bisschop hem de hand oplegde voor de myronzalving na de doop, kwam de pijn tot bedaren en hij herwon het gezicht. En vol vreugde riep hij uit : "Nu heb ik de ware God gezien !"

Na zijn terugkeer in zijn eigen stad Kiev liet Wladimir zijn twaalf zonen dopen en begon het heidendom aan te vallen. Het grote houten afgodsbeeld van de dondergod Perun liet hij omverhalen, achter paarden aanslepen terwijl het onophoudelijk met zwepen geslagen werd, en tenslotte in de Dnjepr werpen, waar het roemloos door de stroom werd meegesleept. Dit moest al grote indruk maken op het volk.

Toen beval hij dat allen zich moesten voorbereiden op de doop. "Wie morgenochtend niet aanwezig is bij de rivier, rijk of arm, gering of machtig, die zal ik beschouwen en behandelen als mijn vijand", zo luidde het bevel. En zo stond dan de hele bevolking in het water, zonder te weten waar het eigenlijk om ging.

Sommigen sto,nden erin tot aan hun hals of iets minder diep, met hun kleine kinderen op de armen. De priesters stonden op de oever en lazen de doopgebeden, waarbij zij hele groepen samenvatten onder eenzelfde naam. Wladimir stond erbij, stralend van vreugde, en bad met geweldige stem : " Grote God Die hemel en aarde hebt gemaakt, zie neer op Uw nieuwe volk. Verleen hen om U te kennen, de ware God, zoals Gij Uzelf hebt doen kennen in alle christenlanden; en bevestig hen in waarachtig en onwankelbaar geloof. En sta mij bij, Heer tegen mijn vijand die tegen mij opstaat, opdat ik, in vertrouwen tot U en door Uw kracht, aan al zijn lagen mag ontkomen"

Wladimir begon toen aan zijn taak om het volk te beschaven. Hij bouwde kerken in al zijn steden en stelde er priesters aan voor de prediking. Hij stichtte scholen en dwong de Bojaren en edelen er hun kinderen heen te zenden, wat zij slechts met veel tegenzin deden. Hij bouwde ziekenhuizen en reizigersverblijven , stelde talloze slaven in vrijheid en loste zware schulden af van wie in nood verkeerden. De hulpelozen zond hij wat zij behoefden en hij stichtte gastvrije tafels voor de armen. Hij organiseerde hulpdiensten voor bedlegerigen. Ieder die in nood verkeerde, kom zich tot hem wenden om geholpen te worden.

Reeds weinige jaren later kwam de eerste kerkelijke organisatie van Rusland tot stand : metropoliet Leontios richtte vijf bisdommen op : Novgorod, Rostov, Tsjernikov, Wladimir en Belgorod. Intussen had Wladimir zijn macht steeds verder uitgebreid. Het scherpe contrast tussen zijn oorspronkelijke woeste wreedheid en losbandig leven, en zijn mildheid en morele zuiverheid na zijn doop, bewijst de oprechtheid van zijn bekering. En met recht wordt hij om zijn lvenswerk de "Apostelgelijke" genoemd en de "Vader des vaderlands". Hij is gestorven in 1015.

Uit : Heiligenleven voor elke dag - uitg Orth. Klooster Den Haag

 

 

De commentaren zijn gesloten.