07-07-10

De heilige Antonios de Grote : de onthechting aan de materiële goederen

De heilige Antonios de Grote :

De onthechting aan de materiële goederen

 

athanasius25

 Athasasios de Grote

 

Antonius de grote12

Antonios de Grote (Bron :icoon gemaakt door Silouan  http://www.iconenschilder.nl/)

De heilige Athanasios de Grote, bisschop van Alexandrië beschreef een leven van een tijdgenoot, de heilige Antonios ( gestorven in 356), die de eerste bekende heremiet was van de egyptische woestijn.

Men zal opmerken dat de heilige Antonios zijn toespraken aan zijn gehoor aanpastte. De eerste egyptische monniken waren voor het merendeel eenvoudige mensen : de enkele geleerden onder hen (Arsenios, Evagrius bijvoorbeeld) werden met een zeker wantrouwen bekenen. Zij waren gewoon aan een zware arbeid : voor sommige was het monastieke leven niet minder comfortabel dan dat wat zij hadden verlaten (de heilige Augustinus onderlijnt ook dit punt voor zijn religieuzen van Hippo). Zij waren opgegroeid in een sterk gehiërarchiseerde maatschappij ( de autoriteit van de functionaris, van de grootgrondbezitter) : zij begrepen heel goed dat men hen Christus voorstelde als een veeleisende meester. De actuele lezer moet rekening houden met deze gegevens om volledig deze tekst te kunnen begrijpen.

Men vindt reeds hier, maar alleen maar even in herinnering gebracht, de samengang  van  ongecontroleerde verlangens die kunnen  leiden naar objectieve zonden. Evagre le   Pontique en vervolgens de heilige Johannes Climacos, onder andere,  ontwikkelen veel later dit kapitaal aspect van de kennis van de bewegingen van de ziel. En men zal merken dat, voor Antonios zoals voor vele Vaders, datgene wat "natuurlijk" is datgene is wat overeenkomt met de staat van zijn voor de val. De mens en de verscheurde wereld zijn tegennatuurlijk want ze staan averechts op het goddelijk project.

Deze tekst stemt overeen met een dubbele actualiteit. Vooreerst roept het de noodzakelijke strengheid op in deze voorbereidingstijd van de vasten die begint. Maar de actualiteit is ook ecologisch.                                                                              

In vele landen geven  ecologisten, die beïnvloedt zijn door het "neopaganisme" de joods-christelijk beschaving de verantwoordelijkheid voor het verspillen van de planetaire bronnen van bestaan. Het verhaal van de schepping, zoals het beschreven staat in het boek Genesis, zou aan de mensheid onbeperkte rechten gegeven hebben over de natuurlijke bronnen. Het is zelfs zo dat men vijf zes maal meer belangrijke  bronnen nodig zou moeten hebben opdat haar inwoners hetzelfde niveau van leven zouden hebben als de tegenwoordige westerlingen. Voor ons is de vraag naar de onthechting en het delen  dus brandend actueel. Teksten als deze van de heilige Antonios tonen ons dat een christendom dat correct wordt beleefd deze kritieken , die onjuist zijn ,niet verdient. Ze dragen bij om een antwoord te vinden op het actuele on-evenwicht.  Onder voorwaarde dat men de voorschriften volgt en de materiële goederen op de tweede plaats stelt.

Michel Feuillebois

Teksten van de heilige Antonios :

Het nut van een spiritueel onderhoud

Op een bepaalde dag kwamen alle monniken vragen dat hij het woord tot hen zou richten.  Hij zei hen als egyptenaar : de heilige schriften volstaan voor ons onderricht, maar het is goed dat wij mekaar wederzijds aansporen in het geloof, dat wij ons laten bezielen door redevoeringen. Gij, mijn zonen, gij geeft aan uw vader wat gij weet, ik, uw oudere, lever u over wat de ervaring mij heeft geleerd.

De ascetische strijd duurt niet lang. De zege zal eeuwig zijn

Dat onze gemeenschappelijke inspanning erin mag bestaan dat wij niets opgeven van wat we ondernomen hebben, ons niet te laten ontmoedigen in het werk, dat wij niet tegen onszelf zeggen "onze ascese duurt lang". Daarentegen, eens we er zijn aan begonnen, vermeerderen wij elke dag onze ijver. Elk leven van de mens is kort en dicht bij de komende eeuwen. Alle dingen van de wereld worden verkocht, wordt gewisseld voor zijn waarde, maar de belofte van het eeuwige leven wordt goedkoop verkocht. Er is geschreven : "De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren en , indien wij sterk zijn tachtig jaren en wat meer is is slechts kommer en kwel" (Ps 89, 10) Indien wij dus deze tachtig jaren hebben laten voorbijgaan en zelfs onze honderd jaren in het ascetisch leven, dan zullen we niet alleen honderd jaren maar in de eeuwen der eeuwen regeren. Als wij hebben  gestreden op aarde, zullen wij geen aardse erfenis, maar een hemelse erfenis verwerven en dit vergankelijk lichaam zal veranderen in een onvergankelijk.

Alles verlaten is te weinig

Dus, mijn kinderen, laten wij ons niet afschrikken, laat ons niet denken dat de tijd lang is waarin we vele dingen kunnen doen. Het lijden van de huidige tijd is niets in vergelijking met de komende glorie die in ons zal gemanifesteerd worden (Rom 8,18). Laat ons niet geloven, als wij de wereld bekijken, dat wij aan veel verzaakt hebben. Gans de aarde is klein in vergelijking met de hemel. Indien wij dus gans de aarde zouden bezitten  en eraan verzaken,dat zou nog niet waardig zijn om het Koninkrijk te verwerven. Het is alsof wij één drachme zouden minachten om er honderd te winnen, zo ook zou  de meester van de aarde, door alles te verlaten,  maar weinig verlaten en het honderdvoudige terugkrijgen, hij die enkele meters van de aarde zou verlaten verliest in feite niets, en indien hij zijn huis verlaat en veel goud, dan heeft hij geen motief om zich te verheerlijken of lauw te worden. Anderzijds, datgene wat wij niet verlaten, wordt ons door de dood ontnomen en dit alles valt dikwijls dan in de handen van hen die wij niet zouden willen, zoals Ecclesiasticus schrijft (4,8). Waarom het niet verlaten door de deugd omwille van de erfenis van het koninkrijk ? Dat het verlangen naar bezit ons niet overweldigt. Welke  winst heeft het datgene te verwerven wat we niet kunnen meenemen ? Verwerven we dus veeleer wat we wel kunnen meenemen : de bedachtzaamheid, de rechtvaardigheid, de matiging, de kracht, de wijsheid, de liefde, de liefde voor de armen, het geloof in Christus, de zachtmoedigheid, de gastvrijheid. Indien wij dit alles bezitten zullen we ze terugvinden in het land van de zachtmoedigen.

Volharden tot het einde toe

Omwille van deze redenen en andere gelijkaardige, dat ieder er zich van overtuigt niet kleinhartig te zijn, vooral denkend een dienaar van Christus te zijn, hij moet een dienaar zijn. Een dienaar zegt niet : "ik heb gisteren gewerkt, vandaag rust ik"; hij meet de verleden tijd niet om op te houden met werken maar, elke dag, zoals geschreven staat in het Evangelie, heeft hij dezelfde ijver voor het werk en dit om zijn meester te behagen en zich niet in gevaar te brengen. Ook wij, laten wij elke dag volharden in het ascetisch leven, indien wij één dag verwaarlozen, dan zal de Heer ons niet vergeven omwille van de verleden tijd, maar zal hij zich irriteren over ons voor onze onachtzaamheid. Zo is geschreven in Ezechiël (18,24-26)  "Zo verliest Juda, op één nacht, de zware arbeid van de voorbije tijd".

Leven als elke dag sterven

Het is daarom, mijn zonen, dat wij moeten zorg besteden aan de ascese, laat ons niet verslappen. De Heer werkt met ons samen : Er is geschreven : Wie het goede heeft gekozen, met Hem is God ten goede (cf. Rom.8,28). Om niet kleinzielig te zijn is het goed het woord van de apostel te overwegen : wij sterven elke dag  (1 Kor.15,31). Indien wij niet zullen zondigen. Ziehier hoe je dit moet verstaan. Elke dag wanneer wij opstaan, denken wij dat wij de avond niet meer zullen halen, en 's avonds als wij slapen gaan denken wij dat wij de morgen niet meer zullen halen. Ons leven is van nature onzeker, elke dag wordt ons toegemeten door de Voorzienigheid. Zo levend dat wij niet zullen zondigen,  zullen wij naar niets verlangen, dan zullen wij voor niemand wrokgevoelens hebben , dan zullen wij niets oppotten op aarde, maar, elke dag leven in de mogelijkheid van de dood, zullen wij arm zijn en aan allen vergeven. Indien wij onze onzuivere gedachten niet geheel beheersen dan moeten wij er ons van afkeren als zaken die nietig zijn. Laten wij altijd strijden en altijd de dag van het oordeel voor ogen houden, want de grootste vrees en het gevaar voor de kwellingen verdrijven de zachtheid van het genot en verzwakken de ziel .

De deugd is in ons

Wij zijn dus zo begonnen met de weg van de deugd te bewandelen, laat ons strijden, meer strijden om te konen tot de toekomstige goederen (Fil.3,14). Dat niemand achterom ziet, zoals de vrouw van Lot (Gen.19,26), want de Heer zegt : Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods(Lucas 9,62). Naar achteromzien is niets anders dan veranderen van mening en de smaak voor de wereld hernemen. Vrees niet als je hoort spreken over de deugd, verwondert u niet voor de naam.  Zij is niet ver van ons, zij vormt zich niet buiten ons, het werk is in ons en zij is gemakkelijk, maar we moeten het natuurlijk willen. De Grieken reizen en steken de zee over om de letteren te bestuderen. Wij hebben  er geen nood aan om te reizen omwille van het koninkrijk der hemelen, noch om de zee over te steken voor de deugd. Wij gaan vooruit, de Heer heeft gezegd : Het koninkrijk der hemelen is binnenin u (Luc.15,21).De deugd heeft dus geen andere nood dan onze goede wil, want zij is in ons en komt uit ons voort.

Indien de ziel haar intelligent deel bewaart conform de natuur, dan krijgt de deugd gestalte. Zij is volgens de natuur als zij blijft zoals zij geschapen is, want zij is mooi en rechtschapen. Het is daarom dat Josua, zoon van Nun, zijn volk vermaande : Richt uw hart op de Heer, de God van Israël (Jozua 24,23), en Johannes de doper : Maak recht uw wegen (Matth.3,4).  Voor de ziel betekent rechtschapen zijn het intellect hebben volgens de natuur, zoals het geschapen werd, maar wanneer zij afdwaalt en verstoord geraakt met betrekking tot de natuur, dan spreekt men van de ondeugd van de ziel. De zaak is dus niet moeilijk; als wij blijven zoals we geschapen zijn, dan zijn we in de deugd, maar als we denken aan slechte dingen, dan zullen we als slecht geoordeeld worden. Indien de zaak zou moeten gezocht worden buiten ons, dan zou het moeilijk zijn, maar omdat zij in ons is,moeten we ons hoeden voor onzuivere gedachten en moeten wij onze ziel bij de Heer houden zoals in een depot, opdat hij zijn werk zou herkennen, zijn werk, zoals hij het gemaakt heeft.

Onze vijanden : de demonen

Laat ons dan strijden opdat de woede ons niet overheerst of dat het verlangen ons niet domineert. Er is geschreven :  De woede van de mens bewerkstelligt niet de rechtvaardigheid van God; als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort. Ons zo gedragend, laten wij met aandacht waken zoals geschreven is (Spreuken 4,23). Wij hebben verschrikkelijke vijanden, vol van nieuwe ideeën, de slechte demonen, en het is tegen hen dat onze strijd gaat, zoals de Apostel zegt : want

Wij hebben niet te strijden tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6,12).

Saint ATHANASE, "Antoine le Grand, père des moines" Collection "foi vivante" n° 240 , traduction du Père B Lavaud, pp27-32 (Cerf)

 Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck

10:09 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.