19-07-10

Cosmas en damianos heiligen

Heiligenleven

De heilige Kosmas en Damianos

 

Cosmas en Damianus.jpgDe heilige Kosmas en Damianos, de Barmhartige Wonderdoeners. Er zijn drie broederparen van deze naam, die in de loop van het jaar gevierd worden. De 17e oktober, twee Arabieren, de 1e november die uit Klein Azië, en vandaag (1 juli) de artsen uit Rome. Hun griekse naam “Anargyri”, de “Geldlozen”, geeft de grond van hun populariteit in Oost en West, reeds vóór de vijfde eeuw. Artsen waren er voor de welgestelden die dat konden betalen, niet voor het gewone volk. Zij die deze beroepscode doorbraken en ook onder de niet-betalenden hun praktijk uitoefenden, als praktische gevolgtrekking uit het christen-zijn, stonden daarom in hoge eer bij de arme mensen. Ook in het huidige Griekenland, waar de algemene geneeskundige verzorging zich nog op een vrij laag peil bevindt, hoort men nog hoe sommige artsen met liefde als “echte Anargyri” worden aangeduid.

Hun christelijke liefde gold niet slechts mensen, maar ook dieren, vooral het vee, dat voor de arme bevolking allereerst middel van bestaan was. Zij verrichtten niet alleen genezingen, maar verpleegden ook de zieken en legden zo de grondslag van de christelijke en de moderne ziekenzorg.

Hun volledige toewijding werd goddelijk erkend door de gaven van wonderbare genezingen. Hun volkomen belangeloosheid bleek ook toen zij keizer Karinos, die hen liet folteren, nadat zij door jaloerse collega’s waren aangeklaagd als tovenaars, door hun gebed genazen van een ongeneselijke ziekte. Zij werden toen vrijgelaten, maar later werden zij door hun vroegere leermeester, die niet kon verdragen dat ze hem boven het hoofd waren gegroeid, uitgenodigd om met hem de bergen in te gaan om kruiden te zoeken. Toen de gelegenheid zich voordeed liet hij een steenlawine op hun hoofd vallen, zodat zij gedood werden in 284.

In hun legende komt een wonderbare genezingh voor die merkwaardig modern klinkt. Een koster in de kerk van Kosmas en Damianos had botkanker, waardoor één van zijn benen zo zwaar was aangetast dat hij nauwelijks meer kon lopen. Vermoeid na zijn dienst was hij op een nacht in de kerk in slaap gevallen. Hij droomde dat de heilige artsen bij hem stonden, mat al hun apparatuur bij zich, en dat ze met elkaar beraadslaagden hoe ze hem konden genezen. Er moest zoveel aangetast vlees en been worden weggesneden, dat er niet genoeg gezond vlees meer was om de ledige plaats op te vullen, zei de een. De ander wist raad : er was die dag een zigeuner begraven, die was nog vers, die konden ze gebruiken. Zo werd het hele been getransplanteerd en de aanhechtingsplaats zorgvuldig met balsem behandeld.

Toen de koster wakker werd was de onophoudelijke pijn verdwenen. Hij tastte naar zijn been : het was volkomen ongeschonden. Vol vreugde sprong hij op en vertelde aan ieder die het maar horen wilde wat er gebeurd was. Men ging naar het kerkhof en vond daar aan het lichaam het zieke been, waarvan de koster verlost was.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag – Orth. Klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.