20-07-10

Kerk in dialoog

Kerk in dialoog

Prof.Archimandriet Grigorios D. PAPATHOMAS

 

“Eén van de problemen die gesteld zijn door de kruisvaarten – zegt Steven Runciman – was dat zij de relaties tussen christenen en moslims onherstelbaar en definitief vernietigden. Voor de kruisvaarten getuigden de orthodoxe Kerk in het bijzonder en de wereld van de moslims van een verstandhouding en een wederzijdse tolerantie, alsook van een wederzijdse dialectiek , onder andere, dank zij de dialogen door de byzantijnse theologen met deze wereld (cf. Johannes Damascenos en veel anderen tot Gregorius Palamas). Onder andere, verbood de orthodoxe Kerk het idee van de heilige oorlog. Het bewijs hiervan is dat de Patriarch van Constantinopel Polyeucte (956-970) zijn zegen niet gaf aan het leger van Nicéphorus Phocas (963-969), wanneer hij op veldtocht vertrok tegen de Sarrazenen, om de goede reden, zoals hij zei, dat geen enkele oorlog als heilig kan genoemd worden. Het concept van heilige oorlog werd ingevoerd door de kruisvaarders die hem verheerlijkten, niet enkel in hun eigen rangen, maar ook bij de moslims die begonnen waren met het op te geven “

Met deze woorden signaleert Runciman historisch het bestaan en de praktijk van de dialoog van de kant van de byzantijnse theologen. Hij onderlijnt  de spectaculaire doeltreffendheid  welke deze dialoog heeft gehad met de moslims, in tegenstelling met de westerse christenen die, tezelfdertijd  hadden geopteerd voor een “heilige oorlog” in plaats van de dialoog. Anders gezegd,  bewees hij in zijn historisch discours , behalve zijn recent verleden, dat de orthodoxe Kerk een “Kerk van de dialoog” was, gekenmerkt door zijn theologie en niet een “Kerk van de heilige oorlog” die gebaseerd was op een ideologie. Immers, één van de structurele kenmerken van de kerkelijke praxis (pastoraal) en het woord (theologie) van de Kerk is, dat zij werkt (moet werken) op een soteriologische wijze en niet op een theoretische (ideologie). Want, heel eenvoudig, de essentiële en ultieme visie van de Kerk – en van haar theologie – is het redden van het menselijk wezen. Het is de eerste, de voornaamste en essentiële vraag die onze goddelijke liturgie richt vanaf het begin : “Voor…het heil van onze zielen (=levens)”. Onze kerkelijke theologie en onze pastoraal, indien zij redding brengend willen blijven, zonder af te glijden en een ideologie te worden, kan slechts gebeuren in een permanente dialoog met de anderen (personen en instituties), maar ook in een permanente openheid ten overstaan van de wereld ”in zijn geheel”. Dit betekent, in dialoog met allen en openheid naar allen, intra et extra muros, naar allen die dichtbij of veraf zijn, binnen of buiten de Kerk.

De periode in de geschiedenis die wij nu beleven – een tijdperk van  volstrekte moderniteit, zeg maar meta-moderniteit, maar ook de tijd-ruimtelijke context van onze eigen historisch leven zijn per definitie vastgelegd in een domein van dialoog  met meerdere luiken, die minstens vier fundamentele aspecten inhoudt : 1.De interorthodoxe dialoog, om met onze eigen huishouding te beginnen, want deze wordt meer en meer een noodzaak, vooral vandaag, tussen de andere homodoxen (die dezelfde leer verkondigen). 2. De inter-christelijke dialoog, omdat de werelwijde secularisatie alsook  het kerkelijke culturalisme niet ophouden om het voortouw te nemen in het empirische getuigenis van de Kerk, en daardoor meer heterodoxen doet ontstaan.3. De inerreligieuze dialoog, omdat de auto-apocalyptische werking van God in de wereld niet alleen onbegrijpelijker wordt, maar het is de plicht, vooral van de Kerk, om de openbaring van God die zij in hun schoot dragen te stellen, “in een berg van dialoog” en “dragers te zijn van de brandende lamp” vooral tussen de religieuze verscheidenheid.4. De interculturele dialoog, in de schoot van de maatschappij en met de maatschappij, in de nieuwe Multi-culturele context van ons meta-moderne tijdperk. Context, niet alleen de europese eenmaking, maar vooral van de mondialisatie in de brede zin van het woord. Op dit punt komt precies de voornaamste vraag naar voor die de goddelijke liturgie ons stelt : “Voor…(…) de eenheid van allen”. Deze allen, wie zijn zij ? Om de correspondentie te onderhouden met wie wij in dialoog zijn, met wie wij geroepen zijn om te dialogeren, met wie wij worden uitgenodigd om ons te engageren in de dialoog. Laten wij hen definiëren. Het gaat respectievelijk om de dialoog tussen :1.Christenen van dezelfde belijdenis (orthodoxen);2. Christen van verschillende belijdenissen (heterodoxen);3. Gelovigen van een andere religie (heteroreligieus) en 4. Zij van “buiten”, wie zij ook zijn, vertegenwoordigers van verschillende sociale en culturele opvattingen. En deze vraag van onze goddelijke Liturgie, “de eenheid van allen”, zoals ook het gebed van Christus “opdat zij één zijn”, zal zich verwezenlijken door de dialoog, de openheid en het overleg; en indien dit niet gebeurt, dan zal het ten minste door de dialoog een aanvang krijgen.

Nadat wij  bepaald hebben wat de dialoog is in haar verschillende aspecten die zich onverbiddelijk voor ons afspeelt, vooral op onze dagen, en dit als een universele verzameling van de maatschappij en haar verscheidene uitdrukkingsvormen, zullen wij  nu een belangrijk aspect aansnijden van het kerkelijk leven, datgene wat wij vandaag gemeenschappelijk noemen “de Kerk in dialoog”. Dit feit, dat wij vandaag gemeenschappelijk zullen zien als een houding tegenover het leven in deze tijd en in de geschriften van de vaders – en dit als voorbeeld – door de apostolische apologetische Vaders  die de eersten waren om zich te engageren in de dialoog met de maatschappij, de dominerende filosofie en de Stad van hun tijd, met een toename in de tijd van vervolging van de christenen. Het zet zich op dezelfde wijze voort ten tijde van de Cappadocische Vaders, Maximos de belijder en Johannes van Damascus en, voor de val van Constantinopel (1453)en  in een zelfde perspectief, met de heilige Gregorius Palamas en de heilige Marcus Evgénikos, bisschop van Efese.

Dit feit van de “Kerk in dialoog” heeft een achteruitgang gekend tijdens de ottomaanse bezetting (1423/1453 – 1821/1913)in onze streken en, vooral tijdens het verschijnen van het christelijk confessionalisme (=ideologie dat zegt dat de religie binnen de politiek ten uitvoer dient gebracht)in het Westen en in het Oosten. Het heeft zich vooral gemanifesteerd in de tweede eeuw direct na de Kruisvaarten (1095-1204) en heeft haar hoogtepunt bereikt in de 19e en de 20e eeuw. In deze recessie van de 19e en de 20e eeuw, en tot op onze dagen, werden alle confessionele faculteiten geëngageerd en gemobiliseerd. Deze scholen zijn opgericht en ontwikkeld  in een klimaat van academische theologie die  het confessionalisme en de verzuiling hebben aangemoedigd, en die daardoor de dialoog hebben verhinderd. De laatste jaren is “de kerk in dialoog” begonnen met de oude patristieke dimensie te hernemen, deze van voor de val van het communisme, en dit ondanks de reacties van confessionele kant. Dergelijk perspectief van herneming en de ontwikkeling van de dialoog in alle richtingen heeft van de kant van de orthodoxe Kerk gestalte gekregen door het oecumenisch Patriarchaat in 1902, 1920 en verder, en in Griekenland, omwille van historische geopolitieke omstandigheden, kort voor de dictatuur , voornamelijk na de herstelling van de democratie (1974) en bij het einde van de 20e eeuw.

De dialoog is een polyvalente onderneming die verschillende uitdagingen bevat. Bij de inspanning voor de dialoog, opdat zij waarachtig theologisch zou zijn, mag de dialoog geen confessionele toon bevatten. Zij wordt voortdurend opgeroepen om theologisch te zijn, zonder confessioneel te zijn. Om dialectisch te zijn, zonder datgene wat zij belooft uit de hand te doen lopen noch te vervalsen :  de waarheid van de Kerk en haar Theologie. Om openheid te creëren  en zeker geen verbrokkeling. Elke wijze tot dialoog is er om voor de dialoog te opteren “op zijn initiatief” en niet om te handelen “uit reactie” op de theologische feiten. Bij deze willen wij wijzen op een nuance die een enorm verschil aantoont tussen de twee. Er bestaan twee wijzen van handelen in het leven van elke dag : “op zijn initiatief” en “uit reactie”. Er is een afgrond in het uit mekaar houden van “te handelen volgens zijn eigen initiatief” en dit van “te handelen uit reactie”. Het eerste betekent een globaal zicht hebben op de dingen, een visie hebben en zich toewijden om het om te buigen in het perspectief van zijn visie, geen enkele reden hebben om zich te verzetten tegen de hindernissen of de neiging hebben om hindernissen op te werpen aan zijn naaste die zich ook inspant om eventueel op dezelfde manier te handelen, of verschillend of zelfs tegengesteld. Anderzijds “handelen uit reactie” betekent een gebrek hebben aan een globale visie op een fundamentalistische en hevige wijze, door zelfs een heilige oorlog te voeren indien het nodig is, datgene weigeren wat zijn naaste “op eigen initiatief” heeft gedaan. Wat er ook van zij, het feit van te handelen “op eigen initiatief” betekent een theologische kracht en een liefde voor de Waarheid !.... Immers, het is slechts dan dat de Waarheid een oefening van communio van personen wordt – wat de essentie uitmaakt van de Kerk – en een oefening in relatievorming .

In de loop van de geschiedenis, in de schoot van de vervallen schepping, zijn wij door onze daden en ons leven geroepen om datgene te doen wat de Kerk belooft in de geschiedenis en de wereld, ’t is te zeggen : zich engageren voor een polyvalente dialoog. Dit betekent het opnemen van een verantwoordelijkheid ten overstaan van de gescheiden christenen en een wereld die verdeeld is door de val, van de verdeelde maatschappij, waar iedereen uitwegen  en verschillende wijzen van handelen zoekt, de dialoog tussen anderen is het middel om uit de impasses te geraken. Indien de Kerk niet in het centrum staat van dit perspectief om uit de impasses te geraken, door middel van de ontologische weg die ook gaat via de dialoog, dan heeft zij “de smaak verloren”, en in dit geval,, “hoe zal zij opnieuw het zout worden?”. Is het mogelijk dat een Kerk gelijkt op zout dat zijn smaak verloren heeft ? Ja, het is mogelijk, zegt Christus ons, en de mensen smijten het buiten en zullen het aan de kant zetten. Vanuit historisch en diachronisch(= doorheen de tijd) standpunt heeft de orthodoxe Kerk getoond het zout te zijn, pionier te zijn in de dialoog door wegen te openen om de problemen te boven te komen, en om op een eschatologische manier de menselijke impasses te boven te komen, in het perspectief “de ganse wereld” te omvatten, en het “heil van alle mensen”.

 Vertaling Kris Biesbroeck

De commentaren zijn gesloten.