02-08-10

Heiligenleven : Bavo van Gent

Heiligenleven

Heilige Bavo

 

Bavo van Gent.jpg

 

 

Bavo (of Allowinus) was een schurk. Geboren te Hesbaye, leidde hij een leven van genot en roverij. Alhoewel hij verwant was met Pepijn van Landen, liet hij zich gaan in alle ondeugden en hij kende geen andere wetten dan de kracht en het plezier. Hij was overal gevreesd voor zijn opvliegendheid en zijn geweld. Hij was altijd in conflict met zijn buren, hij vond er het grootste plezier in  om naar verre streken te vertrekken om er zich van een buit meester te maken. Deze levensstijl wijzigde weinig na zijn huwelijk in 624 met de dochter van de graaf Odilon, een vrome en zachte christene die hem een kleine dochter schonk, de later heilige Agletrude.

Op een dag ontmoette hij de heilige apostel Amandus. De grote heilige nam hem voor om Bavo te bekeren. Hij gebruikte hiervoor alle middelen die hem nodig leken, en zijn inspanningen leken hem niet niet verloren : de dood van zijn vrouw deed hem de ogen openen voor zijn toestand, en hij besloot van leven te veranderen. Het was een volkomen personnage : hij legde zoveel ijver aan de dag om het goede te doen. Weldra werden de jonge libertijnen die zijn gezellen waren geweest in het kwade bekeerd door hem die hen eertijds in het kwade had binnengeleid.

Wanneer de dochter van Bavo, Adeltrude haar leven aan de Heer had gewijd, voelde Bavo geen banden meer met deze wereld en hij ging naar Gent om zich in dienst te stellen van zijn meester Amandus, en dit nadat hij al zijn bezittingen aan de armen had uitgedeeld. Bijgestaan door deze schitterende redenaar kon Amandus het verdwaalde volk tot de religie brengen. Bavo trok zich vervolgens terug in een monasterie dat hij samen met de heilige Amandus had gesticht, en waarvan de heilige Floribert de leiding had. Gedurende de tijd dat hij zich overleverde aan de grootste strengheid zag hij op een bepaalde dag een man naar zich toe komen die zijn slaaf was geweest, die hij hard had aangepakt en tenslotte verkocht. Bavo liet zich voor zijn voeten vallen, hij herinnerde hem eraan dat hij hem had verkocht en geslagen met riemen, hem geslagen had met de roede en hem in het gevang had geworpen, en smeekte de man hem vast te binden en hem de haren af te scheren. De man antwoordde dat hij nooit zo iets zou durven doen. Maar Bavo was zo overtuigend dat de man hem vastgreep, hij bond Bavo vast, schoor hem het haar af, sloeg hem en leidde hem naar de publieke gevangenis waar hij meerdere dagen verbleef, aldus de woorden van het Magnificat illustrerend: “Machtigen haalt hij neer van de troon, en hij verheft de nederigen”. Dit feit toont ons op welk punt van het christelijk leven en het monastieke leven de zeden van de barbaren van die tijd veranderden.

In het monasterie zelf leefde Bavo in de grootste strengheid. Hij sliep op de grond met een steen als hoofdkussen. Maar dit leven scheen hem nog te licht en hij ging enkele tijd leven in het nabijgelegen bos. Hij had slechts als verblijf de holte van een grote boom. De plaats waar hij zich terugtrok had de naam van Bellebosch, dicht bij Turnhout. Zijn gezellen drongen er op aan naar het monasterie terug te keren, hij aanvaardde dit enkel onder voorwaarde dat men voor hem een cel zou bouwen waar hij kon leven in volstrekte eenzaamheid. Men maakte dus voor hem een kleine plaats die geheel gesloten was en die gelegen was direct aan de kerk, met een venster door dewelke Bavo de mis kon bijwonen, de heilige communie ontvangen en enkele aardse voedselen. Men citeert eveneens een verbazingwekkend mirakel van de heilige Bavo :  hij had een voerman terug tot leven gebracht, genaamd Attinus. Hij was van zijn kar gevallen toen hij bezig was om materialen aan te voeren voor de bouw van zijn cel.

Hij stierf in vrede in zijn ermitage de 1e oktober in het midden van de zevende eeuw, en zijn relieken werden overgebracht naar de abdij die later zijn naam zou dragen. Zij bevinden zich momenteel voor een gedeelte in de Gentse kathedraal en voor een ander deel in Haarlem in Nederland. Vele kerken dragen in Vlaanderen zijn naam. Men viert hem de 1e oktober en hij wordt vereerd in de bisdommen Gent en Mechelen. Zijn icoon bevindt zich in de orthodoxe kerk van de heilige Andreas te Gent alsook bij een parochiaan van de  kapel van alle heiligen van Rusland te Ottignies.

Uit : Saints et Saintes de Belgique au premier Millenaire pp.140-142

Vertaling : Kris Biesbroeck

De commentaren zijn gesloten.