24-08-10

Bloemlezing uit Isaak de Syriër

Bloemlezing uit Isaac van Ninive (de Syriër)(Deel 1)

 

isaac de syriër.jpg

Isaak de Syriër

Over de schade die de bittere ijver, die zich in ijver voor God vermomt, veroorzaakt en over de hulp die de zachtmoedigheid en andere deugden verlenen.

Eerste verzameling, discours 58

1.

Een ijveraar zal nooit tot de vrede van de gedachten geraken. En hij die de vrede niet kent, kent evenmin de vreugde. Als, zoals men zegt, de vrede van de gedachte volmaakte gezondheid betekent, dan is de ijver om de anderen te verbeteren het tegenovergestelde van de vrede, en hij die door deze ijver wordt bewogen lijdt aan een erge ziekte

O mens ! Wanneer je ijvert tegen de gebreken van de anderen, heb je de gezondheid uit je eigen ziel verjaagd. Je zou er beter aan doen om zorg te dragen voor je eigen gezondheid. Als je kost wat kost de zieken wil verzorgen, weet dan dat zij meer nood hebben aan liefdevolle bezorgdheid dan aan berispingen.

Maar jij, in plaats van anderen te helpen, maakt jezelf ernstig ziek. De ijver om de anderen te verbeteren wordt onder de mensen niet beschouwd als een vorm van wijsheid, maar als een ziekte van de ziel die enggeestigheid noemt en diepe onwetendheid die voortkomen uit de grootmoedigheid en uit het geduld om de menselijke zwakheid te verdragen. Ook staat er geschreven “De sterke moet de onvolkomenheden van de zwakke dragen” (Rom 15,1), en “Richt de gevallenen op in een geest van zachtmoedigheid (Gal 6,1). De Apostel rekent de vrede en het geduld onder de vruchten van de Geest (cf Gal 5,22).

2.

Een hart dat zich pijnlijk te doen maakt omdat de ziekte en de zwakheid het lichaam verhinderen om zichtbare daden te stellen, levert op deze wijze een bijdrage aan alle lichamelijke werken. Deze werken, zonder de kommervolle smart (Dit gaat over een mens die steeds de anderen oordeelt en heel zijn ijver aanwendt om hen op te richten en hun fouten, of wat hij als zodanig beschouwt te verbeteren) van de gedachte, zijn als een lichaam zonder ziel. Hij die kommervolle smart voelt in zijn hart maar zijn eigen zintuigen alle vrijheid laat, gelijkt op een zieke die lijdt in zijn lichaam, maar zijn mond toelaat om alle soorten voedsel die voor hem schadelijk zijn, te eten. Wie kommervolle smart voelt in zijn hart, maar zijn zintuigen alle vrijheid laat, gelijkt op een man die een enige zoon heeft en hem beetje bij beetje doet sterven door zijn eigen handen. De smart van de gedachte is een kostbare gave in de ogen van God, en wie haar bezit zoals het hoort, gelijkt op een mens die gezond is in zijn ledematen. Maar de mens die zijn tong de vrije teugel laat om over de anderen te praten, ten goede of ten kwade, is een dergelijke genade niet waardig.

De rouwmoed die samengaat met geklets is als een doorboorde ton. De goede manieren die samengaan met het honen van anderen, zijn een zwaard dat in honing is gedrenkt. De zuiverheid en het bezoeken van vrouwen zijn als een leeuwin en een lam in hetzelfde huis.

3.

De werken die volbracht zijn zonder barmhartigheid, zijn in de ogen van God als een man die een zoon doodt onder de ogen van zijn vader. Hij die ziek is in zijn ziel en een ander corrigeert, gelijkt op een blinde die de weg wijst aan anderen. De barmhartigheid en de strikte rechtvaardigheid(letterlijk : rechtvaardig oordeel), als zij samen in éénzelfde ziel wonen, zijn als een mens die in éénzelfde huis God aanbidt en de afgoden. De barhartigheid is het tegendeel van de strikte rechtvaardigheid. Deze (laatste) bestaat in een billijke verdeling onder allen. Zij bedeelt aan elkeen wat hij verdient, helt niet over naar de ene kant noch naar de andere, is zonder partijdigheid in de verdeling. Maar de barmhartigheid is een “geraakt worden” opgewekt door de genade. Zij buigt zich over elkeen met mededogen, geeft aan wie tuchtiging waardig is, niet terug wat hij verdient, en ze overlaadt mateloos hij die een beloning waardig is.

Als de barmhartigheid aan de kant staat van het goede, dan staat de strikte rechtvaardigheid aan de kant van het kwade. Zoals het hooi en het vuur niet in eenzelfde plaats kunnen samen zijn, zo kunnen de strikte rechtvaardigheid en de barmhartigheid niet verblijven in éénzelfde ziel. Zoals een korrel zand niet opweegt tegen een grote hoeveelheid goud, zo weegt de strikte rechtvaardigheid van God niet door in vergelijking met zijn barmhartigheid.

4.

Gelijkend op een handvol zand dat in de oceaan valt zijn de fouten van alle vlees, in vergelijking met de voorzienigheid en de barmhartigheid van God. Zoals een bron die overvloedig stroomt en niet kan worden verstopt door een handvol zand, zo kan de barmhartigheid van de Schepper niet overwonnen worden door de kwaadwilligheid van de schepselen. Gelijkend op een mens die zaait in de zee en hoopt te oogsten is hij die wrok koestert en bidt. Zoals het niet mogelijk is de lichtende vlam van het vuur te verhinderen om te klimmen, evenzo kan niets verhinderen dat het gebed van de barmhartige opstijgt naar de hemel. Zoals het water zich naar de diepte toe verspreidt, evenzo (doet) de macht van de woede, als deze haar plaats heeft gevonden in onze geest. Hij die de nederigheid heeft verworven in zijn hart, is voortaan dood voor de wereld, en wie dood is voor de wereld, is afgestorven aan de hartstochten. Voor wie in zijn hart dood is voor zijn verwanten, is de duivel dood. Wie de begeerte heeft binnengehaald, heeft, met haar, de duivel binnengehaald.

5.

Er is een nederigheid die komt van de vreze Gods, en er is een nederigheid die van God zelf komt. Er is hij die nederig is omdat hij God vreest, en er is hij die nederig is omdat hij de vreugde gevonden heeft. Bij wie nederig is omdat hij de vreugde gevonden heeft, volgt daaruit de bescheidenheid van zijn ledematen, de goede orde van zijn zintuigen en te allen tijde een vermorzeld hart; bij de andere, bij hem die nederig is omdat hij de vreugde gevonden heeft, volgt daaruit een grote jubel (het grieks geeft : eenvoud), een verruimd hart dat zichzelf niet meer omvat. De liefde kent geen schaamte, daarom is zij niet in staat een juiste maat aan haar veruitwendigheden op te leggen. De liefde is van nature spontaan en ze vergeet de in acht te nemen grenzen. Gelukzalig die U Heeft gevonden, U, de haven van alle vreugde.

6.

De samenkomst van de nederigen wordt door God in gelijke mate bemind als de samenkomst van de serafijnen. Een kuis lichaam is voor God kostbaarder dan een zuivere offergave. Beide zaken, de nederigheid en de kuisheid, bereiden in de ziel een verblijf (het grieks heeft : waarborg) voor de Drie eenheid.

7.

Als je met vrienden onderweg bent, bewaar dan een gereserveerde houding. Door zo te handelen bewijs je hen een dienst en ook aan jezelf. Inderdaad, het gebeurt vaak dat de ziel onder voorwendsel van vriendschap, de teugels van de waakzaamheid loslaat. Wees wantrouwig voor gesprekken, zij bouwen niet altijd op. Houd in de vergaderingen de stilte in ere, want zij bespaart voor heel wat schade. Waak over je buik, maar meer nog over je gezichtsvermogen, want een huiselijk conflict is zonder twijfel minder erg dan een oorlog die zich buiten afspeelt. Denk niet broeder dat het mogelijk is de innerlijke gedachten te bestrijden, als het lichaam niet goed toegerust is en niet goed geordend. Vrees de gewoonten meer dan de vijand. Wie in zichzelf een gewoonte voedt, is als een man die het vuur voedt, want de kracht van de gewoonten, en evenzo die van het vuur, komt van wat men hem als voedsel geeft. Als de gewoonte je één keer vraagt haar voedsel te geven, en je het haar weigert, zal ze je in het vervolg krachteloos bevinden. Maar als je één keer haar wil involgt, zal ze je daarna met nog meer kracht aanvallen.

8.

Aangaande alle zaken, houd dit in gedachten : de hulp die de waakzaamheid biedt, is meer waard dan (de hulp) die van de (ascetische) werken komt. Wees niet de vriend van wie graag lacht en (van wie) de mensen graag aan het lachen brengt, want hij zal je de gewoonte van de verstrooiing doen aannemen. Bied geen glimlachend gezicht aan wie zich laat gaan in zijn manier van leven. Hoed je er echter voor om hem te haten. Als hij verlangt zich op te richten, reik hem dan de hand en draag zorg voor hem tot aan zijn dood. Maar als je zelf ziek bent, mijd het dan om voor hem te zorgen Zoals men heeft gezegd : reik hem het uiteinde van je stok, enz. (Isaak verwijst naar een apophtegma dat door zijn lezers gekend is). Spreek in de nabijheid van een zelfvoldaan en begerig mens met omzichtigheid, want terwijl jij spreekt, interpreteert hij in zijn binnenste wat jij zegt op zijn manier, en hij zal jouw goede woorden gebruiken om de anderen te doen vallen, en hij verdraait in zijn geest de betekenis van jouw woorden om ze dienstbaar te maken aan zijn ziekte. Van zodra hij, in jouw aanwezigheid, over iemand begint te spreken, versomber (dan) je gelaat. En door zo te handelen zal je voor God en voor hem blijk geven van waakzaamheid.

9.

Als je iets geeft aan een mens die behoeftig is, laat dan een blije gelaatsuitdrukking de gift die je hem geeft voorafgaan en troost hem in zijn kommer met welwillende woorden. Als je zo handelt zal de vreugde die zijn gedachte zal vervullen, het halen op de voldoening van zijn lichamelijke behoeften.

10.

De dag waarop je de mond opent om van iemand kwaad te spreken, weet dan dat je dood bent voor God en dat al je werken ijdel zijn gemaakt, zelfs als je denkt dat dit terecht is en dat het met de intentie is om op te bouwen dat je gedachte deze aanvechting om te spreken heeft gekend. Inderdaad, waartoe dient het om zijn eigen huis af te breken om dat van zijn gezel te herstellen.

11.

De dag waarop je moeite doet voor een mens, op een of andere wijze, met je lichaam of in je gedachte, zonder onderscheid te maken of hij nu goed is of slecht, beschouw jezelf die dag als een martelaar en als iemand die heeft geleden voor Christus en waardig is bevonden hem te belijden. Herinner je inderdaad dat Christus gestorven is voor de zondaars, en niet voor de rechtvaardigen (cf. Matth 9,13). Begrijp hoe het een grote zaak is als je bekommerd bent voor slechte mensen en om eerder goed te doen aan zondaars dan aan rechtvaardigen ! De Apostel brengt het ons in herinnering als een zaak die bewondering verdient (Rom.5,7-8).

12.

Als je ertoe geraakt om in je binnenste de gerechtigheid van de ziel te verwerven, maak je dan niet bezorgd om een andere gerechtigheid te zoeken. Dat al je werken worden voorafgegaan door de kuisheid van het lichaam en de zuiverheid van het geweten, want, zonder deze zijn al je daden ijdel voor God (letterlijk : leeg). Wees je ook bewust dat elke daad die je zonder bedachtzaamheid of onderscheiding volbrengt, eveneens ijdel is, zelfs al is ze (op zichzelf) goed, want God beschouwt als gerechtigheid wat met onderscheiding is volbracht en niet wat de vrucht is van het toeval.

Uit :  Heiliging 1-2/2008

Wordt vervolgd.....

11:07 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.