31-08-10

Isaak de Syriër bloemlezing

Isaak de Syriër :

Over de schade die de bittere ijver, die zich in ijver voor God vermomt, veroorzaakt, en over de hulp die de zachtmoedigheid en andere deugden verlenen

Eerste verzameling, discours 58

Deel 2

 

Isaac_the_Syrian (groot formaat).jpg

 

Isaak de Syriër (van Ninive)

13.

Een rechtvaardig mens, maar verstoten van wijsheid, is als een lamp in volle zon. Het gebed van wie zich beledigingen herinnert, is als een zaad dat op de rots is geworpen. Een asceet zonder barmhartigheid is als een onvruchtbare boom. Een verwijt dat voortkomt uit het begeren, is als een vergiftigde pijl. Een lofbetuiging die voortkomt uit dubbelhartigheid , is een verborgen valkuil. Een onredelijke raadgever is als een blinde leider. De kring van de spotters breekt het hart. Geregeld een wijs man bezoeken, is als een verfrissende bron. Een wijze raadgever is een veilige schutsmuur. Een onredelijke vriend en verstoten van wijsheid, is een vat vol onheil. Het is beter een huis in rouw te zien dan een wijze die een dwaas volgt. Het is beter bij wilde dieren te verblijven dan met begerige lieden. Het is beter en een graf te wonen dan met verdorven mensen. Verkies eerder te leven met gieren dan met hebzuchtige en onverzadigbare mensen. Heb liever een moordenaar als gezel dan een ruziemaker. Verkies het gezelschap van een zwijn boven dat van een gulzigaard, want de pens van een zwijn is beter in de mond van een gulzigaard. Verkies het gezelschap van melaatsen boven dat van trotsen.

14.

Wees vervolgd,maar vervolg niet. Wees gekruisigd, maar kruisig niet, lijd onrechtvaardigheid, maar bega geen onrechtvaardigheid. Word neergehaald, maar haal niet neer. Wees lankmoedig en geef geen blijk van slechts ijver. Zich als rechter gedragen, past niet in de zeden van de christenen. Er is niets dergelijks in het onderricht van Christus. Wees blij met wie blij zijn, en ween met wie wenen : dit is het teken van de helderheid van de ziel. Lijd mee met de zieken, maak je te doen met de zondaars, verheug je met wie berouw tonen. Wees de vriend van elke mens, maar blijf alleen in je gedachte. Deel in het lijden van allen, maar blijf lichamelijk ver van allen. Wijs niemand terecht, richt verwijten aan niemand, zelfs niet aan wie een heel slecht leven lijden. Spreid je mantel over de zondaar, en bedek hem. Als je niet in staat bent zijn zonden op je te nemen en het oordeel erover te dragen in zijn plaats, deel tenminste zijn schaamte, veeleer dan hem te schande te maken.

15.

Weet mijn broeder dat, als wij binnen in onze cel moeten blijven, dan is dat om de slechte handelingen van de mensen niet te kennen en om zodoende ze alle te kunnen beschouwen als heilige en goed, in de zuiverheid van onze geest. Als wij makers worden van verwijten, lieden (worden) die er op uit zijn om anderen te oordelen, onderzoekers, kritische geesten, wezens die steeds onvoldaan zijn, waarin zou ons leven uiteindelijk verschillen van dat van de bewoners  van de steden ? Wat is erger dan ons leven in de woestijn als we aan dit alles niet zouden verzaken ?

16.

Als je niet in staat bent om de stilte in je hart te bewaren, bewaar ten minste deze van je tong. Als je niet in staat bent om je gedachten te bedwingen, bedwing dan ten minste je zintuigen. Als je niet in staat bent om alleen te zijn in je gedachte, wees ten minste lichamelijk alleen. En als je de ascese van het lichaam niet kan beoefenen, wees dan ten minste kommervol in je gedachte. En als je gedurende de nachtwake niet kan blijven rechtstaan, blijf dan wakker terwijl je op je bed zit, of zelfs neerligt. Als je geen kracht hebt om twee dagen zonder voedsel te blijven, vast dan tenminste tot de avond, wees dan ten minste op je hoede voor de verzadiging. Als je niet zuiver bent in je hart, wees dan tenminste zuiver van lichaam. Als je geen kommer draagt in je hart, draag dan tenminste het berouw op je gelaat. Als je niet in staat bent om barmhartig te zijn, spreek dan in het bewustzijn uit dat je een zondaar bent. Als je geen vredestichter bent, wees dan tenminste geen stichter van verwarring. Als je niet in staat bent om vol vurigheid te zijn, wees dan tenminste nederig in je geest. Als je niet in staat bent om overwinnaar te zijn, veracht dan niet wie overwonnen is. Als je niet de moed hebt de mond te sluiten van wie over zijn naaste kwaad spreekt, hoed je er dan toch voor het eens te zijn met hem.

17.

Weet dat, als er een vuur uit je hart komt en (het) de anderen verbrandt, God je rekenschap zal vragen voor de zielen die door het vuur dat uit jou kwam, verteerd zijn. En als jij het vuur niet hebt aangestoken maar het eens waart met hem die het ontstak en er plezier in vond, weet dat je zijn metgezel zult zijn bij het oordeel.

18.

Als je van de zachtmoedigheid houdt, wees vredelievend. En als je de vrede waardig bent  bevonden, zal je ten allen tijde vol vreugde zijn. Zoek de wijsheid, en niet het goud. Bekleed je met nederigheid, en niet met purper. Verover de vrede, en geen (aards) koningschap. Wie de nederigheid niet bezit is niet verstandig. Wie niet vredelievend is, is niet nederig. En niemand is vredelievend zonder vreugdevol te zijn. Langs geen van de wegen waarop de mensen lopen op deze wereld, zal een mens de vrede vinden, vóór dat hij de ‘hoop op God’ is genaderd. Het hart kan geen vrede vinden te midden van de smarten en moeilijkheden die hij tegenkomt, zolang het niet tot deze joop gekomen is. Zij is het die vrede uitspreidt in het hart en er vreugde uitgiet. Het is van haar dat de aanbiddelijke en alheilige lippen van de Heer spraken toen Hij zei : ‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en ik zal u rust schenken’ (Matth.11,28). Nadert, zo zei Hij, tot de joop, en je zal rust vinden, ver van je zwoegen en je angsten.

19.

De hoop op God verheft het hart, en de vrees voor de hel breekt het (hart). Het licht van de gedachte verwekt het geloof. Het geloof verwekt de troost en de hoop, en de hoop sterkt het hart. Het geloof is een inwendige openbaring en als de gedachte verduisterd wordt, dan verbergt het geloof zich, gaat de vrees ons beheersen en onze hoop afsnijden. Het is niet het geloof dat voortkomt uit een onderricht van buitenaf dat de mens bevrijdt van hoogmoed en twijfel, maar het geloof dat ontwaakt en opgaat in het bewustzijn en dat men “epignosis” noemt of openbaring van de waarheid. Zolang de geest dankzij deze inwendige openbaring van God als God waarneemt, kan de vrees het hart niet naderen. Als we dan, opdat we nederig zouden worden, overgelaten worden aan de duisternis en dit bewustzijn (van God) verliezen, dan komt de vrees terug, tot de genade weerom dichterbij ons komt, door de nederigheid en het berouw.

20.

De Zoon van God heeft het kruis verduurd; laten wij dus, wij, zondaars, moed vatten en ons overgeven aan de rouwmoed. Als het aanlichten van de rouwmoed voor Achab de toorn van God afwendde (1 Kon.21,27-29), zal ook ons oprecht berouw heel zeker niet zonder voordeel voor ons blijven. En, als een opflakkering van nederigheid de toorn Gods van hem afwendde – en hij was niet oprecht – hoeveel te meer zal (een ongeveinsde nederigheid) van onzentwege dit bewerken als we op waarachtige wijze over onze fouten kommer voelen. De kommer van de gedachte kan dit (bewerken), beter dan gelijk welke lichamelijke ascese.

21.

De Heilige Gregorius (de Theoloog) heeft gezegd : “Een tempel van God is hij, die nauw met Hem verenigd is en die zonder ophouden bekommerd is over het oordeel !. Waarin bestaat de bezorgdheid over het oordeel, tenzij hierin dat men onophoudelijk zijn rust zoekt en dat men voortdurend in kommer is als men bedenkt dat men de volmaaktheid niet kan bereiken door de zwakheid van onze natuur ?

Onophoudelijk hierover bekommernis voelen, dat is zonder ophouden in zijn ziel de herinnering aan God bewaren. Zoals de gelukzalige Basilius het zegt : “Het gebed zonder verstrooiing is het (het gebed) dat in de ziel de voortdurende gedachte aan God voortbrengt. En het inwonen van God in ons betekent dat we God in onszelf bezitten, omdat de herinnering aan Hem er stevig is ingeplant”, (H.Baslios de grote, Brief 2, Aan Gregorius 4.). Zo worden wij de tempel van God. Dit is onze zorg en dit vermorzelt ons hart, om ons klaar te maken om in zijn rust binnen te gaan.

Hem zij de eer in de eeuwen.

(uit : Heiliging – 1-2/2008)

11:51 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.