03-09-10

15e zondag na Pinksteren : "Het voornaamste gebod"

15e zondag na Pinksteren

"Het voornaamste gebod"

Feest van de HH.Zacharia en Elisabeth

 

 

Heb de Heer uw God lief.jpg

 

Eerste lezing :

2 Kor.4,6-15

 De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.

Het huidige leven en de toekomstige luister

 Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.  We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld.  We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde.  We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.  Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt.  Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven.  Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven  en weten dat hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met u naar zich toe zal voeren.  Dit alles gebeurt omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.

Evangelie :

Matth.22,35-46

 

 Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde:  ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’  Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.  Dat is het grootste en eerste gebod.  Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.  Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

 Nu de farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag:  ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze.  Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt:  “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen.

zacharias_elizabeth Parents of John the baptist 5 sept 24 juni.jpg

Zacharias en Elisabeth

De commentaren zijn gesloten.