14-09-10

Silouan de Athoniet : God geeft het gebed aan wie bid

God geeft het gebed aan wie bidt

Staretz Silouan monnik van de Athos berg (1866-1936)

silouan_the_athonite 24 sept..jpg 

 

Wie de Heer bemint denkt altijd aan Hem, en de herinnering aan God doet het gebed geboren worden. Als je niet aan de Heer denkt, dan zal je ook niet bidden. Zonder gebed blijft de ziel niet in de liefde van God, want het is door het gebed dat de genade van de Heilige Geest komt. Door het gebed, hoedt de mens zich voor de zonde, want de  geest , in staat van gebed, wordt opgenomen door God. Met nederigheid, bevindt hij zich voor het aangezicht van de Heer die zijn ziel kent.

Maar, wel te verstaan, een beginneling heeft nood aan een geestelijke leider, want voor de komst van de genade van de Heilige-Geest, moet de ziel een grote strijd voeren met zijn vijanden en kan nog niet herkennen wanneer het de Vijand is die hem zijn zoetheid brengt. Alleen hij kan het onderscheiden die persoonlijk de genade van de heilige Geest heeft gesmaakt. Wie de goedheid van de Heilige Geest heeft gesmaakt kan de genade onderscheiden door zijn smaak.

O mens, leer de nederigheid van Christus, en de Heer zal u de zoetheid van het gebed doen smaken. Indien je het pure gebed zoekt, wees nederig, wees sober, biecht oprecht en het gebed zal van u houden. Wees gehoorzaam, onderwerp u met een goed hart aan de autoriteiten , wees met alles tevreden en zo zal uw geest zich zuiveren van ijdele gedachten. Bedenk dat de Heer u ziet en wees   bevreesd om uw broeder te kwetsen; beoordeel hem niet, doe hem geen kwaad, zelfs niet met de uitdrukking van uw gelaat – dan zal de Heilige Geest u liefhebben in alles.

De heilige Geest gelijkt op een moeder vol tederheid. Zoals een moeder haar kind liefheeft, zo zal de Heilige Geest ons beschermen, ons vergeven, ons genezen, ons leren, ons verheugen; de Heilige Geest wordt herkend in het gebed dat met nederigheid wordt gedaan (…) Hij die bidt uit gewoonte ondervind geen verandering in zijn gebed, maar hij die bidt uit ganser harte kent de beproevingen in het gebed; Hij strijdt tegen de vijand, en door met hem te strijden, met zijn passies, strijdt hij ook met de mensen; en in  dit alles gaat het erom waakzaam te zijn. Het voortdurende gebed komt voort uit de liefde, maar men verliest het door ons oordelen, onze ijdele woorden en onze onmatigheden. Hij die God liefheeft dag en nacht aan Hem denken, want geen enkele bezigheid kan hem verhinderen om God lief te hebben. De Apostelen hadden de Heer lief zonder dat de wereld hen stoorde, en nochtans leefden zij in de wereld, zij baden voor hem en gaven zich aan de prediking (…).De ziel kan geen vrede hebben als we ook niet voor onze vijanden bidden. De ziel aan wie de genade van God is gegeven om te bidden heeft met passie elk schepsel lief, en in het bijzonder de mens. Op het Kruis heeft de Heer geleden voor de mensen en zijn ziel was in doodstrijd voor ieder van ons

De Heer heeft mij de liefde geleerd voor de vijanden. Verstoken van de goddelijke genade kunnen wij de vijanden niet liefhebben, maar de Heilige Geest leert ons om lief te hebben; zo zal men ook medelijden krijgen ook met de demonen, want zij zijn verwijdert  van het goede, zij hebben de nederigheid en de liefde van God verloren. Ik smeek u, doe de moeite. Indien iemand je beledigt of u misprijst, of u ontneemt wat je bezit, of de Kerk vervolgt, bidt de Heer zeggend : “Heer, wij zijn allen uw schepselen; heb medelijden met uw dienaren en breng hen tot het berouw”.  Dan zal je zichtbaar de genade in je ziel dragen. Forceer in het begin uw hart om je vijanden lief te hebben; wanneer de Heer je goede intenties ziet , zal Hij u in alles helpen, en de ervaring zelf zal u onderrichten. Maar hij die kwaad denkt over zijn vijanden, bij hem is de liefde van God niet in hem, en hij heeft God niet gekend (…)

Oh ! Met hoeveel inspanning moeten wij aan de Heer vragen om aan het nederig hart de Heilige Geest te schenken ! Het nederig hart geniet van een grote vrede, maar de hoogmoedige ziel gaat tegen hem te keer. De hoogmoedige mens kent de goddelijke liefde niet, hij is ver van God. Hij is fier om rijk te zijn , of geleerd, of in de glorie, maar de ongelukkige ontkent zijn rijkdom en zijn ondergang omdat hij God niet kent. Maar de Heer helpt hem die strijdt tegen zijn hoogmoed om te triomferen in deze passie (…).

Vooraleer geraakt te worden door de genade, leeft de mens als denkend dat alles  goed is in zijn ziel : maar wanneer de genade bij hem komt en in hem verblijft, dan ontdekt hij zichzelf als gans anders; en het is slechts daarna, wanneer de genade hem opnieuw heeft verlaten, dat hij er zich rekenschap van geeft dat leven zonder genade een groot  onheil is (…)

Ik schrijf de waarheid omdat ik van de mensen hou. Mijn hart lijdt immers voor hen. Indien ik één persoon kan helpen om de weg te vinden die ons redt, dan zou ik altijd God ervoor willen danken. O volkeren van de aarde ! Ik ben twee en zeventig jaar, ik zal weldra sterven. Ik schrijf voor u in naam van de tederheid van God. Door de Heilige Geest heeft de Heer mij deze tederheid leren kennen. En de Heilige Geest heeft mij geleerd om alle mensen lief te hebben. Ik zeg je de waarheid : ik vind geen enkel goed in mij. Ik heb veel gezondigd, maar de heilige Geest heeft ze uitgewist. Het is de liefde tot God die mij heeft aangezet om te schrijven.

In “Starets Silouane, Vie-Doctrine-Ecrits, paar Archimandriet Sophrony, Ed. Présence p:274,344,288,298

Vertaling : Kris biesbroeck

 

14:25 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.