03-01-11

De heilige Ambrosius van Milaan

Heiligenleven

De heilige Ambrosius

 

 

 

Ambrosius van Milaan2.jpg

De heilige Ambrosius van Milaan

 

 

 

De heilige Kerkvader Ambrosius, bisschop van Milaan, 374-391. De ariaanse bisschop, die de zetel sinds 20 jaar bezet had, was gestorven tegen het einde van het jaar 374. Het volk was in de kathedraal bijeen om onder leiding van Ambrosius, de jonge prefect van de stad, een nioeuwe bisschop te kiezen. Er dreigde een steeds groter wordende onenigheid tussen de Orthodoxen en de Arianen, die weinig geneigd waren om afstand te doen van hun machtspositie. Plotseling klonk een kinderstem : “Ambrosius  bisschop!”. Het sloeg in als een bliksemstraal : deze talentvolle, bekwame bestuurder, alom geacht om zijn bezonken en rechtvaardig oordeel en zijn strikte onomkoopbaarheid : er zou geen betere keuze mogelijk zijn. En na enig onduidelijk rumoer galmde door heel de kerk de kreet : “Ambrosius bisschop !”.

En hoezeer deze zich ook verweerde dat hij nog slechts katechumeen was en niet eens gedoopt, dat de canons een voorbereidingstijd eisen, het werd van geen belang tegenover zulk een duidelijke aanwijzing van de kant van God. Wat Ambrosius ook zei of deed, het volk riep dat het de verantwoordelijkheid voor zijn zonde op zich nam. Ambrosius nam de vlucht maar werd ontdekt en teruggebracht. Tenslotte gaf hij zijn verzet op en vroeg alleen nog maar  om niet door een ketter gedoopt te worden.

Hij werd dus gedoopt, doorliep binnen één week alle rangen van het priesterschap, en werd zeven dagen later bisschop gewijd op de 7e december 374, in de ouderdom van 34 jaar. En hij kon van zichzelf zeggen dat hij anderen al moest onderrichten voordat hijzelf was begonnen te leren. Maar tegelijk begon hij met alle energie aan de studie onder leiding van de priester Simplicianus. Hij wtudeerde vooral filosofie en de griekse kerkvaders, onder wie vooral Origenes, de grote Bijbelkenner. Hij ontdeed zich van al zijn goederen en bezittingen door ze groetendeels over te doen aan de Kerk. Get duurde geen drie jaar of zijn roem als bisschop was over heel het Rijk verbreid. Toen de keizer zich in de strijd moest werpen tegen de oprukkende Gothen, vroeg hij Ambrosius om een samenvatting van de orthodoxe theologie om sterker te staan teegenover de argumenten van de verschillende ketterijen. Ambrosius schreef toe een verhandeling in twee delen over Het geloof, en zond het de keizer toe in 379.

Ook veel jonge vrouwen kwamen naar hem toe en vroegen zijn geestelijke leiding. De preken die hij voor hen hield, verzamelde hij op de wens van zijn oudere zuster, de heilige Marcellina, en hij gaf ze uit als boek over de Maagden. Op dezelfde wijze kwam ook een boek over de Weduwen tot stand.

Toen de Gothen veel slachtoffers en slaven hadden gemaakt in Oost-Europa, liet Ambrosius het gouden en zilveren altaargerei uit de kerken van zijn diocees omsmelten om met de opbrengst de slachtoffers te hulp te komen. De Arianen beschuldigden hem toen van heiligschennis maar Ambrosius antwoordde dat het niet de taak van de Kerk was goud op te potten maar het te gebruiken voor de noden van haar kinderen.

Tijdens de Grote Vasten van 384 waren er veel moeilijkheden met de nieuwe, nog heel jonge keizer die, onder invloed van zijn ariaanse moeder, een ariaanse bisschop in Milaan wilde plaatsen. Ambrosius hield de kathedraal dag en nacht bezet, en om de in groten getale opgekomen gelovigen op passende wijze bezig te houden, liet hij de door hem geschreven hymnen zingen en de Psalmen met antifonen “zoals dat in het oosten gebruikelijk was”, zei hij. De telkens herhaalde doxologie : “Eer aan de vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest..” was tegelijk het solide onderricht tegenover de subtiliteiten van de Arianen. Na enige tijd trok de keizer de troepen van de kerk terug. De energieke Ambrosius vond steeds nieuwe manieren om weerstand te bieden tegen de telkens weer’ opdringende staatsmacht, maar hij wilde geen rol spelen op politiek gebied.

Met Pasen werden de katechumenen die in de vasten het onderricht hadden gevolgd, plechtig gedoopt. De beroemste dopeling van Ambtosius is de heilige Augustinus met zijn vriend Alypius (eveneens later bisschop), en zijn onwettige zoon Adeodatus, in de paasnacht van het jaar 387. Ambrosius zorgde zelf voor het onderricht, schreef theologische werken, en dichtte liturgische hymnen, waarvan het nog altijd gezongen “Te Deum” de beroemste is.

Hij heeft gedurende 23 jaar zijn diocees als een vader bestuurd. Hij was een steun der ongelukkigen maar trad streng op tegen de hooggeplaatsten. Van keizer Theodosios vorderde hij strenge kerkelijke boete toen deze 7000 mensen ter dood had veroordeeld om een niet niet zo omvangrijke opstand in Thessalonika de kop in te drukken, waarbij hij hem zei : “Ge moogt het bloed van Christus niet drinken met lippen die zulk een verschrikkelijk vonnis hebben uitgesproken”. Hij deed veel voor de opleiding van de geestelijkheid, schreef praktische raadgevingen en was daarnaast een  begaafd en geïnspireerd dichter. Hij hoorde nog biecht op orthodoxe wijze, met de biechteling in zijn arm, en hij weende mee met de treurnis van de ander.

Ambrosius is gestorven in de nacht na Grote Vrijdag, de 4e april van het jaar 397, terwijl zijn lippen voortdurend bewogen in stil gebed. Zijn lichaam rust in de aan de heilige Ambrosios gewijde baseliek in Milaan.

Uit :  Heiliegenlevens voor elke dag : uitg. Orth. Klooster Den Haag

 

De commentaren zijn gesloten.