04-01-11

Laham : de parochie als eucharistische gemeenschap

 

De parochie als eucharistische gemeenschap

Buiten de eigen specifieke kenmerken van elke parochie, is het voornaamste  kenmerk van elke parochie onze gemeenschappelijke deelname aan de liturgie, onze communio in dezelfde tijdruimtelijke  context aan het Lichaam en bloed van Christus. Het objectief van deze inleiding zal dus zijn , te begrijpen hoe de eucharistie onze gemeenschap oriënteert, ze bijeenbrengt en haar een kracht tot getuigenis geeft.

De term “gemeenschap” betekent “samen verenigd zijn”, een band rond éénzelfde centrum. Dit centrum kan een zelfde belang zijn, een activiteit, een identiteit. De notie van gemeenschap bevat dus zowel een notie van eenheid, maar ook een cirkel, een limiet en dus een kronkel. Vandaag  komt dit veel voor bij gemeenschappen die zich , bijvoorbeeld rond de groepen Facebook verzamelen, de segmenten van de markt die personen hergroeperen die dezelfde koopgedragingen hebben, de blogs die gekenmerkt worden  als zijnde “gemeenschappen”, enz..

Daarentegen bevat het bijvoeglijk naamwoord “eucharistisch” onmiddellijk een notie van openheid die teruggaat op de term “eucharistie”, wat betekent “dank zeggen”, danken – in het bijzonder voor het heilswerk van de Drie eenheid : God wordt mens opdat de mens zou opgenomen worden in Christus, god zou worden, door de genade van de Heilige Geest. Het gaat hier dus om een openheid naar God toe, maar ook impliciet, om een openheid naar al diegenen die dezelfde eucharistie celebreren ( want door te comminiceren aan dezelfde Christus, zijn wij met elkaar verbonden). Door de eucharistie worden wij eenzelfde lichaam en niet alleen op een denkbeeldige wijze : indien een lid lijdt, dan lijden alle leden met hem, om St.Paulus te parafraseren.

Een dubbele beweging van inwendigheid en uitwendigheid

De notie van eucharistische gemeenschap kan ook betrekking hebben op een tweede dynamiek, waar een neerdalende beweging en een sociale – horizontale dimensie elkaar kruisen. Volgens een eerste aanvoelen definieert de eucharistie zich voor alles als een deelname aan het lichaam en bloed van de Verrezene. Mijn persoonlijke ontmoeting met God primeert – de communie wordt het middel waardoor ik gered word. Dit aanvoelen richt zich aldus zo om van de eucharistie een individuele daad te maken, die beantwoordt aan een persoonlijk appèl, als gevolg waarvan ik naar de kerk ga om mij met God te verenigen. Dat mijn medegelovigen dit ook doen is hierbij bijkomstig, ondergeschikt.

Een tweede gevoeligheid zou de neiging hebben om het accent vooral te leggen op het collectieve aspect, op de sociale band. De parochie definieert zich als datgene wat mij aan andere personen bindt in functie van mijn identiteit en mijn religieus toebehoren. Voor mij zal de communautaire geest primeren, de ontmoeting met die of die andere persoon ( en het is anderzijds op deze criteria dat ik zal kiezen naar welke parochie ik ga).

Elk van ons voelt zich meer thuis in deze of die bepaalde gevoeligheid. Het is ook mogelijk dat wij zullen afwisselen en dat wij ons nu eens meer zullen erkennen in de “individualistische” tendens en dan weer in de meer “sociale” dimensie. Niettemin schijnt het dat deze twee “neigingen”, indien zij op een evenwichtige manier worden beleefd in feite complementair zijn en dat zij al hun betekenis geven aan de parochie.

Zoals metropoliet Jean (Zizioulas) ons eraan herinnert in zijn boek L’Eucharistie, l”Evêque et l’Eglise durant les trois premiers siècles (Desclée de Brouwer, coll.”Theofanie”,1994), de gemeenschap met de heilige gaven (verticale dimensie ) is tegelijk een “communio met de heiligen” (’t is te zeggen in brede zin, met alle deelnemers aan het Lichaam en Bloed van Christus). Ons zo tot Christus wenden verplicht ons ertoe ook tot de anderen te naderen(…) In dit verband nodigt de liturgie van de heilige Basilios ons direct na de epiclese uit om deze dubbele communio met God en de andere mensen te vragen :”En allen die aan dit ene brood en deze unieke kelk deelhebben, laten wij ons met elkaar verenigen in de communio van de unieke Heilige Geest”.

De eerste Christenen, een model van eucharistische communio

Het voorbeeld van de eerste christenen, zoals het beschreven staat in de Handelingen der apostelen blijft voor ons het juiste model van de eucharistische gemeenschap. De eerste gedoopten “waren ijverig in de leer van de apostelen, trouw aan de broederlijke liefde, het breken van het brood en het gebed (…) Allen die het geloof bezaten hadden alles gemeenschappelijk. Zij verkochten hun eigendommen en hun goederen en verdeelden alles aan allen volgens hun behoefte. Dag na dag kwamen zij één van hat in de tempel bijeen en braken het brood in hun huizen, namen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart. En elke dag voegde de Heer diegenen toe die zullen gered worden” (Hand. 2,42-47).

Wij vinden hier de dubbel dynamiek van de christelijke gemeenschap, inwendig en uitwendig, verticaal en horizontaal : essentieel gecentreerd op het Woord en het breken van het brood, ze breidde zich uit zonder ophouden, totaal naar God toe gekeerd geeft zij tegelijk een plaats aan de ander doorheen de vreugde van de gemeenschappelijke maaltijd of de verdeling der goederen.

Anderzijds, karakteriseert deze eerste gemeenschap zich door de diversiteit van zijn “wijzen van zijn” en haar actie gebied : de liturgie, het gebed, de missionaire actie.. In zekere mate schijnt geen enkel aspect van het leven te ontsnappen aan de eucharistische communio.

Van  onze kant past het ons af te vragen of na twee duizend jaar, deze daadkracht van de eucharistische gemeenschap actueel is gebleven en of onze parochies bekwaam zijn de vlam die de eerste christenen deed ontbranden  levendig is gebleven.

De wijzen van zijn van de eucharistische gemeenschap.

Zelfs al kan het banaal schijnen om er aan te herinneren, het Geloof vertegenwoordigt de eerste voorwaarde voor het bestaan van een parochie. Het verschil tussen een parochie en elke andere vereniging is voor alles het Geloof, de aanhankelijkheid aan iets die niet vanzelf gaat, en in feite de aanhankelijkheid aan Iemand, een Gans-Andere. Het lijkt mij dat wij ons altijd zouden moeten afvragen hoe ons geloof te vermeerderen opdat we niet zouden vervallen in een simpel humanisme ( of misschien in het ritualisme). De parochiegemeenschap steunt dus voor alles op mijn geloof, een persoonlijk opgenomen geloof, maar een geloof ook dat ik deel met de andere leden van de gemeenschap. Daarom moet men zich afvragen hoe wij dat geloof in het parochiale leven kunnen uitdrukken, hoe wij de gelijkvormigheid tussen eucharistie en geloof reëel kunnen vestigen. Op deze vragen kunnen twee antwoorden worden gegeven.

Samen zich verenigen en deelnemen aan de liturgie

Het geloof dat “God onder ons” is en dat Hij zich tegenwoordig stelt “telkens wanneer twee of drie in zijn naam verenigd zijn” openbaart zich in het eenvoudige feit om zich een “vergadering” te vormen (wat de betekenis is van de term ‘Kerk’), in wat Vader Alexander Schmemann heeft genoemd “het sacrament van de vergadering” in zijn boek L’Eucharistie, Sacrament du Rouaume (Editions YMCPress/OEIL, coll.”L’Echelle de Jacob”, 1985), , ’t is te zeggen, dit mirakel waardoor “zondige  en onwaardige personen het lichaam van Christus worden”. Als wij  ons geloof manifesteren, een actieradius geven aan God, is het nodig dat wij bijeenkomen om zich tezamen met God te verenigen. Daaruit vloeit de noodzaak voort van een fysieke aanwezigheid in eenzelfde plaats en verder, een bewuste en totale deelname aan de eucharistie van alle gelovigen, van een gemeenschappelijke actie die alle gelovigen betreft (betekenis van het woord ‘Liturgie’).

Elk woord naar God gericht – uitgesproken met verheven stem of in het innerlijk van het hart – is een daad van geloof die de hoop van de bijeenkomst onderhoudt. Wij geloven in het bijzonder dat het gebed in de Kerk, in de bijeenkomst, wordt beluisterd, want mijn persoonlijk geloof wordt er, zo kan men zeggen, vervolledigd en versterkt. Zo bestaan er in de liturgie enkele specifieke momenten waar de gebedsintenties meer uitdrukkelijk zijn, meer particulier, meer gedurfd ook, maar altijd in de onderwerping aan Gods wil. Men kan denken aan de dringende gebeden na het Evangelie, waar wij voor elkaar bidden, voor de naasten van de anderen (de zieken, de zwangere vrouwen, de gestorvenen, enz…). De Grote Intocht of het gebed direct na de épiclese ( bijzonder uitvoerig in de liturgie van de heilige Basilios) zijn andere gelegenheden om tot God onze persoonlijke intenties te richten.

De roeping van elke parochie is zonder twijfel verbonden met de ernst waarop wij deze gebeden beschouwen. Hoe beluisteren wij de soms lange lijst met de namen van de overledenen ? Hoe kunnen wij ons gebed intensifiëren opdat wij de vragen van andere leden van de gemeenschap tot de onze maken ? Kan men ook niet ergens anders gebedsintenties die meer specifiek zijn inlassen? (….)

De missionaire roeping van de parochie

 

Zoals Christus, offert en draagt de eucharistische gemeenschap in de liturgie alle lijden van de wereld op aan de Vader. Verenigt met de glorievolle Christus in het lijden gelooft zij dat zij een boodschap van hoop kan brengen aan de wereld, dit vereist een uitgaan uit zichzelf, een beweging naar buiten toe.

In zijn boek over”Le Mystère de L’Eglise” (Cerf,2003), inspireert Vader Boris Bobrinskoy zich op de bewegingen van het hart om deze realiteit uit te drukken : “ In de hartcontractie(systole) heeft men het opeenhopen, het toestromen van het bloed in het hart. In de distole, de vernieuwing van de lichaamscellen door het bloed, dat zelf vernieuw is door de goddelijke Adem” Zo ook, bij de offerande van de gehele wereld in de liturgie ( in het bijzonder bij de Grote Intocht), correspondeert de offerande  met de wereld van de verkondiging van de blijde boodschap, het getuigenis in onze levens van het bestaan van het Koninkrijk.

Deze beweging van uiterlijkheid vindt haar plaats in het ‘laat ons in vrede heengaan” die, in plaats van de liturgie te sluiten haar werk doet in de wereld –“de liturgie na de liturgie”, ’t is te zeggen onze zending als christen.”Meer dan ooit verwacht onze wereld in crisis (…) van de eucharistische communauteit dit getuigenis van vreugde welke het goede nieuws ons brengt in het Koninkrijk van de Ontmoeting, die alle “aardse voedingsmiddelen”doet verbleken voor de moderne mens die vruchteloos naar zijn absolute dorst hunkert(…) ” aldus Costi Bendaly, libanees orthodox denker die bijzonder heeft bijgedragen  tot de initiële vernieuwing in de Beweging van Orthodoxe jongeren (MJO) in het Midden Oosten.

Deze openheid die zich aan de gelovige opdringt ( en die haar bron put aan het innerlijk leven van de communauteit) kan verschillende vormen aannemen : doorheen de ontmoeting met andere christenen maar ook – en wellicht vooral- met de niet-gelovigen.

De openheid op de anderen

Men kan hier de verschillende vormen van openheid van de parochie in lijst brengen door concentrische vormen, vertrekkend van de personen die dicht bij ons staan om te gaan tot de andere christenen, niet orthodoxen. De parochie richt zich vooreerst op haar oud-leden, die vertrokken zijn om persoonlijke redenen (bijvoorbeeld door te verhuizen). De vraag is te weten hoe wij contact met hen kunnen onderhouden is te onderzoeken  volgens de verschillende contexten en de verschillende mogelijkheden ( persoonlijk bezoek, tijdschrift of site van de parochie, e-mailen enz..

De parochie heeft slechts zijn betekenis wanneer zij verbonden is met een bisschop, die garant staat voor de eenheid van de Kerk en haar conformiteit met het Evangelie, en dus garant is voor de eucharistie. De communio met de bisschop verzekert de realiteit van onze eucharistie en getuigt dat zij geen individuele geïsoleerde ritus is maar een communio met de totaliteit van de gelovigen. Zo wordt door de Bisschop de openheid van de parochie op het geheel van de gelovigen mogelijk gemaakt. Deze eenheid met de Bisschop drukt zich uit doorheen de relatie die wij kunnen ontwikkelen met de andere parochies van het diocees. Daden kunnen ondernomen worden om onze band met de Kathedraal te verstevigen. Anderzijds kunnen samenvoegingen tussen parochies ondernomen worden.

De roeping van gans de parochie is anderzijds de banden tussen de orthodoxen te verstevigen. Het historisch getuigenis van een zeker aantal parochianen in de (Franse) Orthodoxe Fraterniteit getuigen reeds hiervan. Kan de aanwezigheid in de grote steden van een grote verscheidenheid van orthodoxe kerken van verschillende tradities geen uitnodiging zijn om mekaar beter te leren kennen en de eenheid te concretiseren ? Het bezoek aan parochies van andere tradities, de organisatie van een interparochiale catechese of nog : de progressieve introductie – zonder syncretisme- in de schoot van onze liturgische praktijk van parels van de Levendige liturgische Traditie van de ene Kerk, zouden wellicht het bouwen van bruggen kunnen bevorderen tussen de verschillende orthodoxe gemeenschappen.

Ten slotte, over de zuivere orthodoxe sfeer heen, zou de parochie kunnen bijdragen tot een betere dialoog met de zogenaamde christenen van het Oosten ( ’t is te zeggen leden van de pre-chacedonische Kerken – Armeniërs, Kopten, de Kerk van Indië enz…) en ook met de Katholieken en de protestanten, waarmee wij ons soms verenigen met diepe vriendschapsbanden. Het deelnemen aan groepen van bezinning, Bijbelstudie of gebed met christenen van andere confessies moet in feite een dubbel getuigenis bevatten : voor de niet-orthodoxen ,de rijkdom van onze traditie; voor de andere orthodoxen die minder spontaan geneigd zijn om toe te treden tot de oecumenische ontmoetingen: de kracht van het geloof en het gebed die ons kunnen aanzetten om te communiceren met andere christenen.

De openheid over de grenzen van het “religieuze” heen.

Ten slotte, het behoort tot de parochie om over de grenzen van de specifieke religieuze sfeer uit te stralen en een manier van uitdrukking te vinden die adequaat  is in de “profane” wereld. In de conferentie die hij gegeven heeft over dit thema en die uitgegeven is in een klein boekje getiteld “Le témoignage de la communauté eucharistique “(Editions An-Nourn Beyrouth, 1992), toont Costi Benali dat “de eucharistische gemeenschap zich niet mag ontdoen van deze essentiële dimensie van haar getuigenis die ingeschreven staat in de historische concrete engagementen, in de dagelijkse strijd, in haar hoop op het Koninkrijk”. En hij verduidelijkt dat men “de reikwijdte van het heil in het zuivere religieuze” niet mag beperken, onderlijnend dat “het heil van Christus een radicale bevrijding is uit elke miserie, elke beroving, elke vervreemding” Vader Cyrille Argenti citerend, nodigt hij ons uit om niet “weg te vluchten in de eucharistische celebratie en daarbij de strijd in de wereld te ontvluchten”.

Vanaf dan kunnen wij ons afvragen wat wij moeten doen om niet te vervallen in een dualisme “spiritueel leven/dagelijks leven”, hoe kunnen wij historische daden stellen, hoe nederig bijdragen om de wereld om te vormen ? Deze vraag is zeer groot, werkelijk, en verdient een diepgaande bezinning. Men kan hierbij  twee voorstellen formuleren, die verre van de pretentie hebben  rond de vraag heen te draaien.

Het vasten van het delen

Het eerste betreft de band tussen ons vasten (in het bijzonder deze van de grote vasten) en de ondersteuning van de meest kwetsbaren. “Vasten om die armer is dan wijzelf te ondersteunen”, dit is de betekenis van de collecte die over het algemeen gehouden wordt in de parochies bij het begin van de Vasten. Het is een Vasten van het verdelen, want het staat toe om mensen te helpen met het geld dat wij hebben geschonken. Costi Bendaly toont dat het hier gaat “om te antwoorden op de consumptiemaatschappij door de bekering van het verlangen, om niet meer  te verspillen, maar om getransformeerd te worden in Christus, worden zoals Hij en in Hem, gave, onthaal en delen”

De tweede suggestie zal een appèl inhouden voor een investering in het leven van elke dag, onder de inspiratie van een heilige als Moeder Maria, wiens leven in dienstbaarheid radicaal was. Velen onder ons zijn reeds geëngageerd, ten persoonlijke titel, in verenigingen als het ACAT (vereniging in Frankrijk voor de afschaffing van het martelen), Montgolfière (hulp aan de mensen zonder papieren), Sint Egidio enz..om er maar enkele te citeren. Zou men niet kunnen profiteren van de ervaringen van sommige parochianen om deze verenigingen te leren kennen door bijvoorbeeld een forum van verenigingen op te richten ? Zou onze parochie  discreet en gevrijwaard van elke politieke inmenging geen soort van draaiende schijf kunnen worden van  belangeloze hulp ?

Het teken van Gods aanwezigheid in de wereld

Zo vormen de verschillende wijzen van zijn van de eucharistische gemeenschap het teken van de tegenwoordigheid van God in de wereld.  Een gebed kan ons helpen om bewust te worden van deze bijzondere zending, een gebed dat zodanig permanent  en voortdurend herhaald wordt in onze liturgie dat wij het niet meer horen; dit gebed duidt expliciet op de roeping van de parochie welke is : onze persoonlijkheden,de andere gelovigen en het geheel van de wereld rond Christus bijeen te brengen. Dit gebed is in feite een oproep, een vermaning, een bemoediging; over het algemeen geformuleerd door de diaken, en zij gebied ons om “onszelf, mekaar en gans ons leven aan Christus onze God toe te vertrouwen.

Jean Jaques LAHAM

Jean jaques LAHAM is van oorsprong Libanees, deed zijn studies in Frankrijk. Hij is gedipomeerde van de “Ecole des hautes études commerciales”. Hij is consultant in het beheer van ondernemingen. Hij is verbonden zowel aan de libanese orthodoxe communauteit (patriarchaat van Alexandrië)als aan de Franstalige parochie van de Crypte van de heilige Drie eenheid, rue Daru te Parijs.

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

10:09 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.