26-01-11

Basilios : Aan allen, die Hem ontvingen, gaf Hij de macht om Gods kinderen te worden

 

H. Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar 
Homilie over de heilige generatie van Christus, 2.6 ; PG 31, 1459v 
"Aan allen, die Hem ontvingen, gaf Hij de macht om Gods kinderen te worden"
    

Basilios 3.jpg

Basilios
God op aarde, God onder de mensen! Deze keer verkondigt Hij niet met bliksem, bij trompetgeschal, op een rokende berg, in de duisternis van een verschrikkelijke storm (Ex 19,16v), maar Hij toont zich op een zachtaardige en vredige wijze in een menselijk lichaam, aan de mensheid, God in het lichaam!... Hoe kan de Godheid in het lichaam wonen? Zoals het vuur in het ijzer woont, niet door de plaats waar het brandt te verlaten, maar door in contact te blijven. Het vuur werpt zich immers niet op het ijzer, maar blijft op zijn plaats, Hij deelt zijn kracht met hem. Daarin wordt hij niet verminderd, maar hij vult het hele ijzer met wie hij in contact staat. Zo gaat ook God, het Woord, die "onder ons woont", niet uit zichzelf. "Het Woord dat is vlees geworden" ondergaat geen verandering: de hemel is niet ontledigd van hetgeen hij bevatte, en toch heeft de aarde in haar schoot Degene ontvangen, die in de hemel is.
      Dring tot dat mysterie door: God is in het lichaam om de dood, die zich erin verborgen houdt, te doden... "Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen" (Tit 2,11), toen "de Zon der Gerechtigheid opging" (Ml 3,20), "is de dood opgeslokt en overwonnen" (1Kor 15,54) omdat ze niet samen kon bestaan met het ware leven. O diepte van de goedheid en van de liefde van God voor de mensen! Laten we met de herders glorie brengen, laten we met het engelenkoor dansen, want "vandaag is de Redder geboren. Hij is de Messias, de Heer" (Lc 2, 11-12).
      "God de Heer verlicht ons" (Ps 118,27), niet in zijn gedaante van God, om onze zwakheid niet te verstikken, maar in de gedaante van dienaar, om vrijheid te verlenen aan hen die veroordeeld waren tot dienstbaarheid. Wie heeft zo'n ingeslapen hart en is zo onverschillig, dat hij er zich niet over verheugt, jubelt van blijdschap en straalt van vreugde ten aanzien van deze gebeurtenis? Het is een gemeenschappelijk feest voor heel de schepping. Allen moeten er aan bijdragen, niemand mag zich ondankbaar tonen. Laten ook wij onze stem verheffen om onze blijdschap uit te zingen!
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

De commentaren zijn gesloten.