08-03-11

Vastenboodschap van Patriarch Bartholomeus

 Pateriarchale boodschap naar aanleiding van de Grote en Heilige Vasten 2011

 

200px-Bartolomew_I.jpg

 

 

+ B A R T H O L O M E O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME, EN OECUMENISCH PATRIARCH
AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK,
GENADE EN VREDE ZIJ U VAN ONZE REDDER EN HEER JEZUS CHRISTUS,
EN VAN ONS ZEGEN EN VERGEVING

Broeders en geliefde kinderen in de Heer,

“De renbaan van de deugd is geopend, wie wil strijden, laat hem binnen treden en zich omgorden voor de goede wedloop van de vasten” (Triodion Vergevingszondag). De renbaan is geopend, of beter gezegd, was al open, sinds het de albarmhartige Heer der Heerlijkheid behaagde de menselijke natuur aan te nemen. Vanaf die tijd roept Hij, door middel van Zijn Kerk, ieder mens om deel te hebben aan de oneindig grote genadegaven van de Alheilige Geest, vooral gedurende deze gezegende periode van de veertig dagen van de Heilige Grote Vasten.

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Onze waarachtige God, die aanbeden wordt in de Drieëenheid, is de oneindige goedheid zelf, en Hij heeft het mensengeslacht uitsluitend en alleen uit liefde geschapen. Hij wilde, voor zover dat mogelijk is voor de menselijke natuur, de mensen deelgenoten maken van de grootheid van Zijn goddelijke heerlijkheid. Dat is het unieke doel van het menselijke leven in iedere tijd. Heel de heilige, Geest-dragende  traditie van onze orthodoxe kerk is er op gericht om dit doel te verwezenlijken. Daarom onderricht zij, verklaart zij en belicht zij heel het spectrum van het geestelijk leven en de veelzijdige geestelijke strijd, waarop de gelovige ziel zich altijd dapper moet toeleggen.

Iedere Christen ontvangt door het heilige Mysterie van de doop de genade van de Heilige Geest. Wanneer iemand met heel zijn goede wil begint God lief te hebben, dan laat de genade, op onverklaarbare wijze, hem delen in de rijkdom van haar goederen. Degene die er naar verlangt om deze ervaring van de genade vast te houden, zal met veel vreugde trachten om uit zijn ziel al de vergankelijke goederen van deze wereld op zij te zetten, om de verborgen schat van het waarachtige leven te verwerven. Naarmate de ziel voortgang maakt in het geestelijk leven verschijnt het daaraan gerelateerde goddelijke geschenk van de genade, namelijk de in de diepte verborgen goedheid van de Heer, die een veilige gids wordt bij de veelzijdige strijd (vgl. H. Diadochos hfst 77).

Deze geestelijke strijd is voor iedere gelovige een voortdurende strijd en daarom is het noodzakelijk dat men iedere dag, ieder moment van de dag, een nieuw begin maakt: “De tijd is aangebroken, het begin van de geestelijke wedloop, van de overwinning over de demonen, van de gepantserde zelfbeheersing, van de luister van de engelen, van de vrijmoedigheid bij God.” (Eer-stichier van de lofpsalmen van  vergevingszondag). De heilige Veertigdagentijd is een blijvende basis van de geestelijke heropleving en  vernieuwing van de mens. Daarom wijst de hymnendichter van het Triodion ons terecht op de essentie hiervan, wanneer hij zegt dat de lichamelijke vasten door onthouding van voedsel, gevolgd moet worden door reinheid die voortkomt uit de strijd om bevrijding van de hartstochten. Wanneer dat niet zo is, kan die vasten niet resulteren in verbetering van het leven, en zal deze door God als leugenachtig veracht worden (Wo. Apost. vd Lofpsalmen Zuivelweek).

De mogelijkheid dat de mens zijn geest [nous] kan concentreren op het verkrijgen van de kennis van God, en dat hij zijn geest kan terugtrekken uit de verstrooiing die veroorzaakt is door een hartstochtelijke gerichtheid op de schepping, is een inspannend en langdurig werk. Toch is dit onontbeerlijk en bepalend voor zijn geestelijk bestaan, en heel zijn sociale leven. De weg van de deugd lijkt hard in de ogen van hen die hiermee beginnen, en overdreven en onplezierig.  In werkelijkheid is dit niet waar, maar dit lijkt zo omdat de menselijke natuur gewend is geraakt aan gemak en genoegens. Voor wie meer dan halverwege is, blijkt de weg aangenaam en gemak­kelijk. (H. Diadochos hdfst.93).

Er zijn soms mensen die het grote mysterie van de vroomheid niet kennen, en die de orthodoxe ascetische traditie als iets verwerpelijks beschouwen. Zij menen dat dit de mens berooft van de creatieve verbeelding en het eigen initiatief, en in het algemeen van het genieten van het leven en de vreugde die daaruit voortkomt. Niets is echter minder waar. Alles wat God geschapen heeft, heeft Hij zeer goed geschapen, en Hij heeft het ons geschonken opdat wij ons erover zouden verheugen en ervan zouden genieten, en opdat het een aanleiding zou zijn tot voortdurende lofprijzing van onze Weldoener. Gods geboden leiden ons en beschrijven voor ons de juiste manier om Zijn Gaven te gebruiken. Ook ons lichaam en onze verbeelding en al onze geestelijke vermogens samen met al de materiële goederen worden dan werkelijk vreugdebrengend en weldoend voor ons leven. Hier tegenover staat dat het arrogante eigenwettige gebruik van deze materiële goederen, minacht wat de Schepper voor Zijn schepselen bepaald had. Dit misbruik bevredigt slechts voor een kort moment de waanzinnige arrogantie van de mens, zijn verwachtingen komen niet uit en dit leidt tot wanhoop, stress en verdriet.

Onze Verlosser, Die waarachtig God is en waarachtig mens, Die op onkenbare wijze gekend wordt door de nederigen die Zijn ongeschapen genade ontvangen, de Heer der heerlijkheid en Heer van de geschiedenis, Die harten en nieren doorgrondt, Die door Zijn goddelijke voorzienigheid het heelal tezamen houdt, vanaf het kleinste deeltje van Zijn schepping tot aan het voor het menselijk verstand onvatbare heelal, is door alle tijden heen de Weg, de Waarheid en het Leven. Zoals de Persoon Jezus Christus, de Bron van het leven, niet vastgehouden kon worden door de dood, maar deze vermorzelde en opstond, zo is het eveneens onmogelijk een volwaardig menselijk leven te leiden, zonder deel te hebben aan het levenschenkende Lichaam van de opgestane Christus, Zijn orthodoxe Kerk en de door de Heilige Geest geïnspireerde traditie. Kortom, de Heer blijft in eeuwigheid, terwijl de bedenksels van hoogmoedige mensen leugens zijn, zoals de Heilige Diadochos nadrukkelijk zegt: “niets is armzaliger dan de geest die buiten God om filosofeert over Gods zaken” (Filokalia) .

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Bij het aanbreken van de heilige Grote Veertigdagentijd sporen wij u allen vaderlijk aan, om zonder angst of dralen, dapper en met heel uw zielskracht, vooruitgang te maken met het belangrijkste werk van ons leven, in de renbaan van het geestelijk werk, zodat gij uw zielen en lichamen zult reinigen van iedere smet en het Koninkrijk Gods zult bereiken, dat nu reeds aangebroken is in het tegenwoordige leven, voor allen die het oprecht uit heel hun ziel zoeken.

De genade Gods en Zijn oneindige barmhartigheid zij met u allen.

Heilige Grote Vasten 2011

+ Bartholomeos, Aartsbisschop van Konstantinopel,
vurige voorspreker voor u allen bij God.

 

09:38 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.