06-06-11

Heilige Theodosios de Grote

Heiligenleven

 

De heilige Theodosios de Grote

 

Theodosios the cenobiarch.jpg

 

Theodosios de Grote - De eerste kenobiet

 

 De heilige Theodosios de Grote, de eerste Kenobiet. Als jongeman trok hij weg uit Kappadocië op bedevaart naar het heilig land, en ook om de beroemde woestijnvaders in Syrië te bezoeken. Zo kwam hij bij de heilige Simeon de Styliet, de Zuilbewoner, in de streek van Antiochië. Deze voorzegde hem dat hij aan het hoofd van veel kloosters zou komen te staan om veel zielen aan de macht van de duivel te ontrukken. Theodosios geloofde daar niet in, want heel zijn verlangen ging uit naar een geestelijk leven in volkomen eenzaamheid. Na een periode van opleiding leefde hij inderdaad geheel alleen in een grot bij een kleine oase, waar enkele dadelpalmen groeiden en waar wat groenten kon worden gekweekt. Bij de schaarse contacten met bezoekers bleek echter dat hij de gave van geestelijke leiding bezat, en toen hij, na lang aandringen van hun zijde, eenmaal enkelen van hen als leerling had aanvaard, was de toevloed van nieuwe zoekenden niet meer tegen te houden. Er ontstond een grote gemeenschap waarvoor Theodosios een kerk moest bouwen, verschillende monnikshuizen, een hospitaal en een groot gastenhuis. Zo ontstond het eerste klooster dat werd ingericht volgens de ideeën van de heilige Basilios, waarbij werd uitgegaan van een gemeenschappelijk leven. God zegende zichtbaar deze levenswijze, want hoewel de toekomst er vaak dreigend uitzag door de armoede van de grond die niet in staat was te voorzien in de behoeften van zulk een menigte broeders, nog vermeerderd door grote aantallen armen en pelgrims, werd het dreigend gebrek telkens weer afgewend door de gebeden van de heilige, waardoor de voorraden vaak op wonderbare wijze werden aangevuld. Veel monniken uit zijn klooster werden ook gekozen als bisschop, of als abten van andere kloosters, zodat de voorspelling van de heilige Simeon letterlijk in vervulling ging. Door dit alles werd Theodosios een man van gezag, ook op kerkelijk terrein, en speelde hijn ook een beslissende rol in de strijd tegen de ketterijen van Eutyches en de Monofysieten. Daarom werd hij ook door de keizer in ballingschap gezonden, maar deze gedwongen ontberingen konden zijn lichaam niet breken dat door zoveel vrijwillige askese was gehard. Hij stierf, 105 jaar oud in 529 en werd met grote eerbied begraven in de grot waarin hij zo lang had geleefd.

Uit : heiligenlevens voor elke dag.Uitg.Orth.klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.