31-08-11
Johannes Chrysostomos : U bent allen broeders
H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna vanConstantinopel, Kerkleraar
8e Homilie over de brief aan de Romeinen, 8 ; PG 60, 464
"U bent allen broeders"

afsterven van Johannes Chrysostomos
"Daar waar er twee of drie in mijn naam aanwezig zijn, zegt Jezus, daarben Ik in hun midden" (Mt 18,20)... Maar wat zie ik? Christenen die onderhetzelfde vaandel dienen, onder dezelfde leiding, verscheuren elkaar enzichzelf: de een voor een beetje goud, de ander om de eer, sommigen zonder eenenkele reden, anderen om een goed woordje!... Onder ons is de naam broederseen ijdel woord geworden...
Respecteer de heilige tafel waartoe wij allen bijeengeroepen zijn;respecteer Christus die voor ons is geofferd; respecteer het offer dat ergeofferd wordt... Na aan een dergelijke tafel te hebben deelgenomen en aandergelijk voedsel te hebben deelgenomen door de communie, nemen wij dan dewapens op tegen elkaar, terwijl we ons allen samen moeten wapenen tegen deduivel!... Vergeten wij deze tegenstrever door de pijlen tegen onze broederste richten? –Welke pijlen bedoelt u, zult u zeggen?- Die van de tong en delippen. Er zijn niet slechts pijlen met ijzeren punten die verwonden: bepaaldewoorden veroorzaken veel diepere wonden.
Chrysostomos
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
11:54 Gepost door kris in Bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
30-08-11
De heilige Bessarion
Heiligenleven
De heilige Bessarion

De heilige Bessarion was een van de grote woestijnvaders die in het Vadersboek beschreven staan. Van hem wordt verhaald hoe hij eens 40 dagen en nachten tussen scherpe doornstruiken was gaan staan om zijn slaperigheid te over winnen. En wanneer hij sliep ging hij zelfs niet liggen om het gemakkelijker te hebben : hij sliep staande en soms zittend. Hij had geen woonplaats, maar hij trok door onbewoonde streken. Ook als hij een klooster bezocht, sliep hij buiten, steeds klagend over de rijkdommen die hij verloren had. Hij bedoelde daarmee de hemelse goederen, die hij verloren had door de zonde. Hij was nauwelijks gekleed en had verder niets bij zich. Zo behoorde hij tot de geweldenaars, waarover Christus sprak, die het Koninkrijk in bezit nemen. Dit kwam tot uiting in de gave van wonderen, welke hem was verleend. Hij deed water vloeien uit een rots toe hij erop sloeg, en een langdurige droogte nam een einde toen hij om regen gebeden had. Hij leefde eind 4e en begin 5e eeuw.
Toen eens een broeder die een fout had begaan, door de priester de kerk werd uitgestuurd, stond abba Bessarion op en ging met hem mee, zeggend : “Ik ben immers een zondaar’. Het laatste woord dat van hem opgetekend werd toen hij stervende was, luidde : “De monnik moet zijn zoals de Cherubim en Serafim : geheel en al oog’. Dit had hij ook ten uitvoer gebracht in zijn leven. Hij was vrij van alle gejaagdheid en zorg en zwierf rond als een dier van het veld, zonder acht te slaan op hitte of koude. Hij trok door bergkloven in woeste streken en liep daarbij vaak verwondingen op. Ook maakte hij uitgestrekte tochten door de zandwoestijn en kwam in kloosters aan als een schipbreukeling die niet wist waar hij aan land spoelde.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag : Uitg.Orth.klooster Den Haag
10:05 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
27-08-11
11e zondag na Pinksteren : over de vergeving
11e zondag na Pinksteren
"over de vergeving"

EERSTE LEZING :
1 Kor.9,2-12
Ook al erkennen anderen mij niet als apostel, u zou het wel moeten doen, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. Ziehier mijn verdediging tegen wie zich een oordeel over mijn apostelschap aanmatigen. Hebben wij geen recht op eten en drinken? Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas? Of zouden nu uitgerekend Barnabas en ik in ons eigen levensonderhoud moeten voorzien? Wie gaat er nu op eigen kosten in krijgsdienst? Wie plant er een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie hoedt er een kudde en drinkt niet van de melk? Dit is niet alleen een algemene waarheid, het staat ook in de wet, want in de wet van Mozes staat: ‘U mag een dorsend rund niet muilbanden.' Maar bekommert God zich dan om runderen? Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.' Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten? Als anderen hierop al aanspraak kunnen maken, kunnen wij het dan niet des te meer? We hebben echter geen gebruik gemaakt van onze rechten; integendeel, we verdragen alles, omdat we de verkondiging van het evangelie van Christus niets in de weg willen leggen. U weet toch dat wie in de tempel dienstdoen daarvan
Evangelielezing :
Matth. 18,23-35
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: "Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen." Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: "Betaal me alles wat je me schuldig bent!" Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: "Heb geduld met mij, ik zal je betalen." Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: "Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?" En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.'
10:33 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
26-08-11
Architectura sacra (video)
Architectura sacra
12:00 Gepost door kris in Video | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
25-08-11
Johannes Chrysostomos : gebed voor de dag
GEBED VAN DE HEILIGE JOHANNES CHRYSOSTOMOS
GEBED VOOR DE DAG
1. Heer, neem Uw hemelse goederen niet van mij weg.
2. Heer, verlos mij van de eeuwige kwellingen.
3. Heer, vergeef mij de zonden die ik in geest en hart, in woord en daad heb begaan.
4. Heer, verlos mij van alle onwetendheid en kille onbewogenheid van hart.
5. Heer, verlos mij van alle verzoeking.
6. Heer, verlicht mijn hart dat door boze overleggingen is verduisterd.
7. Heer, ik heb gezondigd, ontferm U over mij als de lankmoedige God, want Gij ziet de onmacht van mijn ziel.
8. Heer, zend mij Uw genade tot hulp en ik zal Uw heilige Naam loven.
9. Heer Jezus Christus, schrijf mij, Uw dienaar, op in het boek des levens en schenk mij een behouden einde.
10. Heer mijn God, ook al heb ik niets goeds verricht voor Uw Aangezicht, help mij door Uw genade een goed begin te maken.
11. Heer, besprenkel mijn hart met de dauw van Uw genade.
12. Heer van hemel en aarde, gedenk mij, Uw zondige, onbeschaamde en onreine dienaar, in Uw Koninkrijk. Amen.
10:59 Gepost door kris in Bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
24-08-11
Macarios : komt naar het bruiloftsmaal
H. Macarius (? - 405), monnik in Egypte
Geestelijke overwegingen, n° 15, § 30-31

"Komt naar het bruiloftsmaal"
Als in de zichtbare wereld een heel klein volk zich verzet tegen dekoning door hem de oorlog te verklaren, dan neemt de laatste geen moeite omtegen hen in actie te komen, maar hij stuurt zijn soldaten met hun generaalsen deze binden de strijd aan. Als daarentegen het volk dat tegen hem inopstand komt erg machtig is en in staat is om zijn koninkrijk te verwoesten,dan ziet de koning zich verplicht om zelf, met zijn hofhouding en zijn legeractie te voeren en de strijd aan te gaan. Zie dus hoe waardig u bent! God zelfis met zijn eigen leger, daarmee bedoel ik de engelen en de heiligen, de stijdkomen voeren; Hijzelf komt u beschermen om u te verlossen van de dood. Heb dusvertrouwen en bemerk de voorzienigheid waarvan u het onderwerp bent.
Nog een voorbeeld uit het leven. Stellen we ons een koning voor die eenarm en ziek mens ontmoet en geen afkeer van deze persoon heeft, maar die dewonden geneest met heilzame middelen. Hij neemt hem op in zijn paleis,bekleedt hem met een purperen kleed, omgordt hem met een diadeem en nodigt hemuit aan zijn tafel. Zo benadert Christus, de hemelse koning een ziek mens, Hijgeneest hem, laat hem aan zijn koninklijke tafel zitten, en dat zonder zijnvrijheid geweld aan te doen, maar door hem met overreding ertoe brengt om eendergelijke hoge eer te aanvaarden.
In de Schrift staat overigens geschreven dat de Heer zijn dienstknechtenstuurde om hen die graag zouden willen komen, uit te nodigen, en Hij kondigdehen aan: "Mijn maaltijd is gereed!" Maar zij die geroepen waren,verontschuldigden zich... Ziet u, Degene die de oproep deed, was klaar, maarde geroepenen hielden de boot af; ze zijn dus verantwoordelijk voor hun eigenlot. Dat is de grote waardigheid van de christenen. De Heer heeft voor hen hetKoninkrijk bereid, en Hij nodigt hen uit om binnen te komen; maar ze weigerenom te komen. Ten aanzien van de gave die ze moeten ontvangen, kan men zeggendat als iemand... ellende verdraagt sinds de schepping van Adam tot aan heteinde van de wereld, dat hij niets heeft gedaan in vergelijking met deheerlijkheid die hij zal erven, want hij zal regeren met Christus tot aan heteinde der tijden. Glorie aan Hem die deze ziel zo lief heeft, dat Hij zichzelfaan haar heeft gegeven en heeft toevertrouwd, zo is zijn genade! Glorie aanzijne Majesteit!
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
17:45 Gepost door kris in Bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
22-08-11
Heiligenleven : heilige Filothea Venizelou
Heiligenleven
De heilige Filothea Venizelou

De heilige Filothea Venizelou was het enige kind van een rijke atheense familie. Haar verlangen was om moniale te worden, maar uit liefde voor haar ouders aanvaardde zij om te trouwen. Het was geen gelukkig huwelijk, maar na drie jaar stierf haar echtgenoot, zodat Filothea vrij was om haar verlangen te volgen en zich aan het monastieke leven te wijden. Zij stichtte een kloostergemeenschap die vele meisjes en vrouwen aantrok. Met grote edelmoedigheid zette zij zich in voor armen en verdrukten, en nhaar naam werd tot ver in de omtrek bekend. Daardoor vonden ook vier christenmeisjes, die als slavinnen door hun turkse bezitter mishandeld werden, de moed om te vluchten en haar om bescherming te vragen. Daarop werd Filothea gearresteerd, maar zij verklaarde liever de marteldood te willen sterven dan hun schuilplaats te verraden
Bij die gelegenheid zou zij echter niet sterven, want enige rijke christenen brachten geld bijeen om de eigenaars van de slavinnen schadelolos te stellen, en waarschijnlijk ook om het gerecht om te kopen. Filothea werd vrijgelaten en keerde naar haar klooster terug. Enige tijd later werd zij echter het slachtoffer van de wraak der Turken, die tijdens de dienst in de kerk inbraken en haar zodanig afranselden dat zij enige tijd later aan haar verwondingen bezweek, 1589. Zij was toen 67 jaar oud.
De heilige Filothea is een van de beschermheiligen van Athene. Bij haar jaarlijks feest worden haar relieken gedragen door leden van de familie Venizelou.
Bron : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orth.klooster Den Haag.
10:22 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
20-08-11
10e zondag na Pinksteren : genezing van de maanzieke
10e zondag na Pinksteren
'de genezing van de maanzieke' (bezetene)

miniatuur uit een middeleeuw handschrift
EERSTE LEZING : 1 Kor.,4.9-16
Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden. Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht. Ik roep u dus op mij na te volgen.
EVANGELIE: Matth.,17.14-23
Gebrek aan geloof
Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.' Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.' Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?' Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: "Verplaats je van hier naar daar!" en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.' Andere handschriften hebben een extra vers: ‘ Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.' Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.' Dit maakte hen zeer bedroefd.
COMMENTAAR OP HET VERHAAL :
KLEIN GELOOF
De tweede maat van geloof is "kleingeloof". In Mt.17 lezen wij het verhaal van een wanhopige vader. Zijn zoon is bezeten door een boze geest die de jongen dikwijls in het vuur doet vallen en dikwijls in het water. Marcus voegt daaraan toe dat van kinds af aan: 9:18 "waar (de boze geest) hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft.". En Lucas schrijft dat de boze geest de jongen grijpt "en dan schreeuwt hij plotseling en hij doet hem stuiptrekken, … en als hij hem mishandelt, laat hij hem nauwelijks los." - kortom: een hoopje hopeloze ellende. De vader wil Jezus vragen om zijn bezeten zoon te bevrijden. Maar wanneer hij aankomt, ontdekt hij dat Jezus gisteren met Petrus, Johannes en Jacobus de verheerlijkingsberg beklom. De negen overgebleven discipelen proberen het klusje zelf te klaren, maar het lukt hun niet om de boze geest uit de bezeten jongen te drijven. Gelukkig keert Jezus op tijd bij Zijn discipelen terug. De vader: Mt.17:14-20a "kwam tot Hem, knielde voor Hem neder, en zeide: 15 Here, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.". Matteüs, Marcus en Lucas verslagen alle drie wat de wanhopige vader dat aan Jezus zegt: "16 … ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen." "17 Jezus antwoordde en zeide: … Breng hem Mij hier. 18 En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? 20 Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof.". De discipelen staan tegelijk in verwondering en in verwarring. Boze geesten uitdrijven is veel moeilijker gebleken dan zij dachten. De vader van de bezeten - nu bevrijdde - knaap heeft gelijk: zij hebben het niet gekund. Hoe komt het dat wat voor de discipelen een onmogelijke opgave was, voor Jezus maar een klein kunstje bleek te zijn? Zij willen graag weten hoe het komt dat het Hem lukt en hun niet: "Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?". Jezus' antwoord: "Vanwege uw kleingeloof."!
Wat is "kleingeloof"? Wanneer is ons geloof te klein? Het Marcusevangelie verslaat het gesprek tussen Jezus en de vader van de bezeten jongen vollediger. De vader zegt aan Jezus: v.22b "als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!". Jezus antwoordt: vv.23-24 "Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. 24 Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!". Ik denk dat de vader van de bezeten knaap ons toont wat klein geloof is, nl. geloof dat met twijfel gepaard gaat; geloof dat niet zeker is. Echt geloof: Hebr.11:1 "is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.", of, zoals "Het Boek" dit vers prachtig vertolkt: "de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.". De NBV geeft het nog anders weer: "Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.". De vader van de bezeten jongen heeft zeker geloof. Hij gelooft wellicht dat boze geesten kunnen worden uitgedreven, en dat Jezus dit ook kan, want anders was hij niet met zijn zoon om hulp komen vragen. Maar nu het de discipelen van Jezus niet gelukt is om hem te helpen, twijfelt hij. Laten wij ons geloof ook soms beïnvloeden door het "succes" van medegelovigen? Als een voorganger of een oudste voor een zieke bidt, en wij de zieke niet zien genezen, laten wij ons ontmoedigen om voor ons te laten bidden? I.a.w.: stellen wij te veel vertrouwen op het "personeel" van de Heer dan op de Heer Zelf? Zo ja, lijden wij aan klein geloof.
10:50 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
18-08-11
Augustinus : als Hij sterft, geeft hij veel vrucht
H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo( Noord Afrika) en kerkleraar
Overweging voor het feest van de martelaren

De roemrijke daden van de martelaren, die op alle gebied de versiering van de Kerk zijn, staan ons toe om zelf de waarheid te begrijpen van hetgeen we hebben gezongen: "Want kostbaar in de ogen van de Heer, is het sterven van wie Hem vereert" (Ps.116,15). Ze is immers kostbaar in onze ogen en in de ogen van Hem in wiens naam ze gestorven zijn.
Maar de prijs van al deze doden, is de dood van Één. Hoeveel doden heeft Hij vrijgekocht, door zelf te sterven? Want als Hij niet gestorven zou zijn, zou de graankorrel zich niet vermenigvuldigd hebben. Jullie hebben gehoord wat Hij zei toen zijn Lijden nabij kwam, dat wil zeggen toen Hij onze verlossing naderde: "Als de graankorrel die op aarde valt, niet sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, geeft hij veel vruchten". Toen zijn zijde geopend was door de lans die Hem sloeg, kwam er de prijs van het universum uit voort (Joh 19,34).
De gelovigen en de martelaren zijn vrijgekocht; maar het geloof van de martelaren is beproefd, hun bloed is er de getuigenis van. "Christus heeft zijn leven voor ons gegeven, wij moeten ook ons leven voor onze broeders geven" (1Joh 3,16). Elders wordt gezegd: "Als je aan tafel met een heerser gaat neerzitten, kijk dan goed wat men je opdient, want je moet er evenveel van voorbereiden" (cf.Spr.23,1). De tafel waaraan men eet met de Gastheer zelf is fantastisch. Hij is de Gastheer die uitnodigt, Hij zelf is de voeding en de drank. De martelaren hebben dus gelet op wat ze aten en dronken, om zelf evenveel terug te kunnen geven.
Maar hoe zouden ze evenveel terug hebben kunnen doen, als degene die de eerste uitgave heeft gedaan, hen niet had gegeven wat men aan Hem terug kan geven? Dat is ook wat de psalm ons op het hart drukt, waarin we dit woord hebben gezongen: "Want kostbaar in de ogen van de Heer, is het sterven van wie Hem vereert".
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
15:58 Gepost door kris in Bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
10-08-11
Gebed van de laatste staretsen van het Optina-Klooster
Gebed van de laatste Staretsen van het Optina-Klooster

Heer, geef dat ik zonder vrees
en rustig alles tegemoet mag gaan
wat deze dag mij zal brengen.
Maak dat ik mij geheel kan overgeven
aan uw heilige wil.
Onderricht en steun mij in alles
op ieder uur van de dag.
Wat ik ook voor berichten in de
Loop van deze dag mag horen, leer
mij ze met een rustig hart te aanvaarden,
in het vaste geloof dat er
niets buiten Uw wil gebeurt.
Richt mijn gedachten en gevoelens
in al mijn woorden , in al mijn daden.
Laat mij in alle onvoorziene om-
standigheden niet vergeten, dat
ons alles wordt gezonden door U.
Leer mij eerlijk en verstandig te
handelen met ieder lid van mijn gezin,
zonder iemand te kwetsen, in
verwarring te brengen of te verbitteren.
Heer, geef mij de kracht de ver-
Moeienissen van de komende dag
te dragen en alles wat er ook mag
gebeuren.
Bestuur mijn wil, en leer mij
steeds de geest van bekering te
hebben, te bidden, te geloven,
te dulden en te vergeven,
en allen te danken en lief te hebben
Amen
14:13 Gepost door kris in Bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |





























































