07-09-11

Dorotheus van Gaza : God roept ons voortdurend op tot bekering

 

Dorotheus van Gaza (ca. 500-?) monnik in Palestina
Instructies, I, § 8-9; SC 92
Dorotheus van Gaza12 (209 x 250) (209 x 250).jpg

God roept ons voortdurend op tot bekering

De goedheid van God, en ik herhaal het regelmatig, heeft hen die Hij geschapen heeft niet verlaten, maar zij keert zich weer naar hen en herinnert hen opnieuw: "Kom naar Mij, u die moe en uitgeput bent, en Ik zal u rust geven" (Mt 11,28). Dat wil zeggen: u bent moe, u bent ongelukkig, u hebt ervaring opgedaan van het kwaad door uw ongehoorzaamheid. Welnu, bekeer u dan uiteindelijk; leef door nederigheid, u was dood door de trots...

Ach mijn zusters en broeders, wees niet trots, en wat voor een macht bezit de nederigheid! Waar had men door alle omwegen voor nodig? Als de mens vanaf het begin nederig was gebleven en God had gehoorzaamd, dan zou hij niet gevallen zijn. Zelfs na de val heeft God hem een mogelijkheid gegeven om zich te bekeren en om barmhartigheid te ontvangen; maar hij hield zijn hoofd hoog opgeheven. God kwam hem immers zeggen: "Adam waar ben je?" (Gn 3,9), dat wil zeggen: "Uit welke glorie ben je gevallen?"... Toen vroeg Hij hem: "Waarom heb je gezondigd? Waarom was je ongehoorzaam?" Hij wilde hem daardoor laten zeggen: "Vergeef mij". Maar er volgde echter noch nederigheid, noch berouw, maar het tegendeel. De man antwoordde: "De vrouw die U me gegeven hebt, heeft me misleid" (v.12); hij zegt niet "mijn vrouw", maar "de vrouw die U me gegeven heeft", zoals men zou zeggen: "de last die ü mij op de schouders hebt gelegd". Zo is het broeders en zusters: wanneer een mens niet aanvaardt dat hij zondaar is, dan vreest hij niet om God zelf te beschuldigen.

God wendt zich vervolgens tot de vrouw en zegt tegen haar: "Waarom heb ook jij je niet aan mijn gebod gehouden?", alsof Hij zei: "Zeg jij dan tenminste: Vergeef me, opdat je ziel zich vernedert en barmhartigheid ontvangt". Maar... de vrouw antwoordde op haar beurt: "De slang heeft me verleid" (v.13), alsof ze wilde zeggen: "Als hij gezondigd heeft, waar ben ik dan schuldig aan?" Wat doet u ongelukkigen?... Erken uw fout; heb medelijden met uw naaktheid! Maar nog de een, noch de ander durfde erkennen dat hij zondaar was.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.