10-10-11

Heilige Eleutherius van Doornik

Heiligenleven

Heilige Eleutherius van Doornik

 

Eleutherius heilige.jpg

Heilige Eleutherius van Doornik

 

De heilige Eleutherius, bisschop van Doornik, in de stad was reeds het Evangelie gepredikt door de heilige Piatus in 287, maar in de volgende eeuwen werd er nog steeds veel martelaarsbloed vergoten. Eerst hadden de Vandalen et huis gehouden, later kwam Doornik in bezit van de Franken.

In 456 werd daar Eleutherius geboren in een pas bekeerd adelijk gezin, waar men zich bijzonder toelegde op het steunen van armen en zieken. Toen koning Clovis in 484 een grote kruistocht ondernomen had, maakte de heidense stadsbestuurder van de gelegenheid gebruik om alle christenen uit de stad te verdrijven en hun bezittingen in beslag te nemen. Zij vonden een toevluchtsoord een paar uur gaans naar het zuiden, waar ze een kerk bgouwden en een soort kolonie stichtten, die snel uitgroeide tot een stadje Blandain. Het inwonersaantal werd zo groot dat er een bisschop nodig was, en nadat de eerstgekozenen bijna direct gestorven was, vroegen de gelovigen om Eleutherius. Hij werd naar Rome gezonden en daar in 487 tot bisschop gewijd, hoewel hij pas dertig jaar oud was.

Bij zijn terugkomst kreeg hij, terwijl hij ’s nachts in zijn eenzame cel aan het bidden was, plotseling bezoek van de dochter van de stadsbestuurder, die al sinds lang hevig op hem verliefd was, en zij poogde hem over te halen zijn ambt in de steek te laten en met haar te leven. Toen hij weigerde, greep zij zich aan zijn  kleren vast, maar zoals eens Jozef in Egypte, rukte de jonge bisschop zich los uit zijn kleed en vluchtte naar buiten. Het meisje had zich echter zo opgewonden dat zij stierf aan een hartverlamming en begraven werd.

Toen kwam Eleutherius terug en beloofde haar vader dat hij zijn dochter zou terugkrijgen wanneer hij christen zou worden. Dit gebeurde inderdaad, maar toen de vader zijn belofte schond, brak er pest uit in de stad. Dit werd toegeschreven aan een vervloeking door Eleutherius, die daarom gegrepen werd, hevig afgeranseld en in de gevangenis geworpen. Maar omdat de cipier bang was om zulk een machtige persoonlijkheid vast te houden, liet hij hem naar zijn kudde terugkeren.

De pest zete hevig door en verspreidde zulk een schrik onder de inwoners dat allen die nog niet ziek waren de stad ontvluchtten om aan de besmetting te ontkomen. De diep vernederde gouverneur kwam nu naar de bisschop, en na behoorlijk onderricht en een tijd van vasten als voorbereiding werd hij gedoopt, waarna Eleutherius op 22 september zijn feestelijke intocht hield in de stad. Dit wordt nog jaarlijks op die dag gevierd. Hij sloopte de Apollo-tempel en de andere afgodische bidplaatsen, en begon een reeks vlammende predikaties die een diepe indruk maakten op het volk. Toen Pinksteren aanbrak werden 11.000 inwoners gedoopt.

Er moet echter geen blijvende vreugde zijn, want de door de Gothen aangebrachte ariaanse ketterij vond in deze pasbekeerden een vruchtbare grond. Eleutherius ging hier met grote welsprekendheid tegenin, zodat een kleine groep fanatieke tegenstanders zozeer geprikkeld werd dat zij hem overvielen en deerlijk verwondden. Vijf weken later bezweek hij aan de opgelopen kwetsuren, op 20 februari 531. Hij werd begraven in de door zijn vader gebouwde kerk in Blandain, maar bleef patroon van Doornik.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster – Den Haag

De commentaren zijn gesloten.