23-11-11

Archimandriet Symeon : Het Evangelie verkondigen aan de wereld van vandaag

Het Evangelie verkondigen aan de wereld van vandaag

 

Door Archimandriet Symeon (Cossec)

Tekst van de conferentie gegeven op 31 mei 2008 in het Instituut St.Serge te Parijs ter gelegenheid van de pastorale bijeenkomst van het Aartsbisdom van de Russische parochies in West Europa.

 

 Het lijkt mij normaal dat christenen en vooral de voorgangers zich de vraag stellen : ‘Hoe moeten wij aan de wereld van vandaag het Evangelie verkondigen ?’. De reden hiervoor is te vinden in het feit,dat wij in een geëvolueerde wereld leven, die nog altijd verder zal evolueren. De wijze waarop wij leven en denken toont ons het specifiek eigen karakter van onze tijd aan. De bewustwording van onze verantwoordelijkheid zet ons ertoe  aan om erover na te denken en te proberen oplossingen te vinden voor de manier waarop wij een dynamische pastoraal moeten beleven in overeenstemming met de wereld waarin we leven.

 Het is niet mijn bedoeling om u een gebruiksaanwijziging te geven die  compleet is en die ons zou toestaan om onze problematiek definitief op te lossen : het zou verwaand en volkomen nutteloos zijn en vlug achterhaald. Ik zal trachten enkele persoonlijke bedenkingen naar voor te brengen waarvoor ik uw geduld en begrip vraag, want ze zijn  enkel het resultaat van datgene wat ik zelf tot op vandaag heb kunnen ervaren.

Versta dit zo : wat ik u voorstel is sterk beperkt door de subjectiviteit en het particularisme van datgene wat ik heb beleefd en wat ik in mijn dagelijks leven als monnik en priester heb ondervonden.

 De eerste gedachte die mij voor de geest is gekomen in verband met het onderwerp dat ons hier interesseert is deze :

Hoe heeft Christus zijn taak opgevat toen Hij geconfronteerd werd met het in praktijk brengen van Zijn goddelijke zending ? Door Zijn menswording, was Hij geïncultureerd in de joodse beschaving van die tijd. Wat heeft Hij met deze cultuur gedaan ? Hij bevond zich voor menselijke wezens die niet in overeenstemming leefden met het judaïsme : Hoe heeft Hij hierop gereageerd ?  Hij moest het heil tot de mensen brengen die Hem omringden en door hen aan de gehele wereld, en dit ging niet vanzelf ! Diegenen die Hij ontmoette leefden in de verwachting van een tijdelijk heil : bevrijd te worden van het Romeinse juk ! De joodse hiërarchie was zeker van zichzelf wanneer het ging over de wijze van leven volgens de wet van Mozes. Hoe heeft hij de goddelijke boodschap, de goede boodschap van het heil, geopenbaard aan allen ? En wij kunnen deze lijst van vragen nog verder aanvullen !

 Als wij de manier waarop de Heer Jezus zich gedraagt, vóórdat Hij in het openbaar sprak, onder ogen nemen, wat zien wij dan ?

Vanaf het moment dat Hij door Johannes gedoopt werd , trok Hij zich terug in de woestijn : het is niet de eerste maal dat wij zien dat Christus zich terugtrekt. Hij stijgt dikwijls in de boot van de leerlingen om naar de ‘andere oever’ te gaan, naar daar waar Hij de noodzakelijke rust zal vinden voor het gebed met Zijn Vader.

 Wij lezen het ook in het Evangelie volgens Mattheüs, na de boodschap dat Johannes de Doper onthoofd is : (cf.14,v13). ‘Bij dit nieuws trok Jezus zich terug in de boot naar een afgelegen verlaten plaats’ en verder in vers 21 :’Nadat Hij de menigte had weggezonden, ging hij de berg op om op een afgelegen plaats te bidden’ en vervolgens, op het ultieme moment, nog altijd volgens Mattheüs (cf.26,v36) : ‘Toen kwam Jezus met hen op een domein Gethsemani genaamd en Hij sprak tot Zijn leerlingen ‘blijf hier terwijl ik verderop ga bidden’.

 Deze enkele voorbeelden tonen ons klaar en duidelijk, dat Jezus telkens wanneer Hij voor een belangrijk moment stond (publiek leven of Lijden), of wanneer Hij opnieuw het woord ging nemen, zich telkens terugtrok om te bidden.

 Het besluit lijkt simpel en wellicht banaal, maar moeten  we ze ons niet in de herinnering brengen in het licht van de spanningen die ons omringen, ook ten overstaan van het activisme dat ons in bezit neemt en vooral voor de verantwoordelijkheden die ons  worden opgelegd.

Wij moeten eerst God vinden voordat wij het woord God uitspreken, wij moeten Christus eerst ontmoeten voordat wij kunnen leven met Hem.

 Hoe kunnen wij dat in ons leven waarmaken ? Voor ieder zal dit op een andere manier zijn : de middelen zullen verschillen naargelang onze situatie in de wereld, men is gehuwd met een bevoorrechtte familie en tegelijk priester zijnde. Een monnik in een monasterium heeft niet dezelfde middelen dan hij die in de wereld woont. Een Bisschop die belast is met een bisdom dat consequent is zal een betere oplossing vinden of de minst slechte… Maar het is duidelijk, dat niets kan gebeuren vanuit een bevoorrecht moment indien het niet vertrekt vanuit de stilte, de afzondering, het gebed, en dit om het pastoraal werk opnieuw centraal te kunnen stellen,om te kunnen getuigen van het enig essentiële : De goddelijke Liefde die ons redt.

 Wij mogen geen schrik hebben om ons terug te trekken daar waar wij leven, om Hem te ontmoeten die alles in allen is. Een hoek van het bureau, een gebedshoek, een stukje tuin, de anonimiteit van het stedelijk vervoer, een verblijf in de natuur, een tijd van bezinning in een monasterie en veel andere plaatsen kunnen ons voorbereiden om de zending die de onze is te vervullen. En zoals de Heer Jezus het ons getoond heeft, om te gaan putten daar waar het levend water te vinden is !

 Laat ons nu even nagaan hoe Christus zich gedragen heeft tegenover de omringende cultuur. De bloedverwantschap van Jezus is joods. Als tweede persoon van de Drie-eenheid, als Woord die vlees geworden is, komt Hij onder ons wonen ( dit is de basis van de theologie van de incarnatie), Hij is perfect verwant met de cultuur van het land waarin Hij geboren is. Het is door deze inculturatie dat hij langzaamaan de goddelijke boodschap, waarvan Hij de gemandateerde is, heeft overgedragen. Wij zien de Heer die zich aankleedt als alle mensen van zijn tijd, wij vinden Hem etend en drinkend met hen die Hem omringen, op een oosterse manier : in het eenvoudig en broederlijk delen met elkaar. Hij zal het religieuze respecteren en ze verinnerlijken, Hij ging trouw naar de synagoge, hij wisselde van gedachten met de wetsgeleerden over de wet zoals de gewoonte het wilde, en veel andere dingen nog. Om samen te vatten : het betekent dat de Redder de culturele schat ontving van Zijn voorvaders, dat Hij uit deze schat putte maar zonder er  zich erdoor te laten vervreemden van zichzelf. Elke cultuur heeft behoefte om overgedragen te worden. Hij zal aan deze beweging deelnemen met het onderscheidingsvermogen die Hem toekomt : Hij is niet gekomen om de wet op te heffen (de wet was een integrerend deel van de joodse cultuur), maar hem te vervullen. Dit wil zeggen : om de ontwikkeling aan te moedigen van wat goed is en te verwerpen alles wat hinderlijk, nutteloos en voorbijgestreefd is.

 Laten we dit nu wat verder ontwikkelen : in deze cultuur, waarin de Heer zich incarneert, waarin Hij zich perfect integreert zal Hij zich als zodanig niet laten vangen door Zijn afwijkend gedrag : datgene wat Hij moet verkondigen is het heil van de mens door God en niet het heil van de mens door de mens. Welnu, het was de gewoonte van sommige Farizeeën ( niet alle Farizeeën waren slecht !) om alles tot hen terug te brengen op een hoogmoedige wijze. Dit is een slechte manier om de wet van Mozes toe te passen : het leven van de eredienst (cultus) was reeds sedert lang tot een cultuur omgevormd voor de Hebreeën en hun kinderen. Dit was een gevaarlijke schending welke wij  vandaag een afwijkend fundamentalisme zouden noemen : de zogenaamde cultuur ‘van de eredienst’ (cultus) had de neiging om gebruikt te worden voor egoïstische belangen waar God vanzelfsprekend  afwezig was…. De Heer zal zich door de valstrikken van deze beweging niet laten strikken. Hij zal ze met kracht aan de kaak stellen en zich voornemen om die kennis over te dragen waarvan het belang een experimenteel karakter zal hebben : Hij zal aan allen laten zien hoe men de liefde tot God en de mensen moet beoefenen.  Dit zal als gevolg hebben dat Hij dikwijls uit noodzaak gedwongen werd om tegendraads te handelen voor datgene wat de mensen daadwerkelijk aanbelangde, en dit tot verbazing van velen die wakker geschut werden door de schoonheid van de Zaligsprekingen : vervulling van de wet waarvan het duidelijk op zijn kop zetten van vele dingen meer dan één zal verbazen !.

 Misschien moeten wij hier een verband zien tussen cultuur en traditie. De traditie voedt zich aan de cultuur en deze laatste verduidelijkt zich in het geheel van de openbaring van het denken en het christelijk leven ons gegeven door Christus.

Om te resumeren zouden we kunnen zeggen dat de Heer door te emigreren vanuit Zijn plaats binnen de Heilige Drie-eenheid, om in onze wereld te gaan wonen,aanvaard heeft om geconfronteerd te worden met de joodse cultuur, door dewelke Hij ons het grote nieuws van het universele heil heeft gebracht en zo alles wat Hij als Schepper aan de mens had gegeven, tot ontwikkeling kan brengen en voltooien. Zo zuivert Hij alles wat de mens heeft besmet en geeft Hij hem toegang tot de ware cultuur : deze van de Liefde, de echt ware en fundamentele kennis, die eenmaal ze doorgegeven is de enig ware Traditie wordt.

 Wat moeten wij dan vandaag de dag dan heel concreet doen ?

 Zeker de houding van Jezus volgen. Geen schrik hebben van onze cultuur, van onze beschaving. Wij moeten alles wat diegenen die ons zijn voorgegaan hebben verworven gebruiken, maar zonder slaafsheid, met gezond  verstand en een creatieve geest. Veel intellectuelen hebben, na de Russische emigratie van rond de jaren 1920, gezocht om banden te leggen met de cultuur welke ze ontmoetten in hun land van aankomst. Zowel door de ballingen als door de orthodox geworden westerlingen wordt deze emigratie uit Rusland gezien als een opzettelijk plan van God, om het orthodox geloof bekend te maken buiten haar traditioneel culturele ruimte. Maar dit werd ook mogelijk door de openheid van de Russen voor de cultuur waarin ze leefden. Zij beschouwden zich als de erfgenamen van een schat : zij wilden hem delen met hen die God riep om dit te ontdekken. De vertaling van de liturgische en spirituele teksten, alsook de celebratie in de taal van het land in vele kerken hebben dit geloof doen kennen zoals het beleefd werd. Citeren wij in dit verband het werk van metropoliet Antoine van Souroge, deze grote predikant van het Evangelie, onvermoeibare spirituele Vader voor allen die het vroegen. En wat moeten wij niet zeggen van een Paul Evdokimov, van een Vladimir Lossky en hun werk op het theologisch vlak, van een Leonid Ouspensky op het vlak van de iconen, om slechts de meest schitterende te vermelden. Zij waren allen geworteld in hun erfenis en tegelijk totaal openstaand voor de cultuur van de andere. Zij waren bereid om het met hen te delen .

 Vader Cyrille Argenti zaliger gedachtenis zegt ons, tussen zoveel andere woorden door, dit : ‘Voor de orthodoxie is de zending essentieel het scheppen van een locale Kerk met haar eigen cultuur… Het gaat er niet om de cultuur van de moeder-kerk te exporteren, noch om de cultuur als zodanig van het land van zending te aanvaarden. Het gaat om een nieuwe schepping, om een werk van de Kerk gericht op een nieuwe culturele schepping met alles wat dit inhoudt’

 Vandaag wordt heel mooi werk verricht op het plan van de liturgische zang door het monasterie van Cantauque. Geholpen door grote specialisten van de traditionele byzantijnse muziek, hebben de monniken deze zang weten aan  te passen aan de franse taal en aan de muzikale sensibiliteit van ons land (wat niet eenvoudig is). Deze nieuwe schepping is een mooie realisatie die allen die gevoelig zijn voor de projecten van deze aard moet aanmoedigen.

 Wij hebben nieuwe kerken nodig voor onze verschillende gemeenschappen : moet men systematisch kerken bouwen met koepels of byzantijnse modellen nabootsen ? Met het risico dat men zich met dit type niet  in het landschap integreert !.

Zouden er niet voldoende architecten te vinden zijn die voldoende creativiteit weten aan de dag te leggen om ons voorstellen te doen van kerk-modellen die in harmonie zouden staan met de omgevende natuur en die evenzeer de liturgische noden respecteren van onze parochies en monasteria?.

 Waar is de Basilios van vandaag die ons een theologie van hoog niveau heeft nagelaten en die plaatsen wist te creëren  om de armen en zieken troost te bieden : waar zijn de basiliossen van vandaag ? De Heilige Basilios wist dat er geen breuk mogelijk was tussen de liturgie en de concrete uitoefening van de liefde.

 Het is niet nodig om de hard rock muziek te copiëren om in de kerk te zingen, noch om onze iconostases te realiseren in plastiek om de cultuur van vandaag en hier te beleven. Maar wellicht zullen we bv. moeten proberen om datgene wat onze voorvaderen hebben gedaan met de iconostase in de tijd van de eerste kerk, aan te passen, om zo toe te staan dat in onze heiligdommen de sacrale ruimte goed bewaard blijft, en die tevens zou toelaten dat de celebraties van de heilige mysteriën goed zichtbaar blijven.

 Alles wat ik kom te onderlijnen, en deze voorbeelden zijn zeker niet voldoende, vraagt een waarachtige houding van innerlijke ommekeer, nederigheid, begrip voor de ander en het nastreven van de goddelijke wil. De Apostel Petrus, Paulus en de andere apostelen hebben een solide basis gelegd voor onze Kerk. Het is door het luisteren naar de Heilige Geest en in de trouw aan Christus dat zij zich hebben weten aan te passen aan de noden en aan de verschillende culturen van hen die zij ontmoetten, maar ook om oplossingen te zoeken voor de verschillende problemen die zich stelden : moet men, of niet, de ritus van de besnijdenis bewaren ? Paulus was er voor om dit niet op te leggen aan de heidenen die zich bekeerden, Petrus had een andere mening ! Na een confrontatie werd een oplossing gevonden in het gebed en in de liefde dat op de twee de overhand kreeg en in het verlangen van de innerlijke bekering van ieder.

 De Apostel Paulus zegt :  ‘Er zijn geen joden noch grieken meer…’, wij weten goed wat hij hiermee bedoelde. Wij moeten in dezelfde zin verder gaan, en hopelijk zullen we niet horen wat op een bepaalde dag een vreemde orthodoxe hiërarch mij zei : ‘Wij kunnen mekaar niet verstaan want we hebben niet dezelfde cultuur..’.

 Op de vraag : ‘Hoe moeten wij het Evangelie vandaag de dag verkondigen ?’, kunnen we antwoorden door het woord en het leven. Wat is het meest belangrijke : getuigen : getuigen door het woord of door het leven ? In de periode van de antieke vervolgingen , evenals gedurende de vervolgingen die velen onder onze broeders hebben gekend in de communistische landen, hebben sommige martelaren (dus zij die getuigenis hebben afgelegd van hun geloof) hun mond gebruikt om zich te verdedigen en zijn tot het uiterste gegaan, tot aan het geven van hun leven voor Christus.  Anderen hebben daarentegen het wapen van de stilte gebruikt, zoals lammeren die men naar de slachtbank leidt. De Heer zelf heeft aan Pilatus en aan diegenen die Hem ondervroegen geantwoord, maar Hij had weten te zwijgen op andere momenten. Wat zeker is, is dat zij allen getuigen zijn door de authenticiteit van hun leven.

 Een woord is overtuigend indien het de waarachtige , eerlijke en oprechte uitdrukking  is van een authentieke ervaring.

Het is nu enkele jaren geleden dat ik de gelegenheid had om mooie woorden te beluisteren over de barmhartigheid van God en over datgene wat wij moeten beleven met onze broeders. De priester die zich uitdrukte had echt het talent van een redenaar en zijn uiteenzetting heeft mij overtuigd. Later, toen hij een belangrijke hiërarchische post bekleedde, zou ik graag in hem de voortzetting hebben gezien van een waarachtige apostel van de evangelische barmhartigheid, maar helaas, hij stelde daden die zozeer in tegenspraak waren met zijn woorden, dat ik voortaan niet meer kon instemmen met zijn woorden. Een simpele vraag om vergiffenis zou alles weer hebben kunnen goedmaken, maar die dag is er nooit gekomen…. Wanneer ik een klein kind was, werd ik opgevoed door religieuzen. Ik herinner me nog steeds één van hen : ik heb hem nooit horen praten, maar zijn blik, zijn nederigheid, zijn steeds vrolijk gezicht hebben mij getekend tot op vandaag en ik dank God voor deze man die zonder ook maar één woord te zeggen, mij heeft doen inzien tot wat een waarachtige band met God kan leiden.

 Ik zal niet verder uitweiden met voorbeelden : geheel de wereld zal het begrepen hebben : het woord evenals het leven kunnen helpen om het Evangelie te verkondigen, maar dan enkel op voorwaarde dat men eerlijk is en dat men de hypocrisie in de vuilbak gooit met een goed deksel erop.

 Wat wil zeggen ‘het Evangelie verkondigen’ ? Het betekent de Blijde Boodschap verkondigen, te weten, dat God ons liefheeft en ons zonder voorwaarde bemint en dat wij hiervan getuigen zijn.

 Men moet vandaag, meer dan gisteren, getuigen van deze onvoorstelbare liefde die God kenmerkt!. Maar hoe ? Vooreerst door nogmaals te kijken hoe Jezus heeft gehandeld.

 Herinneren wij ons de ontmoeting met de Samaritaanse, Jezus vroeg haar te drinken.

Herinneren wij ons de ontmoeting met Zacheüs aan wie Jezus vroeg om een maaltijd klaar te maken.

Herinneren wij ons  ook de zondares die Jezus toestond om Zijn voeten te zalven met haar tranen en ze af te drogen met haar haar, tot grote ergernis van Zijn gasten.

En vervolgens nog de overspelige vrouw die op het punt stond gelyncht te worden. Jezus redde haar, en veroordeelde haar ook niet, maar hij nodigde haar met zachtheid uit om niet meer te zondigen….

 Ik zal hier eindigen met de parabel van de verloren Zoon, een hoogtepunt van de uitdrukking van Gods barmhartigheid, er bestaat geen grotere manifestatie van Liefde zonder voorwaarde welke de schepper geeft aan Zijn schepsel, ondanks zijn vrijwillige verwijdering….

Waar is het oordeel ?

Waar is de veroordeling ?

Waar is het misprijzen ?

Waar en wanneer voert de Heer hen mee in de schuld ?

 Wij moeten zeer waakzaam zijn voor de manier waarop wij allen die ik kom te citeren, gaan behandelen : deze uitleg zou voor ons moeten volstaan om te begrijpen wat dient gedaan te worden om het Evangelie vandaag de dag aan de wereld te verkondigen !

 Als je het wilt, laten we ook nog het medelijden eraan toevoegen, die maakt dat Jezus lijdt met hen die lijden, weent met hen die wenen. Dit zet Hem ertoe aan de zieken te genezen, de gebrekkigen te doen opstaan, het zicht te geven aan de blinden en de zoon van de weduwe van Naïm  en Zijn  vriend Lazarus te doen opstaan uit de doden.

Vergeten we ook niet de vergiffenis aan de beulen, zijn geduld met Zijn leerlingen.

Maar dit volstaat niet !

 Men moet handelen naar het beeld van wat Jezus heeft gedaan. Wij moeten alles doen om barmhartig te zijn; wij moeten alles doen om niet te oordelen, om niet te veroordelen, om niet te misprijzen en verder, om niet het gevoel van schuld te geven in het hart van diegene die voor ons staat en die wacht op onze liefde !

 Wij moeten categorisch elke moraliserende houding weigeren die slechts een gevoel geeft van afwijzing en die elke poging van begrip en liefde uitsluit.

 In de wereld van vandaag worden wij, als wij het Evangelie moeten verkondigen, geconfronteerd met dezelfde situatie als die waar Christus mee geconfronteerd werd : er zijn altijd kwaadaardige mensen, dieven, leugenaars, hypocrieten, moordenaars, prostituees van allerlei soort, overspelige mannen en vrouwen….

Maar er zijn ook een heleboel nieuwe vormen van zwakheid, van bekoringen, van situaties die we niet gewoon zijn noch op voorbereid of zo weinig…

Wat moeten wij doen ten overstaan van vrouwen die abortus plegen  : moeten we hen zeggen dat het goed is en hen bemoedigen in hun laksheid ? Zeker niet. Moeten we hen zeggen dat ze veroordeeld zijn en dat God hen in geen enkel geval zal vergeven (ik ken een vrouw die uitgesloten werd van de sacramentele communie omwille van een abortus) ?. Neen, dit is niet de goede houding : het antwoord op deze vraag kennen wij : Christus legt eerst vanuit Zijn liefde een verzachtende zalf op de wonde veroorzaakt door de zonde (als er al sprake is van zonde….), vervolgens is Hij medelijdend en barmhartig en moedigt Hij aan om niet meer terug te vallen in de zwakheid.

 Wat moeten wij doen en zeggen ten overstaan van jongeren die meer en meer ‘als’ gehuwden leven zonder het sacrament van het huwelijk te hebben ontvangen? Leven zij in zonde ? Ik denk niet dat dit de goede oplossing is. Wellicht is het beter hen uit te leggen, zonder te oordelen, dat zij zich hierdoor van de genade beroven, maar dat zij op het geschikte moment altijd nog het sacrament kunnen ontvangen. En vervolgens is het wellicht gepast dat wij begrijpen dat sommige jongeren angst hebben om zich te engageren en dat deze angst dikwijls gevoed wordt door weinig bemoedigende voorbeelden die wij hen hebben gegeven ! Hoeveel vrouwen en mannen hebben hun partner bedrogen en verbergen hypocriet hun fout door hun partner te laten geloven dat alles goed gaat. Dikwijls slepen zij daarmee ook hun omgeving mee in de miserie. Dat diegene die nooit gezondigd heeft de eerste steen werpe….

 Ten overstaan van deze situaties is het van belang eerst proberen te begrijpen waarom dit gebeurt of bestaat, vooraleer men zich overgeeft aan het oordeel of de veroordeling. En indien dit niet gaat door middel van het intellect, dan moet men het doen vanuit het hart!

 Er zijn nog heel wat zaken die men niet begrijpt, nl. alles wat betrekking heeft op de seksualiteit is zeer complex : niemand kan het ontkennen en vele priesters worden geconfronteerd met moeilijke situatie wanneer zij hun problemen aan hem komen toevertrouwen. Of het nu gaat om situaties binnen of buiten het huwelijk, binnen het priesterschap of het monachisme. Wie begrijpt bv. Het feit, dat twee personen van hetzelfde geslacht zich tot mekaar aangetrokken voelen : geen enkele wetenschappelijke, sociologische of een andere is toereikend, en zelfs indien er al een uitleg voor zou zijn, wat zullen wij doen ? Tot wat dient de verwerping, de veroordeling, het misprijzen, het schuldgevoel ? Dit is nooit de houding van de Heer geweest. Wat moeten wij doen om waarachtige getuigen van het Evangelie van Christus te zijn ? Laten wij misschien beginnen met nederig te zijn, laten we geen beoordelaars zijn.  Laten wij proberen om te doen begrijpen wat liefde is, of wat het niet is.  Dat het niet goed is de ander te gebruiken als een instrument van plezier (en dit geldt voor elke vorm van seksuele gerichtheid). Men kan  de vraag van de integriteit en zelfs van onthouding naar voor brengen, maar dan niet onder de vorm van een systematische verplichting maar als een mogelijke keuze die in vrijheid overwogen kan worden. Indien men het lijden die uit deze situaties voorkomt heeft bemind en begrepen, dan is men dicht bij datgene wat Christus zou hebben gedaan in onze plaats. Indien men de persoon zou hebben aangemoedigd om de zonde te vermijden, door te verduidelijken dat het niet de seksuele daad zelf is die een zonde is, maar datgene wat men ermee doet, zal gehandeld hebben als een herder.

 Het lijkt me dat de verschillende spirituele verantwoordelijken (leken, diakens,priesters,bisschoppen) pastorale bijeenkomsten zouden moeten organiseren om al deze nieuwe ethische vragen te behandelen.

Niet om wetten voor te schrijven en leringen ex-cathedra, maar om samen te zoeken naar een evangelische aanpak van de verschillende vragen die onze broeders en zusters uit ons midden raken. Men heeft er alles bij te winnen om niet laks te zijn, noch om als rechters op te treden die veroordelen, maar wel om te zoeken hoe in waarheid te beminnen : ziedaar wellicht de voornaamste en meest waarachtige ascese van de authentieke herder….

 Het zou ook passen om te spreken over de verkondiging van het Evangelie aan jongeren (en minder jongeren) die zich drogeren met alle mogelijke vormen van verdovende middelen en alcohol. Wij moeten hier dezelfde besluiten trekken als bij het voorgaande : geen onnodige oordelen, geen oneerbiedige veroordeling, maar luisteren naar diegene die door een gebrek aan liefde moet lijden en  meegesleept wordt in valse oplossingen: nogmaals wil ik benadrukken, dat we hen die in zulke situaties zijn beland duidelijk moeten maken dat zij door God worden bemind,en ook door ons, zoveel als in onze mogelijkheid ligt. Wij moeten hen zeggen dat Christus hen nooit zal verwerpen(citeer in dit geval het Evangelie) en dat gans Zijn barmhartigheid hen wordt verleend wanneer zij vallen…. Dat Jezus niet gekomen is voor hen die zich sterk achten, maar voor hen die zwak zijn, ‘een arme heeft geroepen, God luistert naar hem’ zegt de psalmist. Wij moeten in deze woorden geloven en er van overtuigd zijn dat ze ook aan ons worden gezegd, wie we ook zijn !

 Wellicht zullen sommigen onder u me zeggen : gij hebt niet gesproken over de manier waarop wij het Evangelie moeten verkondigen aan de atheïsten, de niet-gelovigen en de onverschilligen. Er bestaan dialogen met deze verschillende categorieën van mensen, en ik denk dat dit een goede zaak is, maar het lijkt me dat datgene wat het meest ontbreekt aan deze problematiek een zekere evidentie van de liefde is, iets wat de aandacht trekt, de opmerkzaamheid, het hart….

Datgene wat het meest van al ontbreekt is dat deze mensen zouden kunnen zeggen ‘ziet hoe ze elkaar liefhebben’ ! Nog onlangs heeft een atheïst die de moed had om aan een liturgie deel te nemen die ik in Bretagne celebreerde mij bevestigt dat het hem onmogelijk is in God te geloven zolang diegenen die zich op Hem beroepen, de evidentie van de onenigheid manifesteren. Waarschijnlijk was dit een gemakkelijke rechtvaardiging ? Maar indien dit zo niet  was ? Gaan wij soms niet te ver in onze geruststellende zelfrechtvaardiging. In elk geval als we gans ons leven zoeken om als christenen onder mekaar, van welke kleur ze ook zijn, lief te hebben, dan is dit zeker geen verloren zaak en het zal een goede manier blijven om het Evangelie te verkondigen aan de wereld van vandaag !.

 Ik wil u een tekst citeren die mij zeer aanspreekt. Hij is geschreven door Vader Lev Gillet, de monnik van de Oosterse kerk. Het is een uittreksel van het werk , getiteld : de eucharistische offerande. Hij richt zich tot priesters, maar je zal zien dat deze tekst evengoed van toepassing is voor ieder van ons :

‘De priester moet er op de eerste plaats zijn  voor hen die lijden.  Als hij in één zin gans de boodschap van Christus moet samenvatten, dan moet hij zich houden aan dit woord van de Heer : ‘Kom tot Mij, gij allen die belast en beladen zijt en ik zal u verkwikken.’ Want de taak van een priester bestaat erin om alle fysisch en moreel lijden, elke nood aan…    te oriënteren op de Redder.  Het is hier onmogelijk om in concrete details te treden over de hulp die de priester moet geven om het menselijk lijden te verzachten. Want elk geval is op een zekere manier, origineel en uniek. Men kan voor de verschillende gevallen geen algemeen regel opleggen. Datgene wat zeker is en toepasbaar in alle gevallen, is, dat het niet voldoende is om aan de gekwetste ziel een liefdevolle vermaning te geven, of hen te begeleiden naar geschikte instellingen. De priester heeft niets gedaan zolang hijzelf niet de last van de andere heeft gedeeld, zonder dat hijzelf ook niet heeft getracht om deze last te dragen (op een manier die verschilt naargelang van de situatie, en ze moet geleid worden door de genade) zolang zijn medelijden hem niets ‘kost’ en hem niet op weg zet naar een duidelijk offer. Onder diegenen die lijden heb je op de eerste plaats de zondaars. Hun kwaad vereist van de priester een nederigheid, die de zonde veroordeelt maar nooit de zondaar. Het vereist eveneens een voetwassing, gedaan  met fijngevoeligheid en een bijzondere tederheid.

Hoe kan de priester de voeten van de zondaar wassen ? Misschien door met hem te praten, misschien door hem het goede dat in elke mens aanwezig is van de zonde te leren onderscheiden en door de zondaar te helpen om zich te concentreren op deze lichtstraal en hem te doen groeien. Maar zeker door het gebed en door een zwijgzame, handelende liefde. Hij moet de zondaar liefhebben, over de grenzen van zijn zonde heen (dit is alleen mogelijk door de genade)… Heer Jezus leer mij meer en meer de diepten van Uw barmhartige liefde te doorgronden en deze liefde te verkondigen aan allen die Gij mij op mijn weg laat ontmoeten.’

 Ik wil deze zin, door Christus gericht aan een heilige franse moniale van de orde van de Augustinessen : Moeder Yvonne de Beminde, meegeven :’Ik maak geen enkel onderscheid tussen een onschuldig hart en een bezoedeld hart. Het is diegene die mij het meeste liefheeft die mij het dierbaarst is !.

Wij moeten hier besluiten en plaats laten voor vragen en dialoog.

Als wij niet volledig kunnen antwoorden op deze immense vraag die het thema van onze diocesane bijeenkomst vormt, lijkt mij deze houding de moeite waard om voor te stellen : in de mate dat wij onvoldaan zullen blijven voor de manier waarop wij vandaag getuigen proberen te zijn, in de mate dat wij zullen zoeken hoe wij in waarheid moeten zeggen tot hen die ons omringen, dat ALLEN DOOR GOD BEMIND WORDEN ! , zal de Heer zijn werk kunnen verderzetten doorheen zijn apostelen, zijn gelovigen, zijn herders !. Laten we ons niet vergissen, het is eerst God die zich aan ons openbaart en deze openbaring heeft geen einde : zoals Vader Alexander Men het heeft gezegd : ‘Het christendom begint pas!’

 Vertaling : Kris B

12:05 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.