01-06-12

Christus : Ireneos van Lyon

CHRISTUS

(vervolg)

Ireneos van Lyon

 (EERSTE DEEL : klik hierop)

 

Christus - mandilion.jpg

 

 

De voorzegging van Christus’lijden

Jesaja verhaalt ook hoe de Christus verworpen, gemarteld en tenslotte zelfs gedood zal worden : ‘Zie,Lijn Zoon zal erkenning vinden, verhoogd en zeer verheven worden. Maar dan zullen velen over U ontzet zijn, zo misvormd zal Uw uiterlijk zijn onder de mensen; Zijn verschijning was onmenselijk geschonden. Zijn uiterlijk had niets meer van een mensenkind. Vele volkeren zijn ontzet, koningen sluiten om Hem hun mond, omdat zij zien wat wat niet was voorzegd, en vernamen waarvan zij nooit hadden gehoord.

Heer, wie heeft geloofd wat wij gehoord hebben, aan wie werd de arm des Heren openbaar ? Als een kind schoot Hij op, als een wortel in dorre grond, zonder gestalte of heerlijkheid. Zijn uiterlijk was zonder schoonheid, Zijn voorkomen verachtelijk en Hij werd gemeden door de mensen. Een man van Smarten, met ziekten vertrouwd, een mens die zijn gezicht voor ons verbergt, geminacht, onaanzienlijk.

Maar het zijn onze ziekten die Hij op Zich genomen heeft, het zijn onze smarten die Hij draagt. Terwijl wij Hem beschouwden als een geslagene, door God gekastijd en vernederd, werd Hij doorstoken om onze weerspannigheid, gebroken om onze zonden. Hij werd gestraft om ons de vrede te schenken, door Zijn striemen werden wij genezen (Jes.52,13-53,5)’

Wanneer Jesaja zegt : ‘Ik heb geleden : Mijn rug bood ik aan voor geseling. Mijn wangen aan wie Mij de baard uitrukten, en ik wendde Mijn gelaat niet af voor smadelijke bespuwing (Jes.50,6)’, dan spreekt de profeet niet over zichzelf, maar het is Christus die door hem spreekt. Ook de profeet Jeremia zegt hetzelfde :’Hij biedt Zijn wang aan wie Hem slaat; Hij wordt met smaad verzadigd (Klaagliederen 3,30)’ Dit alles heeft Christus geleden.

Jesaja gaat verder : ‘Door zijn striemen werden wij genezen. Allen dwaalden wij als schapen , allen waren verloren gelopen; maar de Heer gaf Hem prijs voor onze schuld (Jes.53,3). Het is dus duidelijk dat dit alles over Hem gekomen is door de wil van Zijn Vader, om ons te redden.

Verder zegt Hij over Zijn lijden : ‘Hij opende Zijn mond niet ….als een schaap op weg naar de slachtplaats, als een lam dat voor zijn scheerder Stom blijft (Jes.53,7)’. Zo profeteert hij Zijn vrijwillig sterven. En in zijn volgend woord : ‘In Zijn deemoed werd Zijn vonnis geveld (Jes.53,8)’, voorzegt hij het deemoedige van Zijn verschijning, en alle tegenwerking en vernedering die Hij moest ondergaan. Deze veroordeling heeft velen tot heil gestrekt, anderen echter tot hun verwerping….

De afstamming van de Christus

De profeet zegt ook : ‘Wie zal Zijn afstamming verhalen ? (Jes.53,6)’ Opdat wij niet, evenals degenen die Hem haten. Hem door het lijden dat over Hem gekomen is verwerpen als een onaanzienlijk en onbelangrijk mens, is dit gezegd om ons op de rechte weg te brengen; namelijk dat Hiju, die al dit lijden heeft ondergaan, een niet te verhalen afstamming bezit : Zijn Vader, over Wie men niets in menselijke begrippen kan verhalen. Let er dus op vanwaar Hij stamt, Die zulk een lijden heeft moeten verduren. Minacht Hem niet, om dit lijden, dat Hij immers vrijwillig om u verdragen heeft, maar heb diep ontzag voor Zijn afstamming.

Christus’lijden doet ons leven

De profeet Jeremia zegt (Klaagliederen 4,20) : 'De Geest van ons gelaat is Christus, de Heer. Hoe werd Hij dan in hun strikken gevangen, over Wie wij dachten : in Zijn schaduw zullen wij leven onder de heidenen ?'

De Schrift laat hier zien dat Christus, hoewel Hij Gods Geest is, een voor lijden vatbaar mens moest worden, en de Profeet is tegelijk gegrepen door verwondering en bewondering over dit lijden; en dat Hij, in Wiens schaduw wij mogen leven, zoveel kwellingen moest verduren.

Die schaduw wijst op de echtheid van Christus' lichaam, hoewel dit lichaam uit Gods geest stamt. Maar schaduw wijst ook op de vernedering en op het vermogen om te lijden. Want al staan de lichamen recht overeind, hun schaduw ligt plat ter aarde en wordt door de voeten van anderen vertrapt.

Zo is ook het lichaam van Christus door het lijden ter aarde gevallen en werd het a.h.w. onder de voeten vertrapt.

Maar het heeft nog een andere betekenis dat het lichaam van Christus 'schaduw' werd genoemd. De Profeet vangt reeds een glimp op hoe Christus overschaduwd en bedekt wordt door de luister van de Geest. En er is nog meer : vaak werden zieken neergelegd langs de weg waar de Heer voorbijging, en wanneer dan Zijn schaduw op hen viel, werden zij genezen, zoals dat later ook nog gebeurde bij de apostel Petros (hand.5,15).

Profetieën over het sterven en de opstanding van Christus.

Behalve over het lijden spreekt jesaja ook over het Sterven van Christus : 'De rechtvaardige is omgekomen en niemand neemt het ter harte ; de vromen worden weggerukt en niemand slaat er acht op : het is om de ongerechtigheid dat de rechtvaardige wordt weggenomen. Zijn graf zal in vrede zijn; Hij is weggenomen uit ons midden (Jes.57,1-2).

Wie anders is volkomen rechtvaardig dan de Zoon Gods, Hij die hen tot de volkomen gerechtigheid leidt die in Hem geloven, en die evenals Hij vervolgd worden en ter dood gebracht ? ' Zijn graf zal in vrede zijn' profeteert hoe Hij gestorven is voor onze verlossing, want alleen verlossing schenkt echte vrede. Immers, wie vroeger vijanden en tegenstanders waren, zijn nu met elkaar verenigd door hetzelfde geloof in Hem. Zij leven in vrede met elkander, en het gemeenschappelijk geloof in Hem maakt hen tot warme vrienden : dat is werkelijk zo gebeurd.

' Hij is weggenomen uit ons midden', zo beschrijft de profeet Zijn opstanding uit de doden. Want na Zijn begrafenis werd Hij niet meer als een dode gezien; na Zijn dood moest Hij verrijzen tot een leven dat voor altijd onsterfelijk is. Hierover zegt de profeet : 'Leven heeft Hij geschonken in de eeuwen der eeuwen (Ps.20,5).

Wat betekent dat hier staat : 'leven heeft Hij aan u gevraagd', wanneer Hij immmers sterven moest ? Het is de aankondiging van Zijn opstanding uit de doden : en het zegt bovendien dat Hij, na uit de doden te zijn opgewekt, onsterfelijk is. Want juist in Zijn opwtending heeft Hij dat leven ontvangen, en daarin heeft Hij Hem lengte van dagen geschonken in de eeuwen der eeuwen, omdat Hij voortaan onbederfelijk is.

Christus en david

Over de dood en de opstanding van Christus zegt David nog (Ps.3,6) : 'Ik heb mij neergelegd om te slapen; ik kon weer opstaan, omdat de Heer mij beschermt'. Dat heeft David niet over zichzelf gezegd, want hij is wel gestorven maar niet opgestaan. Neen, de Geest van Christus - want deze spreekt door de profeten en hier ook over David - zegt : 'Ik heb mij neergelegd om te slapen; ik kon weer opstaan, omdat de Heer mij beschermt'. Hij noemt de dood een slaap, want Hij is immers opgestaan.

Ook Herodes en Pilatus zijn voorzegd

David zegt nog over Christus' lijden in Psalm 2 : 'Waarom woeden de heidenen en zinnen de volkeren op ijdelheid ? In opstand zijn de koningen der aarde, de vorsten zijn samengeschoold tegen de Heer en tegen Zijn gezalfde'. Herodes, de koning der Joden, en Pontius Pilatus, de procurator van keizer Claudius, zijn tot overeenstemming gekomen om Hem tot de kruisiging te veroordelen. Want Herodes veronderstelde dat Hij een aards koning zou zijn, en vreesde dat Deze hem mogelijk het koninkrijk zou ontnemen. En Pilatus werd door Herodus, en door de Joden die hem omringden, er toe aangezet om, tegen zijn zin, Christus aan de dood over te leveren. Maar hij gaf toe om niet tegenover de keizer te staan alsof hij iemand, die zich koning noemde, zou willen redden.

(Wordt vervolgd)

12:46 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.