06-06-12

Ireneos van Lyon : CHRISTUS (deel 3)

CHRISTUS

Ireneos van Lyon

(Vervolg- deel 3)

 

 

Christus tronend.jpg

Deel 1 : klik hier

Deel 2 : klik hier

 

 

Psalm 88 over Christus’lijden

De Psalmist zegt over Christus’lijden (88,39-46) : ‘Gij hebt hem verstoten en versmaad. Gij hebt Uw Gezalfde verworpen; Gij hebt het Verbond met Uw dienaar verbroken, Gij hebt zijn Heiligdom laten schenden tot op de grond. Gij hebt al zijn omheiningen verwoest, zijn versterkingen hebt Gij neergehaald. Alle voorbijgangers hebben hem geplunderd, Hij is een smaad geworden voor zijn buren. Gij hebt de rechterhand van zijn verdrukkers verhoogd, al zijn vijanden hebt Gij over hem verblijd. De hulp van zijn zwaard hebt Gij terug doen wijken. Hij hebt hem niet bijgestaan in de oorlog. Zijn reinigingsoffer hebt Gij versmaad en zijn troon ter aarde geworpen. Gij hebt de dagen van zijn (levens)tijd verkort en met schaamte hebt Gij hem overdekt’.

Hier zien we dat de Christus heeft moeten lijden volgens de wil van Zijn Vader, zo wordt het door de profeet openlijk verklaard. Het was inderdaad door de wil van de Vader dat Christus Zijn Lijden heeft moeten ondergaan.

Het getuigenis van de profeet Zacharia

Zacharia spreekt als volgt (Zach.13,7) : ‘Zwaard, ontwaak tegen mijn Herder, tegen de man die Mij zo na staat. Sla de herder, opdat de schapen verstrooid worden’. Dit is wat er gebeurde toen Christus door de Joden gevangen werd genomen, want alle leerlingen verlieten Hem, uit vrees soms met Hem te moeten sterven (Mt.20,56). Want zelfs zij hadden nog geen vast geloof in Hem; dat kwam toen zij Hem zagen opgestaan uit de doden.

De profeet (H)osea

In het boek der twaalf Profeten staat ook nog te lezen (Hos.10,6) :'Zij brachten Hem geboeid naar de koning, als geschenk (septuagint)'. Pontius Pilatus, de procurator van Judea, koesterde in die tijd vijandschap tegen Herodes, de koning der Joden. Maar toen Christus geboeid voor Hem werd gebracht, zond Pilatus Hem naar Herodes ter ondervraging, om zo beter zijn eigen houding t.o.v van Christus te kunnen bepalen; en hij gebruikte dus de zaak van Christus als gelegenheid om zich met de koning te verzoenen (Lk.23,7 en 12).

De nederdaling ter helle

In Jeremia staat nog een voorzegging van Zijn dood en nederdaling in de hades : 'En de Heer, de Heilige van Israel, gedacht zijn doden, zij die reeds sliepen in de schoot der aarde; en Hij daalde tot hen af om hun Heil te prediken en om hen te redden.(deze tekst is niet terug te vinden in de huidige manuscripten, wel in de Geloofsbelijdenis). Hier verklaart hij de reden van Zijn dood : het nederdalen in de onderwereld om de gestorvenen te redden.

Voorzeggingen over de Kruisiging

Weer is het jesaja die over de Kruisiging spreekt (65,2) :'Heel de dag houd ik Mijn handen uitgebreid naar een onverstandig en weerstrevend volk'. Het is een duidelijke toespeling op het Kruis. Nog duidelijker zegt david (Ps.21,17 en 15): 'Een menigte honden heeft Mij omringd, een bende boosdoeners houdt Mij omsingeld : zij hebben Mijn handen en voeten doorboord, al Mijn beenderen hebben zij geteld'. En ook : 'Mijn hart is geworden als vloeibare was in het midden van Mijn borst; al Mijn beenderen zijn ontwricht'. Hoe onloochenbaar toont hij met deze woorden Christus'kruisiging aan !

Ook Mozes zegt hetzelfde tegen zijn volk (Dt.28,66): 'Gij zult uw Leven zien hangen voor uw ogen; ge zult sidderen dag en nacht, en van uw leven niet zeker zijn'.

Ook dit zegt David in dezelfde pasalm : 'Zij bekijken Mij, zij hebben Mijn klederen onder elkander verdeeld, en over Mijn lijfrok het lot geworpen'. Zo ging het inderdaad bij Zijn kruisiging. Naar gewoonte scheurden de soldaten zijn kleren uit elkaar, om de stukken te verdelen, zoals we lezen bij Johannes (19,23 en 24) :'Nadat de soldaten Jezus hadden gekruisigd, namen ze Zijn kleren en verdeelden die in vieren, voor elke soldaat een deel, en daarbij nog de lijfrok. Dit kleed was zonder naad, uit één stuk geweven, van boven tot onder. Ze zeiden dus tot elkander : Laat ons die niet verscheuren maar er om loten wie de eigenaar wordt. Zo werd de Schrift vervuld die zegt : zij hebben Mijn klederen onder elkander verdeeld, en over Mijn lijfrok het lot geworpen'.

Voorzegging van het verraad

Bij de profeet Zacharia lezen we (11,13) :' En zij namen dertig zilverlingen, de prijs waarop de kinderen van Israël Mij hadden geschat, en zij gaven die voor de akker van de pottenbakker, zoals de Heer mij had gezegd'. Want Judas, één van Christus'leerlingen, die door Hem was terechtgewezen, bemerkte dat de Joden Hem wilde doden; en hij beloofde hun om Hem voor dertig zilverlingen te verraden.

En lees nu bij Mattheus (27,3-8) :' 'Toen Judas, die Hem verraden had, zag dat Jezus veroordeeld was, kreeg hij wroeging en bracht de dertig zilverlingen terug aan de opperpriesters, zeggend : Ik heb gezondigd want ik heb onschuldig bloed verraden. Maar zij gaven ten antwoord : Wat kan ons dat schelen, dat is uw zaak. Toen smeet hij de geldstukken over de tempelvloer, vluchtte weg en hing zich op. De opperpriesters raapten de geldstukken op en zeiden : we mogen dit niet in de offerkist doen want het is bloedgeld. En zij besloten om er het land van de pottenbakker mee te kopen, als begraafplaats voor vreemdelingen. Toen Hij, nadat men hem aan het kruis genageld had, om drinken vroeg, gaf men Hem azijn met gal te drinken (Mt.27, 34 en 48). En juist dit had david uitgesproken (Ps.68,22) :'Voor spijs gaven ze Mij gal, in Mijn dorst drenkten zij Mij met azijn'.

Voorzegging van de Hemelvaart

David voorzegt eveneens dat de Christus, nadat Hij uit de doden is opgestaan, ook ten hemel zou opvaren (Ps.67,18); ' Ontelbaar zijn de wagens van God, duiszenden die zich verblijden. De Heer is onder hen, op de Sinaï, in Zijn heiligdom. Hij is ten hemel gestegen en heeft de gevangenschap gevangen meegevoerd; Hij heeft gaven geschonken aan de mensen'.

De profeet spreekt over gevangen gevangenschap, want Hij heeft de heerschappij van de opstandige Engelen vernietigd. Ook de plaats van de Hemelvaart geeft hij aan door te zeggen :'vanuit sion is de Heer opgestegen'. Want na Zijn opstanding uit de doden bracht Hij Zijn leerlingen op de Olijfberg bij Jeruzalem, en sprak met hen over de dingen van het Koninkrik Gods. En zij zagen hoe Hij opsteeg naar de hemel, en hoe de hemelen zich openden om Hem te ontvangen (Hand.1, 2-10).

Nogmaals zegt david (Ps.23,7) :'Opent, o Vorsten uw poorten; verheft u, eeuwige poorten, opdat inga de Koning der heerlijkheid'. Die eeuwige poorten zijn natuurlijk de hemel Onzichtbaar was het Woord toen Het van daaruit was neergedaald, onbemerkbaar voor de schepselen. Maar nu was het Woord vlees geworden, en stijgt zichtbaar weer naar de hemel op.

En toen zij Hem zagen, riepen de Machten, de lagere Engelen, tot hen die op het firmament waren: 'Open, o Vorsten, uw poorten; verheft u, eeuwige poorten, opodat inga de Koning der heerlijkheid'. En toen dezen in verwondering vroegen : 'Wie is die Koning der heerlijkheid ?' bejubelden zij die Hem gezien hadden voor de tweede maal : 'De Heer die sterk is en machtig, Hij is de Koning der heerlijkheid (Ps.23,10).

Het eindoordeel

Na Zijn Opstanding zetelt de Christus aan de rechterhand van de vader tot de door de Vader voor het Oordeel bestemde tijd, wanneer alle vijanden Hem onderworpen worden. Vijand , dat zijn allen die zich verzet hebben : engelen, aartsengelen, machten en tronen, die de waarheid verworpen hebben. De profeet David zegt ervan (ps.109) :'De Heer zegt tot mijn Heer : zit neder aan Mijn rechterhand, opdat ik Uw vijanden make tot een steun onder uw voeten'.

En David zegt ook dat Hij daarheen opsteeg, vanwaar Hij was neergedaald (Ps.18,7) :' Hij gaat op aan het einde des hemels, Zijn loop gaat tot het andere einde'. Daarna spreekt hij over het door Hem te voltrekken oordeel : :'Niemand kan zich verbergen voor Zijn gloed.

__________________________________________

10:41 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.