06-07-12

5e zondag na Pinksteren : van de bezeten zwijnen

5e zondag na Pinksteren

 Van de bezeten zwijnen

 

 zwijnen.jpg

LEZINGEN :

Romeinen, 10,1-10

U ons hier voortijdig komen kwellen?' [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: 'Als U ons uitdrijft, stuur ons dan 32] Hij zei tegen hen: 'Ga maar.' Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Hoofdstuk 10
[1] Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered worden. [2] Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder inzicht. [3] Met hun miskenning van Gods gerechtigheid* en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. [4] Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.
De gerechtigheid uit het geloof
[5] Zeker, over de gerechtigheid door de wet schrijft Mozes: De mens die haar volbrengt*, vindt door haar het leven. [6] Maar* de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel? Dat is: Christus laten afdalen. [7] Of: Wie zal neerdalen in de onderwereld? Dat is: Christus uit het dodenrijk laten opstijgen. [8] Nee, zegt de Schrift, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen. [9] Want* als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden. [10] Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt de redding.

Evangelie : Mattheüs 8,28;9-1

Genezing van twee bezetenen
[28] Toen Hij aan de overkant kwam, in het land van de Gadarenen, kwamen Hem vanaf de rotsgraven twee bezetenen tegemoet. Ze waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg durfde te gaan. [29] Ze brulden: 'Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons dan naar die troep varkens.’ [32] Hij zei tegen hen: ‘Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Weer in Kafarnaüm
[1] Hij stak per boot over en kwam in zijn stad.

De commentaren zijn gesloten.