18-09-12

gregorius de Grote : Mijn beker zult u wel drinken

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar
Homilie over het Evangelie, nr 35

gregorius de Grote 4876.jpg
Gregorius de Grote
 
"Mijn beker zult u wel drinken"

Aangezien we vandaag het feest van een martelaar vieren, mijn broeders en zusters, moet we ons betrokken voelen bij de vorm van geduld die hij beoefend heeft. Want als we met de hulp van de Heer moeite doen om deze deugd te bewaren, dan zullen we de zegepalm van de martelaar verkrijgen, hoewel we in vrede leven in de Kerk. Er zijn twee soorten martelaren: de ene soort bestaat uit een staat van geest, de andere verbindt zich met de staat van geest in uiterlijke acties. Daarom kunnen we zelfs martelaren zijn al sterven we niet door het zwaard van de beul. Sterven door de hand van vervolgers is martelaarschap in actie, in zichtbare vorm; beledigingen verdragen door degene die u haat lief te hebben is martelaarschap in de geest, in een verborgen vorm.
Dat er twee vormen van martelaarschap bestaan, de een verborgen, de ander openbaar, bewijst de Waarheid door aan de zonen van Zebedeüs te vragen: "Jullie zullen inderdaad uit mijn beker drinken". Wat moeten we onder die beker verstaan, behalve het lijden aan zijn Passie, zoals Hij elders zegt: "Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan" (Mt 26,39). De zonen van Zebedeüs, te weten Jacobus en Johannes zijn beiden niet als martelaar gestorven, toch wordt er van hen gezegd dat ze de beker hebben gedronken. Immers, hoewel Johannes niet als martelaar is gestorven, was hij het toch, aangezien zijn lijden niet lichamelijk was, heeft hij het toch in zijn geest ervaren. Uit dit voorbeeld kan men dus concluderen dat wij ook martelaren kunnen zijn zonder langs het zwaard te gaan, als we het geduld in onze ziel bewaren.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.