21-09-12

16e zondag na Pinksteren : feest van de Heilige Johannes de doper

16e zondag na Pinksteren

Feest van de ontvangenis van de H.Profeet Voorloper en Doper Johannes

 

 

ontvangenis van de voorloper Johannes zoals voorspeld door de profeet Malachias.jpg

Ontvangenis van de Profeet Johannes de Doper

 

1 Kor,9,-2-12

Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. [3] Dit is mijn antwoord aan mijn critici. [4] Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken? [5] Hebben wij niet het recht om een christenvrouw* mee te nemen, zoals de andere apostelen en de broers* van de Heer en Kefas? [6] Of zijn Barnabas* en ik de enigen die verplicht zijn te werken voor hun levensonderhoud?
[7] Welke* soldaat betaalt ooit zijn eigen soldij? Wie plant een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie weidt een kudde zonder de melk van de kudde te gebruiken? [8] Dit zijn niet enkel menselijke overwegingen, de wet zegt precies hetzelfde, of niet soms? [9] In de wet van Mozes staat immers: Een dorsende os mag men niet muilbanden. Bemoeit God zich hier werkelijk met de ossen, [10] of gaat het eigenlijk over ons? Natuurlijk, met het oog op óns staat er geschreven dat de ploeger* moet ploegen en de dorser moet dorsen in de hoop zijn deel te ontvangen. [11] Als wij in u een geestelijk gewas gezaaid hebben, is het dan te veel gevraagd als wij van u stoffelijke steun verwachten? [12] Als anderen zulke aanspraken op u hebben, dan wij toch zeker! Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt, en willen liever alles verduren dan de prediking van Christus’ evangelie belemmeren.

Evangelie  :  Matth.18,23-35

[23] In dit opzicht gaat het met het koninkrijk der hemelen als met een koning die met zijn dienaren afrekening wilde houden. [24] Toen hij begonnen was met afrekenen, werd er iemand bij hem gebracht die een schuld had van tienduizend talenten*. [25] Omdat hij niet kon betalen, gaf de heer het bevel om hem met vrouw en kinderen en alles wat hij had te verkopen, zodat hij zou kunnen betalen. [26] Daarop viel de dienaar voor hem neer en vroeg: “Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen.” [27] De heer kreeg met die dienaar te doen en liet hem vrij, en hij schold hem het geleende geld kwijt. [28] Toen die dienaar buiten kwam, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd denariën* schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal wat je me schuldig bent.” [29] Daarop viel zijn mededienaar voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, en ik zal je betalen.” [30] Dat wilde hij niet, integendeel, hij liet hem zelfs gevangenzetten tot hij het verschuldigde bedrag betaald zou hebben. [31] Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij buitengewoon ontstemd en gingen alles wat er gebeurd was aan hun heer vertellen. [32] Toen riep zijn heer hem bij zich en zei: “Jij slechte dienaar, ik heb je heel die schuld kwijtgescholden, toen je mij daarom smeekte. [33] Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” [34] En zijn heer werd zo kwaad, dat hij hem overleverde aan de beulen, totdat hij heel zijn schuld zou hebben terugbetaald. [35] Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen, als niet ieder van jullie zijn broeder van ganser harte vergeeft.’

De commentaren zijn gesloten.