10-10-12

De zeven oecumenische concilies

De Zeven Oecumenische Concilies

Het begin van de vierde eeuw is getuige geweest van het grootste keerpunt dat de geschiedenis heeft meegemaakt.
Deze eeuw was pas drie jaar begonnen toen het Romeinse Rijk nog een laatste keer (in 303)probeerde, en met een geweld dat tot nog toe nooit zo hevig was, om de christelijke religie te vernietigen.
Het is waar dat de vervolging van Diocletianus (1), na een tijd van relatieve vrede in de Kerk, heel belangrijk waren voor de de voorbereiding van de kerstening van het rijk, het heeft het leven van de Kerk diep getroffen, vooral de provincies ten oosten van Rome die latijns waren tot het Hellenistische Oosten, anderzijds was in de Kerk van Gallië, Iberia en Brittania deze vervolging niet al te ernstig , in feite werd ze weinig gevoeld in deze provincies die relatief ver lagen van de hoofdstad.

Om strategisch politieke redenen en vooral uit persoonlijk belang deed Diocletianus afstand van de troon in 305. Ook tijdens het bewind van zijn opvolger Galerius (2)en de nieuwe Caesar die hem bijstond, Maximus, nam de vervolging van de christenen een meer systematische karakter aan. Maximinus, nog fanatieker dan de keizer zelf, zocht zijn toevlucht tot nieuwe methoden van anti-christelijke propaganda en afschrikking, maar uiteindelijk moest hij (in 312) terugkeren naar een meer tolerante houding, zeker niet volledig, maar toch belangrijk voor de christenen. Na tien jaar van bloedige vervolging waren duizenden christenen gedood.
Bijna alle historici nu zeggen dat Maximinus besloten had de religieuze vrede te herstellen als gevolg van bedreigingen van binnenuit (de politieke situatie in Rome was zeer verontrustend), en in het bijzonder, onder de slagen die zijn twee collega's en rivalen van het Westen hem toebrachten : Constantijn en Licinius.
Dit is niet de plaats om alle gebeurtenissen die het begin van de vierde eeuw kenmerkten naar voor te brengen, ze zijn ook zeer complex. Toch is de naam van Constantijn heel nauw verbonden met de triomf van het christendom. Zijn regering zag de vervulling van de omwenteling als de grootste die ooit in de geschiedenis van de christelijke kerk is waargenomen.
Constantijn wordt terecht beschouwd als "isapostolos" (gelijk aan de apostelen). Inderdaad, hij was het die als eerste dacht dat het Romeinse Rijk vroeg of laat een christen rijk zou zijn, het moest in ieder geval stevig vaststaan in het ware geloof. Dus, bezorgd om de eenheid van het geloof van zijn onderdanen te bewaren, riep hij een EERSTE oecumenische concilie samen in 325 in Nicea, een stad dichtbij de nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk, Constantinopel.
Maar wat is een concilie van de Kerk? En waarom heten sommige"oecumenisch"?
Laat ons meteen zeggen dat "een concilie het orgaan is waarvoor God heeft gekozen om de bisschoppen te leiden, het is een incarnatie van de essentiële aard van de Kerk". (3) Deze definitie is eerlijk en mooi,. Ik denk dat het voor iedereen toegankelijk is,omdat het gemakkelijk is te begrijpen Voor de oude Grieken was een "Organon" het "middel" bij uitstek en een"middel tot actie" (Organon = Ergon). Het woord "Concilie" wordt elders in het Grieks "synodos" genoemd. Dit woord betekent "samen" of "dezelfde weg opgaan." De bisschoppen, dus dat wil zeggen zij die "zorgen" (Episkopos) voor de goede werking van de Kerk, komen in een vergadering samen, en werken in een geest van vrede en liefde samen, en ten slotte verwoorden zij op een normatieve manier wat de christologische boodschap van de Kerk is. (4) Een concilie wordt door de keizer samengeroepen; deze laatste versterkt de decreten van het concilie, maar dicteert nooit de termen, het komt toe aan de bisschoppen om het ware geloof te onderwijzen, de keizer was de beschermer. Leken (van het Griekse woord "laos", dat " volk" betekent)hadden het recht om concilies bij te wonen en soms een actieve rol te spelen(als de eerste keizer Constantijn en andere keizers van Byzantium). Maar op het moment dat er formele verklaringen moesten gegeven worden waren de bisschoppen de enigen die, vanuit hun charisma tot lering, definitieve besluiten konden nemen.
Een concilie kan "lokaal" of "oecumenisch" zijn. Een "lokaal" concilie bestaat uit leden van één of meerdere kerken, maar zonder de intentie om de ganse Kerk te omvatten. De beslissingen ervan kunnen gevoelig zijn aan fouten. Daarentegen kunnen de leerstellige besluiten van een "oecumenisch concilie" niet worden herzien of veranderd. Ze zijn onfeilbaar en hun autoriteit is universeel omdat ze betrekking hebben op"de gehele bewoonbare aarde" (Oecumene).

Er waren verschillende oecumenische concilies, maar de Orthodoxe Kerk erkent er slechts "zeven" als oecumenisch, en zij werden alle opgeroepen door keizers van het Byzantijnse Rijk. Zij kwamen bijeen in steden van het oostelijk Middelands-Zeegebied.

Het EERSTE oecumenisch concilie van de christelijke Kerk werd in 325 in Nicea (5), bijeengeroepen door Keizer Constantijn die persoonlijk aanwezig was samen met driehonderd bisschoppen. Het is juist dit concilie dat Arius veroordeelde (6), die verklaarde dat de Zoon van God, dat wil zeggen Christus "consubstantieel" is met de Vader ("homoousios" in het Grieks, dwz. van dezelfde essentie). Christus is de ware God uit de ware God, en is niet ondergeschikt aan de Vader volgens Arius. Dit Concilie verkondigde ook dat Christus geboren is en niet geschapen. Dit werd uitdrukkelijk opgenomen in het "Credo", dat wil zeggen in de belijdenis van het ware geloof van een orthodox Christen. Het concilie hield zich ook bezig met de materiële organisatie van de Kerk, maar de veroordeling van Arius was een bijzondere datum in de geschiedenis van het leerstellige christendom.

Het was een gegantische en vaak gepassioneerde opdracht, maar alles werd gedaan in liefde, begrip en wijsheid. De aarzeling en terughoudendheid echter van sommige bisschoppen schiep een klimaat van onrust binnen de Kerk zelf.

Het is daarom dat in de woelige periode die zich uitstrekt van 325 tot 381, werd besloten terug te keren naar het werk van Nicea en in het bijzonder de ontwikkeling van de geloofsbelijdenis. Ook werd er een nieuw oecumenisch concilie bijeengeroepen (het TWEEDE)in Constantinopel in 381. Tijdens dit concilie werd een bijzonder accent gelegd op de Heilige Geest, die gelijk is aan God op dezelfde wijze als de vader en de Zoon. "De heilige Geest die voortkomt uit de Vader, die met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt". Maar er werd ook verkondigd dat de absolute eenheid van God (ousia) onlosmakelijk verbonden is die niet verscheiden is. Zo zijn de Vader, de Zoon en de Heilige Geest drie goddelijke personen (hypostases) "in één persoon". Deze leer werd prachtig ontwikkeld door drie groten van de orthodoxe theologie : de heiligen Gregorius van Nazianze, Basilios de Grote en gregorios van Nyssa.

Vijftig jaar na het concilie van Constantinopel werd een DERDE concilie bijeengeroepen te Efese in 431. Dit concilie verkondigde de hypostatische eenheid van Christus, dat er in Christus geen onderscheid is tussen zijn goddelijkheid en zijn menselijkheid, maar een perfecte combinatie van het goddelijke en het menselijke. Christus kan alleen bestaan in twee verschillende naturen (ousies) : Hij is tegelijk God en mens. Het was ook tijdens dit concilie dat plechtig werd verkondigd dat Maria de Moeder van God is, de Godsmoeder. Maria schonk het leven aan het Woord Gods( de Logos), dat vlees geworden is. Het kind dat maria droeg was een bijzonder persoon (7), zowel God als mens (Johannes 1,14).

Maar nauwelijks twintig jaar waren verstreken sinds het concilie van Efese of er werd een VIERDE concilie bijeengeroepen te Chalcedon, een stad in de buurt van Constantinopel, aan de andere kant van de Bosphorus in 451. Dit vierde oecumenisch concilie maakt samen met het vorige het hoogtepuint uit van de orthodoxe christologie. Het is tijdens de werkzaamheden van dit concilie dat verkondigd werd dat "Christus waarlijk God en waarlijk mens is, Hij laat zich kennen zonder vermenging, zonder verandering, individueel en onlosmakelijk verbonden met elkaar op zo een wijze dat de eigenschappen van elke natuur (goddelijk en menselijk) steviger blijven als ze verenigd zijn in één persoon" (of hypostase). (zie O.Clément : De orthodoxe Kerk).

Hier zien wij dat de concilievaders een beslissende slag wilden toebrengen aan de aanhangers van Nestorius (8)(die in dit concilie en zelfs ervoor sterk insisteerde op het onderscheid tussen de mensheid en de goddelijkheid van Christus), maar ook aan de aanhangers van de leer van één natuur in Christus (monofysieten). Echter verre van een conclusie te geven over de besproken problemen, is het concilie in een lange crisis terechtgekomen die duurde tot het einde van de 5e eeuw en geheel de zesde eeuw.

Het VIJFDE concilie werd bijeengeroepen in Constantinopel in 553 om de nawerking van het Nestorianisme en monofysitisme te boven te komen en om opnieuw te proberen uit te leggen hoe de twee naturen van Christus slechts één zelfde persoon vormen. Maar een aanzienlijk deel van de kerken, vooral in Syrië en Egypte weigerden nog steeds de besluiten van het concilie van Chalcedon te erkennen.

Maar de vrede in de Kerk zal slechts honderddertig jaar duren. In 681 werden de bisschoppen opnieuw geroepen naar Constantinopel om een nieuwe vorm van het monofysitisme te behandelen en er zich over uit te spreken : de ketterij van het "monothélitisme" (één enkele wil). Deze laatsten beweerden dat "omdat er in Christus twee naturen zijn in één persoon, dan zou er in Hem slechts één wil zijn (de goddelijke).De Monothélitisten vielen ook de volheid van de menselijkheid van Christus aan. Dit was het voornaamste doel van het ZESDE oecumenisch concilie.Het is de mening van het geheel van theologen dat het zesde oecumenisch concilie slechts een relatieve vrede in de christelijke Kerk brengt. De geschillen rond de persoon van Christus zouden nog lang duren onder één of andere vorm. Nieuwe problemen hielden niet op om te verschijnen, bijvoorbeeld dit van de verering van de heilige Iconen van Christus, van de Moeder Gods en van de heiligen.Maar voordat wij dit probleem aanraken, zeggen wij eerst iets over de Iconen en wat ze betekenen voor een orthodoxe christen. Een Icoon is volgens de orthodoxe traditie " een heilige getuigenis van de goddelijke tegenwoordigheid" De icoon is geen schilderij, of een artistiek oevre dat tot een bepaalde school in een bepaald tijdperk behoort en als zodanig niet gedateerd noch gehandtekend is. ze behoort niet tot onze kortstondige en sterfelijke wereld maar wel aan dit van het hemels Jeruzalem.Dat is de reden waarom een orthodoxe icoon dikwijls genoemd wordt : "acheiropdiète" 't is te zeggen "niet door mensenhanden gemaakt". Maar de beeldenstormers beschuldigden de orthodoxie van afgoderij. Ze wilden ze vernietigen en laten verdwijnen uit de kerken (beeldenstormers, iconoclasten). De iconoclastische controverse spreidde zich over een periode van 20 jaar en was vaak gekenmerkt door gewelddadige vervolging. Maar de orthodoxie triomfeerde, de iconenverering werd uiteindelijk hersteld door de vrome keizerin Theodora (9) in 843 (Feest van de zondag van de orthodoxie). Het ZEVENDE oecumenisch concilie, dat bijeenkwam in Nicea in 787 verkondigde duidelijk en krachtig dat de afbeeldingen in de kerken moesten blijven bestaan om vereerd te worden zoals de andere materiële symbolen van ons geloof.

Ziehier dus, in het kort de geschiedenis van de Zeven Oecupmenische Concilies, de enige die onfeilbaar zijn en de universele autoriteit bezitten die onze universele kerk erkent. Zij heeft zich nooit ervan verwijderd. Herinneren wij er ons hier aan dat de orthodoxe kerk noch de middeleeuwse scholastiek van het Westen, noch de Hervorming en de Contra-reformatie heeft gekend. Bedenk ook dat de Orthodoxie nooit probeert te overtuigen. Ze heeft de waarheid en de genade van de betovering.

+ Nicolas SARAFOGLOU, in Syntaxis nr.23, Jan.-Febr.-Maart 1993

voetnoten :

(1) Romeins keizer 284 tot 305.

(2) Romeins keizer 306 tot 311.

(3) in : Orthodoxie, Timoty Ware, Desclee de Brouwer 1948

(4) in : De Orthodoxe Kerk. O.Clément : Que sais je ? 1965

(5) Stad in klein Azië in de buurt van Constantinopel.

(6) Arius : priester van Alexandrië (280-336)

(7) in het grieks "Monogénis" (enige zoon)

(8) Nestorius : heresiarch, Patriarch van Constantinopel, afgezet door het concilie van Efese in 453

(9 )Vrouw van de Byzantijnse keizer Theophilos.

vertaling : Kris Biesbroeck

16:46 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.