11-11-12

De heilige Benedictus van Ariane

Heiligenleven

De heilige Benedictus van Ariane

 

Benedikt_von_Aniane.jpg

 Benedictus van Ariane

 

De heilige Benedictus van Ariane was een schenker aan het hof van koning Pepijn en van Karel de Grote, die beiden veel belang stelden in de buitengewoon intelligente jongeman en hem overlaadde met geschenken en eerbewijzen om hem aan zich te binden. Maar zijn radicale persoonlijkheid kon in dit halfslachtige leven geen blijvende bevrediging vinden. Naast zijn werk deed hij strenge boeteplegingen, en zo hield hij dit leven drie jaar vol zonder te weten wat hij eigenlijk moest doen.

Een ongeval gaf de doorslag. Op een gezamelijke tocht was zijn broer eens in het water gevallen. Benedictus sprong hem na, maar was zelf bijna verdronken eer hij erin slaagde de andere te redden. Het was als het ware een demonstratie van het feit hoe plotseling de dood ons kan overvallen, zonder de minste waarschuwing.

Na raad gezocht te hebben bij een in de buurt wonende kluizenaar, trad hij in het klooster van St. Seine in 774. Daar leefde hij in strenge onthouding, hij gunde zichzelf slechts het allernoodzakelijkste en leefde op water en brood, zo weinig mogelijk slaap, vaak op de naakte grond, en stond lange uren blootsvoets te bidden op de stenen van de Kerkvloer, ook in het hartje van de winter. Hij streefde heel de strengheid na van de oude woestijnvaders en verkreeg daardoor in bijzondere mate de geest van gebed.

Toen hij tot kellenaar was aangesteld, kwamen zijn bestuursgaven duidelijk aan de dag. Bij de dood van de abt wilden de monniken daarom Benedictus tot nieuwe abt kiezen, maar omdat ze zich niet wilden verbinden tot een hervorming om weer strikt de Regel na te leven, weigerde hij deze taak. Toen hij daarover niet met rust gelaten werd, verliet hij het klooster, na een verblijf , van zes jaar, en keerde terug naar Languedoc, waar hij op een stuk land uit het familiebezit een kluis bouwde in de buurt van het kerkje van de heilige Saturninus, aan de oever van de Aniane-beek.

Daar leefde hij in uiterste armoede, en langzamerhand kwamen anderen bij hem, hoewel hij hen in het begin steeds had weggestuurd. Zo ontstond een strenge gemeenschap. Men leefde op water en brood van zelfverbouwd graan; slechts op zondagen werd wat wijn en melk gebruikt uit de aangeboden giften.

Op de duur moest er een klooster gebouwd worden, maar ook daar handhaafde men streng de armoede. Zelfs de kelken voor de heilige Eucharistie waren oorspronkelijk van hout, later van glas of tin. Wanneer men kostbaarder vaten schonk, dan werden deze weggegeven aan andere kerken.

Het was een edelmoedige tijd. Dit harde leven trok veel jonge mensen aan en het duurde niet lang of er waren daar al meer dan driehonderd monniken. Benedictus werd bovendien belast met het toezicht op de kloosters van heel Zuid-frankrijk. Hij trad ook op tegen ketterse ideeën zoals die van Felix d’Urgel die het goddelijk zoonschap van Christus loochende, totdat deze door het concilie van frankfort werd veroordeeld, in 794.

Maar zijn hoofdwerk was de monastieke hervorming. Zijn schitterende geestesgaven, gepaard aan een deemoedig en hartelijk optreden, wonnen aller hart. Hij werd overal uitgenodigd voor geestelijk herstelwerk aan de verslapte kloosters en in 817 was hij voorzitter van een vergadering van abten ten behoeve van het herstel der discipline. In datzelfde jaar schreef hij ook de canons voor het concilie van Aken, die op de kloosters betrekking ,hadden.

Deze wettelijke centralisatie hield weliswaar geen stand na zijn dood, maar zijn invloed bleef doorwerken in het europese monnikswezen. Keizer Lodewijk, de opvolger van Karel de Grote, liet voor Benedictus een klooster bouwen dicht bij Aken, het Cornelimünster, als centrale zetel. Van daaruit hield Benedictus toezicht op de verschillende abdijen. Heel zijn leven had hij steeds dezelfde strenge ascese beoefend als in zijn jonge jaren.

Intussen ging zijn gezondheid steeds meer achteruit en de laatste jaren werd hij voortdurend door ziekten gepijnigd, totdat hij stierf in 821, in de ouderdom van 71jaar.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster – Den Haag

De commentaren zijn gesloten.