11-12-12

heiligenleven : de heilige Simeon van Jeruzalem

Heiligenleven

De heilige Simeon van Jeruzalem

 

 

simeon van Jeruzalem.png

 Simeon van Jeruzalem

 

 

 De heilige Simeon, bisschop van Jeruzalem, was de broeder van Jacobus en Judas en Joses, die genoemd worden in het evangelie van de heilige Mattheos (13,55). Hij was negen jaar ouder dan onze Verlosser en behoorde al vroeg tot Diens gevolg.

Hij was degene die de Heilige Geest ontvingen op het Pinksterfeest en behoorde tot de voornaamste leden van de Kerk van Jeruzalem, waar Petros aan het hoofd stond. Deze werd echter weldra gevangen genomen en toen door een engel op wonderbare wijze bevrijd, maar hij kon toch niet langer in de stad blijven. Jacobus werd daarna bisschop van Jeruzalem, tot aan zijn marteldood in 62.

Simeon, die zijn broer had bijgestaan in zijn moeilijk ambt, werd nu zijn opvolger. Vier jaar later werd hij in een visioen gewaarschuwd dat de straf zich ging voltrekken over de stad. Met de gemeenste der Christenen trok hij toen over de Jordaan en zij vestigden zich in het stadje Pella totdat de romeinse veldheer Vespasianus was weggetrokken, na de heilige stad volkomen te hebben verwoest, terwijl alle inwoners waren omgekomen. Zij keerden toen terug naar Jeruzalem en vestigden zich in de ruïnes, die zij langzamerhand weer opbouwden, dikwijls op zulk een wonderbare wijze dat veel Joden uit de omtrek christen werden en zich bij hen voegden. Zo bleef de stad nog enigszins bestaan tot aan de tijd van keizer Hadrianus, die haar wegvaagde van de aardbodem. In die tijd ontstonden ook de ketterse leren van de Nazareeërs en de Ebionieten, die een brug positie wilden innemen tussen christenen en joden. Zij beschouwden Christus wel als de grootste van alle Profeten, maar zij ontkenden dat Hij de Zoon was van God, en verwierpen daarmee in feite het gehele christendom. Zij onderhielden zowel de Sabbat als de zondag en mengden allerlei joodse en christelijke gebruiken door elkaar. Deze leer oefende op de christenen van joodse geboorte een grote aantrekkingskracht uit, en Simeon was in een voortdurende strijd verwikkeld om de waarheid staande te houden.

Om een einde te maken aan de voortdurende joodse opstanden, hadden de romeinse keizers besloten om alle troonpretendenten uit te schakelen door heel de nakomelingschap van David uit te roeien. Onder Vespasianus en Domitianus was Simeon nog aan dit lot ontkomen, maar onder Trajanus werd hij gegrepen op de dubbele aanklacht christen te zijn en afstammeling van David. Hij werd dagenlang heftig gefolterd en tenslotte aan het kruis geslagen en mocht zo zijn beminde Meester navolgen tot Diens einde, in de ouderdom van 120 jaar, nadat hij 44 jaar bisschop was geweest. Volgens de kroniek van Eusebios gebeurde dit in 107, latere geschiedkundigen plaatsen zijn dood in 106.

Uit : heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orthodox klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.