08-01-13

Johannes Chrysostomos : "Laten we de magiërs volgen"

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 7, 5

Johannes Chrysostomos88.jpg

Johannes Chrysostomos

"Laten we de magiërs volgen"

Laten we naar het voorbeeld van de magiërs opstaan. Laat de hele wereld zich maar zorgen maken, maar laten wij ons met vreugde naar de verblijfplaats van het Kind haasten. Als koningen of volkeren moeite doen om ons de weg te versperren, maakt dat niet uit, we laten onze ijver niet verminderen, we duwen al het kwaad dat ons bedreigt weg. Als ze het Kind niet hadden gezien, waren de magiërs niet aan het gevaar, dat ze liepen van de kant van Herodus, ontsnapt. Voordat ze het geluk hadden om Hem te schouwen, zaten ze vast in de vrees, omgeven door kwaadwillenden, ondergedompeld in zorgen; nadat ze Hem hadden aanbeden, kwam de kalmte en zekerheid in hun hart.
Laten ook wij een stad in wanorde, een despoot die dorst naar bloed, alle rijken van deze wereld, achterlaten en laten we naar Bethlehem gaan, het“huis van het geestelijke brood”. Als je herder bent, kom dan gewoon en je zult het kind in de stal vinden. Als je koning bent, dan zullen je weelderige kleding, alle schittering van waardigheid, nergens voor dienen als je niet komt. Als je een wetenschapper bent zoals de magiërs, zal al je kennis je niet redden als je niet komt om respect te tonen. Als je een vreemdeling bent of zelfs een barbaar, dan zul je toegelaten worden in het hof van de koning... Het is genoeg om met ontzag en met vreugde te komen, deze twee gevoelens wonen in het hart van de echte christen...
Alvorens dat kind te aanbidden, maak je vrij van alles wat je benauwt. Als je rijk bent, leg dan het goud aan zijn voeten, dat wil zeggen geef het aan de armen. Deze vreemdelingen zijn van zo ver gekomen om de pasgeborenen te schouwen; waarom zou jij weigeren... om enkele stappen te zetten om een zieke of een gevangene te bezoeken?... De magiërs hebben hun schatten aan Jezus aangeboden, en jij hebt Hem zelfs geen stukje brood gegeven? (Mt 25,36v) Toen zij de ster zagen, werd hun hart vervuld met vreugde; je ziet Christus in de arme mensen, die aan alles tekort hebben en je loopt aan de overzijde, word je niet geraakt?

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.