28-01-13

Ikonen in de vroegchristelijke tijd

Ikonen in de vroegchristelijke tijd

Hoewel er geen ikonen overgebleven zijn uit de eerste eeuwen van het christendom,is het eigenlijk vanzelfsprekend dat die er wel geweest zijn.De ikonen pasten in de schildertraditie en waren daar een voortzetting van.De eerste christenen immers leefden in het Romeinse Rijk in een zeer kunstlievende omgeving.Overal in de stad stonden standbeelden van goden, heersers en filosofen;ook in de huizen waren afbeeldingen van voorouders, goden en filosofen te vinden.De wanden van de villa’s van de welgestelde klasse waren bedekt met decoratieve schilderingen.Alleen in Pompeii zijn daar voorbeelden van overgebleven.De Romeinse wandschilders hebben zich vermoedelijklaten inspireren door Griekse voorbeelden.2 De schilderkunst van de oude Romeinen kende vele motieven, zoals mythologische voorstellingen, landschappen, planten, dieren en scènes uit het dagelijks leven.Ook waren er portretten op panelen van de klassieke goden, helden en familieleden. Van dit type antieke (voorchristelijke) ikonen zijn er tot nu toe zo’n twintigtal gevonden.De meeste zijn in Egypte ontdekt, in huizen en in tempels. Zij dateren uit de 2e tot de 4e eeuw.De eerste portretschilderkunst waarvan genoeg bewaard is gebleven om er een beeld van te vormen, zijn de Fayoemportretten.Hoewel deze portretten ook op andere plaatsen gevonden zijn, zijn zij vernoemd naar de Fayoemdelta in Egypte, een vruchtbare en welvarende delta (ongeveer 60 km ten zuiden van Caïro) waar de meeste portretten zijn ontdekt. [1-3]De eerste twee portretten werden ontdekt in het begin van de 17e eeuw door Pietro della Valle, die op pelgrimage naar het Heilige Land in Egypte belandde. In 1888 heeft de Britse archeoloog W.M. Flinders Petrie portretten opgegraven in Hawara; dit waren de eerste portretten die wetenschappelijk zijn onderzocht. Van deze buitengewoon mooie portretten zijn er tot nu toe zo’n duizend gevonden. Ze zijn geschilderd op dunne houten panelen en verkeren veelal in een uitstekende staat.Het zijn portretten van mannen, vrouwen en kinderen, jong en oud, zowel eenvoudig als gedetailleerd uitgewerkt.

In deze streek van het Romeinse Egypte woonden in de eerste drie eeuwen Grieken, Egyptenaren, Romeinen, Syriërs, Libiërs,Nubiërs en Jodennaast en met elkaar. In deze multiculturele samenleving waren de cultuur en de taal voornamelijk Grieks,maar men had veel respect voor de Egyptische religie en gebruiken. In navolging van de Egyptische dodenmaskers uit de vroege tijd van de farao’s, bestond de gewoonte om de doden te balsemen en hun sarcofaag te tooien met het portret van de overledene. Na röntgenonderzoek van enkele mummies die samen met hun portret gevonden zijn, bleek een discrepantie te bestaan in leeftijd: het portret toonde een veel jonger iemand dan de mummie.Daarom wordt aangenomen dat de meeste van deze portretten nog tijdens het leven van de geportretteerde werden geschilderd en in huis opgehangen.De Fayoemportretten en de christelijke ikonen hebben duidelijke overeenkomsten.Het meest opvallend, behalve de gebruikte schildertechniek en materialen, is de expressieve blik in de ogen.Mogelijk hebben Fayoemportretten en ikonen naast elkaar bestaan totdat deze mummieportretten in onbruik raakten.De ikonen uit de 5e en 6e eeuw die bewaard zijn in het afgelegen Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn, hebben een opvallende gelijkenismet de Fayoemportretten. [5, 40]

Het moet voor de eerste christenen niet moeilijk geweest zijn om over te stappen van de verering van geschilderde portretten van goden, keizers en familieleden naar de verering van ikonen als afbeeldingen van goddelijke personen, zoals Christus, de Moeder Gods, heiligen en martelaren.Het blijft heel moeilijk om zich een voorstelling te maken van het religieuze leven van de christenen in de eerste eeuwen. Zij probeerden een weg te vinden tussen enerzijds hun behoefte iets tastbaars van hun geloof te bezitten en anderzijds hun verzet tegen afgodsbeelden. Bovendien bestond de ban op afbeeldingen die de joden uitgesproken hadden.

Eusebius (265-340), die bisschop was van Caesarea, schrijft over oude portretten van Christus en van Petrus en Paulus, die hij in grote aantallen gezien heeft. Eusebius en ook andere kerkvaders vonden de ikonen overbodig. Zij voegden niets toe aan de ‘openbaring door middel van het woord’.

Epifanius (315-403),metropoliet van Cyprus, vertelt in zijn Epistola ad Joannem, dat hij op een avond een kerk binnenging en daar op het gordijn dat het heiligdom van het schip scheidde, religieuze afbeeldingen aantrof. Hij scheurde het gordijn af en gaf het aan een plaatselijke bewaarder, die hetaan een arme kon geven om als lijkkleed te dienen. Ondanks de negatieve kritiek van bisschoppen en kerkvaders waren ikonen niet alleen een zaak van de theologen maar ook van een gemeenschap die zich in en door de religie wilde uitdrukken.Maar er zijn tot nu toe weinig ikonen teruggevonden en de oude documenten hierover zijn niet altijd betrouwbaar.Wél gevonden zijn de symbolische voorstellingen uit de 3e en 4e eeuw in de catacomben waar christenen samenkwamen.De oudste christelijke kunst zijn muurschilderingen met Bijbelse thema’s in een huis in Dura Europos in Syrië uit 232.

De eerste literaire bron over een ikoon is te vinden in de apocriefe Handelingen van Johannes, een tekst uit het midden van de 2e eeuw uit Klein-Azië. Lycomedes, een leerling van Johannes, had in het geheim een portret van de apostel laten schilderen en het op een altaartje versierd met bloemen in zijn kamer neergezet.Toen Johannes het portret zag, vroeg hij vol verbazing wie deze figuur was die door Lycomedes op heidense manier vereerd werd.Toen hij hoorde dat hij het zelf was, vroeg hij om een spiegel,want hij had zichzelf nooit eerder gezien.Hij keurde het gebruik af: ‘Het portret lijkt opmij,maar niet op mijzelf’.

4e - 7e eeuw

Na het Edict vanMilaan in 313 waren de Romeinse burgers vrij om hun godsdienst te kiezen en ontstond er een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van de christelijke kunst.Keizer Constantijn [4] verplaatste in 330 de zetel van het Romeinse Rijk naar Byzantium, dat werd omgedoopt tot Nova Roma (Nieuw Rome),maar al snel Constantinopel (stad van Constantijn) werd genoemd. In 395 leidde de stichting van Constantinopel, het huidige Istanbul, tot een permanente scheiding tussen de oostelijke (Griekse) en westelijke (Latijnse) helft van het rijk. Aan de oever van de Nijl hadden zich heremieten teruggetrokken, op de vlucht voor de christenvervolgingen.Hieruit ontstonden kloostergemeenschappen, die een belangrijke rol gingen spelen in het debat over de legitimiteit van ikonen.Ook in Constantinopel waren aan het eind van de 6e eeuw alleen al zeventig kloosters.

Onder keizer Justinianus, die regeerde van 527 tot 565,maakte het Byzantijnse Rijk een grote bloeiperiode door, ook op het gebied van de kunst. Justinianus liet in tal van steden prachtige kerken bouwen met schitterende mozaïeken. Helaas werd het merendeel van de gebouwen en mozaïeken in de periode van de Beeldenstorm verwoest.De San Vitale in Ravenna, die wel bewaard gebleven is, geeft een goed beeld van de rijkdomen kwaliteit van de kunst uit die tijd.

Slechts een twintigtal ikonen heeft deze Beeldenstorm overleefd.Het zijn de oudste ikonen die er zijn. Enkele uit de 5e en 6e eeuw worden bewaard in het al eerder genoemde klooster in de Sinaïwoestijn.De beroemdste ikoon is de ikoon van Christus uit de 6e eeuw, die sterke gelijkenis vertoont met de eerdergenoemde Fayoem portretten.

 

Uit het boek : ‘ De rijkdom van ikonen’ Drs. Ingrid Zoetmulder

 

16:45 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.