30-01-13

De heilige Agathon

Heiligenleven

De heilige Agathon

 

Agathon abba  Hongaarse orthodoxe kerk.jpg

Heilige Agathon

 

De heilige Agathon , een van de grote Oudvaders in de Egyptische woestijn, leerling van abba Lot en tijdgenoot van de grote Makarios. Hij stond vooral bekend om zijn grote zachtmoedigheid en omdat hij de innerlijke gesteldheid van groter belang achtte dan lichamelijke werken van askese. Hij beval aan om zich elk uur af te vragen hoe wij, wat wij zojuist gedaan hadden, zouden moeten verantwoorden op de oordeelsdag.

In het Vadersboek staat een kort verhaal dat ons een blik gunt op de monnikensamenleving in de woestijn. Een aantal jonge monniken had zich onder de leiding van Agathon gesteld om het monniksleven te leren. Deze was vooral gesteld op één van hen, Alexander, die zich zo gewillig liet leiden en alle plichten met grote nauwkeurigheid vervulde.Nu was deze groep eens naar de rivier gegaan om hun kleren te wassen. In de hitte was dit geen onaangenaam werk en iedereen was vol ijver bezig, behalve Alexander, die misschien oververmoeid was. En omdat de anderen waarschijnlijk jaloers waren op zijn voorrangspositie, werd al gauw aan Agathon het bericht overgebracht dat die broeder niets uitvoerde. Agathon kwam en gaf hem een standje, waarop Alexander heel bedroefd was. Maar later nam Agathos Alexander apart en zei hem : "wees maar niet bedroefd, ik weet heus wel dat je gedaan hebt wat je kunt, maar het leek mij nuttig ,om je te berispen waar de anderen bij waren, om hun hardheid van geest wat te verzachten door het voorbeeld van jouw gehoorzaamheid.

Ook over het samenwonen van de broeders heeft hij zeer praktische dingen gezegd, toen hem eens gevraagd werd hoe dat moest gebeuren. We moeten daarbij vasthouden aan de gesteldheid van de eerste dag waarop we bij de anderen kwamen en diezelfde innerlijke afstand en vreemdheid bewaren. Immers, een al te grote vertrouwelijkheid leidt tot gebrek aan eerbied, en uit deze ondeugd stammen alle andere hartstochten. En vooral moeten we nooit gaan slapen voordat we eventuele wrijvingen naar ons vermogen hebben bijgelegd.

Eens had hij met zijn groep hard gewerkt om een nieuwe kluis te bouwen en in te richten en toen hij klaar was , trokken zij erin om zich neer te zetten voor het gebed. Maar na afloop van de eerste week had zich in Agathon de overtuiging gevestigd dat de nieuwe kluis niet geheel beantwoordde aan wat hij zich ervan had voorgesteld, en hij zei daarom tot de anderen : "Laten we ergens anders heengaan". Dat viel hun rauw op het lijf en ze begonnen te mopperen dat hij dat wel eens had mogen bedenken voordat ze er zoveel werk aan hadden besteed. En wat moeten de mensen wel denken over zulk een ongedurigheid ? Daarop antwoordde Agathon dat de verstandigen hen juist zouden prijzen omdat ze omwille van God dit alles opgaven, en dat hij in ieder geval zou vertrekken. Daarop konden ze niets anders doen dan hem vergeving vragen en hem verzoeken hen mee te nemen.

Toen er eens gediscussieerd werd over wat wel het moeilijkste was dat een monnik op zich kan nemen, ,gaf Agathon als zijn mening dat werkelijk bidden de allerzwaarste taak was. Want de andere werken brengen hun eigen genoegdoening mee wanneer we erin slagen ze te volbrengen, maar bidden kost strijd tot de laatste ademtocht.

Eens maakte hij met zijn leerlingen een wandeling en een van hen vond op de weg een erwt liggen. Hij vroeg aan de Oudvader of hij die niet moest oprapen. Maar die keek hem vol verbazing aan en vroeg : "Heb jij die dan neergelegd ? Hoe kun je dan op het idee komen om die op te rapen ?"

Ook op een andere wijze toonde hij zijn fijngevoeligheid. Hij wilde nooit aalmoezen geven, maar bij kopen en verkopen accepteerde hij zonder enige bedenking de prijs die hem geboden of gevraagd werd, zodat de mensen hun winstje aan hun eigen slimheid zouden toeschrijven en niet aan zijn goedgeefsheid. Zo spaarde hij hun gevoel van eigenwaarde en dat beschouwde hij als zijn liefdegave.

Hij stond altijd klaar om anderen te helpen. Het weinige dat hij had stond hij ogenblikkelijk af wanneer iemand iets nodig had of zelfs maar bewonderde. Wanneer met de boot de Nijl moest worden overgestoken, was hij de eerste die naar de riemen greep.

Wanneer hij de neiging in zich voelde opkomen om een oordeel te vellen over de fout van een ander, dan zei hij in zichzelf : "Agathon, zorg maar eerst dat je zelf niet zoiets doet", en daarmee bracht hij zijn gedachte tot rust. Want hij was ervan overtuigd dat zelfs wanneer iemand in toorn een dode ten leven zou wekken, hij toch nog veroordeeld zou worden door God.

Een kenmerkende uiting van hem is ook dat hij graag zijn gezond lichaam ,zou willen ruilen met dat van een melaatse, opdat die dan tenminste geholpen zou zijn. Ook droeg hij eens een melaatse op diens verzoek naar de stad. De man vroeg hem iets voor hem te kopen voor alles wat Agathon voor zijn producten ontvangen had. En tenslotte vroeg hij hem terug te dragen naar de plaats waar hij hem gevonden had. Daar zei de melaatse "Gezegend zijt gij, Agathon, door de Heer in de hemel en op de aarde", en was daarna plotseling verdwenen, zodat Agathon begreep dat het een Engel was geweest om hem op de proef te stellen.

Eens vond hij op het dorpsplein een zieke vreemdeling liggen, geheel onverzorgd, om wie niemand zich bekommerde. Agathon huurde toen een kamer, droeg de zieke erheen, bleef bij hem en verzorgde hem vier maanden lang, tot deze weer genezen was. Eerst toen ging hij nterug naar zijn cel.

Maar op zijn sterfbed was hij onzeker en toen de broeders hem vroegen of zelfs hij angst had, antwoordde hij : "Al heb ik altijd mijn best gedaan om God geboden te volbrengen, ik ben toch maar een mens, hoe kan ik weten of mijn daden God bhehaagd hebben ? Gods oordeel is immers heel iets anders dan het oordeel van de mensen." Maar zij zagen dat hij vol vreugde stierf, als iemand die zijn vrienden en geliefden gaat verwelkomen.

Uit. Heiligenlevens voor elke dag . Uitg. orth. Klooster - Den haag

De commentaren zijn gesloten.