28-03-13

De techniek van het schilderen van ikonen

De techniek van het schilderen van ikonen


Christus in het graf_ ween niet over mij_.jpg

Gewoonlijk denkt men bij het begrip ikoon aan een op hout geschilderde religieuze voorstelling.Maar vooral uit de vroege tijd zijn ikonen behouden die uit ivoor, goud, email,mozaïek of marmer zijn gemaakt.Ook geweven of bestikte textielikonen zijn bewaard gebleven. Vooral in de 18e en 19e eeuw in Rusland waren de kleine metaalikonen zeer populair.Deze waren meestal in brons of in messing gegoten. De op hout geschilderde ikonen zijn meestal in ei-tempera geschilderd. Bij ei-tempera is eidooier het bindmiddel voor de pigmenten.De encaustische techniek,waarbij de verf in verhitte was werd ingebrand, raakte na het iconoclasme in onbruik. Materialen :  De ikonenschilder begon met het uitzoeken van een bij voorkeur harsvrij houten paneel (bijvoorbeeld linde, beuk, cipres of ceder) en maakte dat op maat. Bij grotere exemplaren moesten meerdere planken verlijmd worden. Dikwijls maakte hij met een beitel een verdieping in het hout (kovcjek), zodat er een meer of minder brede en verhoogde rand (polje) bleef staan als omlijsting. In Ruslandwerden dan meestal in de achterkant van het paneel twee gleuven horizontaal uitgeschaafd,waar vervolgens latten (sponki)met een zwaluwstaartverbinding vastgezet werden om het kromtrekken tegen te gaan.Vanaf de 18e eeuw gebeurde dit soms in de onder- en bovenkant. In Griekenland werden latten direct op de achterkant bevestigd door middel van nagels of houten pennen.De van tevoren geruwde voorkant van de plank bestreek de schilder met lijm,waarop hij vaak een stuk linnen (povoloka) of grof papier kleefde.Vervolgens bracht hij een pasta aan die bestond uit een krijtlaag van bijvoorbeeld gemalen marmer, of soms albast, en verschillende bindmiddelen.Deze pasta (levkas)werd in verschillende lagen — vijftien tot twintig lagen was niet ongebruikelijk — aangebracht en steeds geschuurd en gepolijst, net zolang tot een spiegelglad oppervlak verkregen was. Op deze glanzende witte achtergrond tekende of kraste de schilder de tekening.Als voorbeeld gebruikte hij een oude ikoon of een schilderhandboek. Vaak kende hij de voorstelling zo goed, dat hij de tekening uit zijn herinnering kon maken.Hierna bedekte hij de achtergrond met bladgoud of soms met bladzilver. Vervolgens maakte hij de schildering in ei-temperatechniek. De kleurstoffen bestonden uit organische stoffen of werden uit de bodem gewonnen en konden bijvoorbeeld bestaan uit verpulverde mineralen. Ook werden soms heilige relikwieën door de verf gemengd.De kunstenaar schilderde in laagjes, van donker naar licht, en bracht ten slotte lichttoetsen en eventueel goudversieringen aan. De schildering werd afgedekt met een vernis die bestond uit lijnolie en hars, de zogenaamde olifa, die de kleuren een diepe glans gaf.Het nadeel van olifa was dat het snel donker werd door het aantrekken van roet afkomstig van kaarsen en wierook.Hierin vindt men de verklaring voor de Zwarte Madonna’s.Deze ikonen danken het donkere gelaat van de Moeder Gods slechts aan roet en vervuiling. Het voorschrift van de kerk volgend, schreef de schilder ook de naam of naamtekens van de heilige persoon of voorstelling op de ikoon.Naast de Griekse heiligemonogrammen voor Christus en de Moeder Gods was het Oudkerkslavisch de taal die voor de Russische ikonen gebruikt werd. [26] Dit is een Zuidslavisch dialect,waarin de monnik Cyrillus zijn bijbelvertaling schreef.Als laatste handeling werd de ikoon in de kerk gewijd.

Met toestemming overgenomen uit het boek 'De rijkdom van ikonen' door Drs.Ingrid Zoetmulder

16:57 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.