09-04-13

Germanus van Constantinopel :De troon van het kruis

H. Germanus van Constantinopel (?-733), bisschop
In Domini corporis supulturam; PG 98, 251-260


Germanus_I van Constantinopel1.jpg

Germanus van Constantinopel

De troon van het kruis

“Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen” (Jes 9,1), het licht van de verlossing. Door de dood te zien die haar tiranniseerde en dodelijk verwonde, komt dit volk terug uit de duisternis naar het licht; van de dood gaat zij naar het leven.

Het hout van het kruis draagt Hem die het universum gemaakt heeft. Hij onderging de dood voor mijn leven, Hij die het universum draagt is aan een kruis genageld als een dode; Hij die de doden het leven heeft ingeblazen, blaast de laatste adem uit op het kruis. Het kruis brengt Hem geen schaamte, maar het is een trofee, ze bevestigt de totale overwinning. Hij zetelt als rechtvaardige rechter op de troon van het kruis. De doornenkroon die Hij op het hoofd draagt bevestigt zijn overwinning: “Houd moed: ik heb de wereld en de prins van deze wereld overwonnen, door de de zonde van de wereld weg te nemen.” (Joh 16,33; 1,29)

Dat het kruis een triomf mag zijn, roepen de stenen, deze stenen van de Calvarieberg waar, volgens de oude traditie van de vaderen, Adam, onze eerste vader, begraven is. “Adam, waar ben je? (Gn 3,9) roept Christus opnieuw op het kruis. Ik ben gekomen om je te zoeken en om je te kunnen vinden, heb Ik mijn handen uitgestrekt op het kruis. Met uitgestrekte handen keer Ik me tot de Vader om te danken dat Ik je heb gevonden, dan keer Ik me tot jou om je te omhelzen. Ik ben niet gekomen om over je zonde te oordelen, maar om je door mijn liefde voor de mensen te redden (Joh 3,17); Ik ben niet gekomen om je aan te klagen voor je ongehoorzaamheid, maar om je te zegenen met mijn gehoorzaamheid. Ik zal je bedekken met mijn vleugels en je zult een schuilplaats vinden in mijn schaduw, mijn trouw zal je bedekken met het schild van het kruis en je zult de het nachtelijk onheil niet meer vrezen (Ps 91, 1-5) want je zult de eeuwige dageraad kennen (Wijsh 7,10). Ik zal je leven zoeken dat verborgen is in de duisternis en in de schaduw van de dood (Lc 1,79). Ik zal geen rust hebben, totdat Ik, vernederd en afgedaald tot in de hellen om je te zoeken, je weer naar de hemel heb gebracht.”

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.