27-05-13

Simeon de Nieuwe Theoloog : "Al wat de Vader heeft, is van Mij"


H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik 
Hymne 21 ; SC 174


Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe Theoloog en Basilius de grote


"Al wat de Vader heeft, is van Mij"

U hebt gestraald, U hebt U getoond als een glorieus licht
Het ontoegankelijk licht van uw wezen, Verlosser,
En U hebt een ziel, die ondergedompeld was in duisternis, verlicht...
Verlicht door het licht van de heilige Geest,
De mensen kijken naar de Zoon, ze zien de Vader
En aanbidden de Drie-eenheid van de Personen, de enige God...

Want de Heer [Christus] is de Geest (2Kor 3,17),
De Geest is ook, de Vader van de Heer,
Natuurlijk een en dezelfde Geest, Hij is niet verdeeld.
Hij die bezit, bezit werkelijk de Drie
Maar zonder verwarring...
Want de Vader bestaat en hoe zou Hij de Zoon zijn?
Want Hij is ongeboren van essentie.
Er is de Zoon, hoe zou Hij Geest worden?
De Geest is Geest – en hoe zal Hij als de Vader verschijnen?

De Vader is de Vader, omdat Hij onophoudelijk verwekt...
De Zoon is de Zoon omdat Hij voortdurend wordt verwekt
en Hij werd al voor alle tijden verwekt.
Hij verschijnt zonder van zijn wortel gesneden te worden.
Hij is tegelijk afgezonderd zonder gescheiden te zijn
en helemaal een met de Vader die Levend is
en zelf het leven is en het Leven aan allen geeft (Joh 14,6; 10,28).
Alles wat de Vader heeft, heeft de Zoon ook.
Alles wat de Zoon heeft, heeft de Vader eveneens.
Als ik de Zoon zie, zie ik ook de Vader,
Men ziet de Vader in alles gelijk aan de Zoon,
behalve dat de een verwekt en de ander zonder ophouden verwekt wordt...
Hoe komt de Zoon uit de Vader voort? Zoals het woord uit de geest voortkomt.
Hoe wordt Hij erdoor gescheiden? Zoals de stem dat is van het woord.
Hoe neemt Hij lichaam aan? Zoals het woord dat men schrijft...

Hoe zou men aan de Schepper van alles een naam geven?
Namen, handelingen, uitdrukkingen,
alles komt in de wereld op bevel van God,
want Hij geeft namen aan de werken
en aan iedere werkelijkheid zijn eigen roep...
Maar zijn eigen naam heeft men nooit gekend
Als het niet “de onuitsprekelijke God” is, zoals de Schrift zegt (cf Gn 32,30).
Als Hij niet uit te spreken is, heeft Hij geen naam
Als Hij onzichtbaar is, is Hij mysterieus,
Als hij ontoegankelijk is, alleen voorbij elk woord
Voorbij elke gedachte, niet alleen de menselijke,
maar ook die van de engelen
“Hij maakte van het donker zijn schuilplaats”(Ps 18,12).
Al de rest hier beneden blijft in duisternis,
maar Hij alleen, als het licht, is buiten de duisternis.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.