29-05-13

Het opnieuw vinden van een spirituele blik op de mens en de schepping Patriarch Bartholomeüs

Het opnieuw vinden van een spirituele blik op de mens en de schepping
Patriarch Bartholomeüs
 
De oecumenische patriarch Bartholomeüs Ie, waarvan de zetel is te Istanbul (het oude Constantinopel) heeft op 12 april laatstleden de franse vertaling voorgesteld van zijn boek getiteld “A la rencontre dy mystère. Comprendre le christianisme orthodoxe d’aujour’hui” dat gepubliceerd is bij Cerf. Bij deze gelegenheid heeft de patriarch een toespraak gehouden voor de vertegenwoordigers van de pers en de verantwoordelijken van de kerken – katholieken, protestanten , orthodoxen Wij reproduceren hierbij de bijzonderste passages van zijn toespraak.
“De intieme band welke bestaat tussen theologie en leven”
Het instituut Saint serge, gesticht in 1925, was de ziel van de theologische vernieuwing die schitterde vanuit Parijs. De “school van Parijs” heeft haar theologische reflexie ontwikkeld volgens een dubbel perspectief : enerzijds de religieuze filosofie, erfgenaam van de sophiologie van Vladimir Soloviev en geïllustreerd door twee buitengewone denkers, Nicolas Berdiaev en Vader Serge Boulgakov, en anderzijds de neo-patristische synthese geleid door Vader Georges Florofsky, Vladimir Lossky en anderen.
Het lijkt ons belangrijk dat de “school van Parijs” de intieme band welke er bestaat tussen theologie en het leven, de liturgische en spirituele ervaring van de kerkelijke gemeenschap  heeft weten te valoriseren – zoals wij het bescheiden doen in ons werk . In een laatste analyse, zelfs al gebruikt zij de wetenschappelijke bekwaamheid, is de theologie een gave en zij openbaart een charismatische ervaring door enkelen voor het geheel van de Kerk. God openbaart zich op de Sinaï als “Hij die is” (Ex.3,14), maar dat wat aan onze geest ontsnapt, kennen wij beter doorheen datgene wat Hij niet is. Zo is de theologie een vorm van goddelijke “onwetendheid”, zoals Gregrios Palamas het schreef in de 14e eeuw. Niet een onwetendheid in de zin van agnosticisme, maar een onwetendheid die steunt op de ervaring van het mysterie van de levende en levengevende God. Ziedaar waarom mijn werk als titel draagt “A la rencontre du mystère”. Zonder deze apophatische en proefondervindelijke benadering, zal de theologie  verworden tot een intellectuele speculatie zonder band met de Levende noch zelfs met het leven van de mensen. Dit principe, dat zo dikwijls werd verwaarloosd verklaart ons wellicht waarom de christelijke theologie op onze dagen zo weinig wegen voorhoudt voor de hedendaagse wereld.
In elk geval heeft de bescheiden “school van parijs” de ganse orthodoxie weten te inspireren in een dialoog die rijk en levend is met het christendom in zijn geheel genomen. Het onderricht van deze theologen was niet zuiver gericht op de orthodoxie; het kwam er voor hen vooral op aan te getuigen met het hart van hun geloof in de context van de moderniteit, opdat het Westen zich zou vertrouwd maken met dit geloof in Christus om er zekere karakteristieken van mee te dragen. Maar om dit te doen, moeten bruggen gebouwd worden opdat het Oosten en het Westen tot een dialoog zouden komen. Dit is een werk dat generaties duurt. Enig in deze betekenis is de bijdrage van de franse theoloog Olivier Clément, leerling van Vladimir Lossky en van Paul Evdokimov : wij zijn hem het ganse werk van een “leidsman” verschuldigd.
De historische roeping van het oecumenisch patriarchaat
Het oecumenisch patriarchaat, dat zich incarneert in het centrum van de totaliteit van de orthodoxe kerken overal ter wereld, is een institutie van 16 eeuwen oud, en heeft een supra-nationaal en supraregionaal karakter. Zijn spirituele verantwoordelijkheid in de ontwikkeling van het christelijk geloof bij alle volkeren, van welk ras of taal zij ook mogen zijn, maakt dat het zijn activiteit uitstrekt doorheen gans de wereld tot in Amerika, het Verre Oosten en Australië. Na de pijnlijke scheuring tussen de kerken van  het eerste en het tweede Rome in 1054, is de oecumenische patriarch voortgegaan met zijn rol van garant voor de eenheid te vervullen, een rol die zijn voorgangers reeds vanaf de eerste eeuwen vervulden in het Oosten, door hun dienstbaarheid en solidariteit te geven aan de Oosterse Kerken. Gedurende de moeilijke periodes en tot de recente actualiteit, is de oecumenisch patriarch geregeld geconsulteerd om problemen op te lossen die zich voordeden tussen de Kerken. De materiële zwakheid van onze Kerk in haar actuele historische conditie is volgens ons geen obstakel voor de realisatie van haar missie, wel integendeel; want “de kracht van God ontplooit zich in de zwakheid”
Eén van de essentiële taken van het oecumenisch patriarchaat is te waken  op de communio van de orthodoxe autocephale kerken. Zijn primaatschap is juist in dienst van de kerkelijke communio, wat een verantwoordelijkheid impliceert en een voorrecht in de initiatieven ten dienste van de panorthodoxe eenheid. Dit levendig sentiment van verantwoordelijkheid en van leadership voor de andere volkeren en voor God verklaart de onvermoeibare inzet van het patriarchaat om de orthodoxe eenheid te versterken op wereldvlak, een inspanning die moeilijk blijkt te zijn omwille van de nationale spanningen en de politieke verdeeldheden.
De verschillende vormen van dialoog
Vanaf het begin van de 20e eeuw, is het oecumenisch patriarchaat volledig bertrokken bij de oecumenische beweging en is er een dynamische leider van geweest. In januari 1920, sprak een encyckliek van de patriarch van Constantinopel over de noodzaak om een liga van Kerken op te richten. Dit laatste resulteerde in 1948 onder de vorm van de oecumenische Raad van Kerken : deze laatste vertegenwoordigde voor de orthodoxie geen universele Kerk in de canonische term van het woord, maar een plaats van delen van christenen onderling die bedroefd waren omwille van  hun scheidingen. Het oecumensich patriarchaat neemt tegelijk ook deel aan locale oecumenische entiteiten, en zit wederzijdse theologische dialogen voor die geleid worden met de verschillende niet-orthodoxe christenen en zelfs met andere monotheïstische religies.
De meest geslaagde dialogen en de meest vruchtbare die tot op vandaag geleid werden door het Patriarchaat waren deze met de oosterse orthodoxe Kerken, die geleid hebben tot de gemeenschappelijke Verklaring van 1989, en deze geëngageerd sedert meer dan veertig jaar met de rooms katholieke Kerk. Deze officiële dialoog tussen onze Kerken gaat onvermijdelijk over moeilijkheden, het vraagt een groot geduld en nederigheid, maar wij denken dat deze vooruitgang onomkeerbaar is in de betekenis van de komende éénheid, wanneer de Heer het toestaat.
In elk geval, ondanks de telkens terugkerende beschuldigingen die het moet dragen, de waarheid van het evangelie te verloochenen, heeft het oecumensich patriarchaat nooit zijn engagement beperkt in de dialoog onder alleen maar christelijke belijdenissen, ervan overtuigt van zijn bredere rol in de wereld en zijn universele verantwoordelijkheid.  Zich bevindend op het kruispunt van de continenten, van beschavingen en gemeenschappen van geloof, heeft het oecumenisch patriarchaat het altijd als haar verantwoordelijkheid gezien om een brugfunctie te vervullen tussen christenen, moslims en joden. Sedert 1994 hebben wij verschillende Multi-religieuze dialogen geleid die verdiepende discussies toestonden tussen de christelijke gemeenschap, de joodse en de muzelmaanse, en dit over themata zoals de religieuze vrijheid, de verdraagzaamheid en de vrede. Wij moeten immers absoluut een confrontatie tussen de religies vermijden, en God kan nooit een voorwendsel zijn voor geweld en de dood tegenover andere personen of naties.
De coëxistentie in de verscheidenheid van  culturen en de religies.
Tijdens de conferentie die door onze zorgen werd georganiseerd te Brussel in 2001 over de vreedzame coëxistentie tussen het jodendom, het christianisme en de Islam als gevolg van de aanslag van 11 september, verwierp in de eindverklaring “ de hypothese dat de religie bijdraagt aan de cultuurshock”, en trok de aandacht op de rol van het geloof om bij te dragen aan een constructieve en instructieve dialoog tussen de beschavingen”
Deze ontmoetingen hebben onze ogen geopend voor de diversiteit van culturen en religies alsook voor de complexiteit van de mondiale realiteit. De wereldevolutie karakteriseert voortaan een verregaande secularisatie en een pluralisme. Geen enkel van onze landen kan zich niet meer voorstellen als mono-etnisch, unireligieus of monocultureel. In Frankrijk telt de islam niet minder dan vijf miljoen gelovigen, hetzij 8% van de bevolking. Veeleer dan dit te zien als een bedreiging of als een probleem, moet deze sociale realiteit gezien worden als een uitdaging waarop wij kunnen antwoorden vanuit een wederzijds respect, dialoog en broederlijke ontmoetingen.
Geloof en vrijheid, bewustzijn en rechten van de mens.
De vraag naar de vrijheid en de rechten van de mens, zo centraal voor onze moderne en geseculariseerde wereld, lijkt ons belangrijk om ons voor de geest te halen, want zijn ontvangt specifieke antwoorden van de kant van de orthodoxe traditie. In de eerste plaats, voor de moderne wereld is vrijheid synoniem van keuze. Welnu, de waarachtige vrijheid is een gave van hierboven en wordt slechts verworven doorheen een spirituele strijd. Elke persoon bevat een goddelijke vonk van vrijheid en hij is “gelast” om een kind van de enige en authentieke God te worden.
De vrijheid, in de volle zin van het woord, wordt niet verworven in een individueel of communautair egoïsme, maar in de erkenning – dikwijls moeilijk – van de ander. In de hedendaagse steden en de  geseculariseerde stedelijke milieus heeft het leven het isolement van de mensen aangemoedigd en de verdachtmaking jegens de vreemdelingen vermeerderd, met name met de recente achteruitgang van de economische situatie en de crisis in de werkgelegenheid. Nochtans hangt onze bestemming van de wereld en van de komende eeuw af van de wijze waarop wij de anderen behandelen. Op het oecumenisch patriarchaat heeft men geen schrik van de vreemdelingen,wij hebben hen lief. Wij hebben de woorden van de apostel tot de onze gemaakt “ vergeet niet zorg te dragen voor de vreemdelingen” (Hebr.13,2), het is onze dagelijkse praktijk gedurende eeuwen. Wij leggen er de nadruk op dat alle mensen gelijk zijn, zowel voor de wet van God als voor de burgerlijke wet.
Wanneer wij in de wereld van vandaag zoveel wreedheid zien die nog altijd verder worden bedreven tegen personen en volkeren, zonder dat wij reageren, dan vragen wij ons af hoe wij kunnen voorwenden dat wij vrij zijn ? Wij zijn ervan overtuigd dat de geloofsgemeenschappen waarlijk de wereld moeten wakker maken van de bevangenheid en de onverschilligheid. Want “de rechten van de mens zijn niet enkel een uitvinding van de Verlichten : zij horen toe  aan de essentie zelf van het christelijk geloof en van elke religie die van nature de vrijheid en de religieuze tolerantie belooft. Wanneer wij als gelovigen mislukken wanneer het gaat over intolerantie en de marteling, dan zijn wij noch religieus, noch menselijk. En zijn wij niet vrij. En wanneer wij  als gelovig volk de marteling van andere volkeren ontkennen, dan weigeren wij per slot van rekening ons te herkennen in de anderen. Het geloof en de tolerantie delen dezelfde taal. Haar alfabet is de vrijheid. Iedere menselijke persoon is geschapen op een unieke wijze naar het beeld van God en vormt een mysterie die wij moeten respecteren.
Engagement ten gunste van het milieu
De laatste tientallen jaren is de evolutie van onze wereld gemarkeerd door wat wij zouden noemen : een ecologisch ramp. De laatste grote gebeurtenis is de nucleaire catastrofe van Fukushima in Japan, en dit als gevolg van een hevige aardbeving. Algemeen gesproken zijn de specialisten van het milieu eenstemmig om te onderlijnen dat de verandering van het klimaat die zij zien gebeuren op wereldvlak en die kan uitgelegd worden door de uitstoot van gas door de menselijke activiteit, het ecosysteem kan verstoren en vernietigen. Welnu, dit kan niet alleen het menselijk ras vernietigen, maar ook de wereld van de dieren en planten die van elkaar afhankelijk zijn. Het zijn de keuzes en de daden van de moderne mens die geleid hebben tot deze tragische situatie, en die op zich een spiritueel en moreel probleem vormen. De apostel Paulus, goddelijk geïnspireerd, heeft negentien eeuwen geleden dit probleem beschreven in zijn brief aan de Romeinen, door er de ontologische dimensie van te onderlijnen :” De schepping is onderworpen aan de vruchteloosheid, - niet vrijwillig maar omwille van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft…Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is” (Rom.8,20,22).
Dank zij de wetenschappelijke ontmoetingen, die het heeft georganiseerd en waaraan vertegenwoordigers van verschillende christelijke Kerken en religies van de wereld hebben deelgenomen alsook specialisten van verschillende universitaire disciplines, heeft het oecumenisch patriarchaat zich ingezet om een klimaat van stabiliteit en vernieuwende samenwerking tot stand te brengen tussen de religieuze wereld en de wetenschap, zich funderend op het fundamentele principe  volgens dewelke – om het objectief te bereiken en de natuurlijke omgeving te behouden – de twee partijen moeten samenwerken in wederzijds respect. Deze samenwerking tussen wetenschap en religie is erop gericht bij te dragen aan de ontwikkeling van een ethiek van de leefomgeving : dit heeft tot doel, volgens ons, aan te tonen dat het gebruik van de wereld en het genot van de materiële goederen eucharistisch moet zijn, zich moet laten vergezellen door een lofprijzing aan de Schepper. Omgekeerd vormen een slecht gebruik van de leefomgeving en de deelname ervan zonder verwijzing naar God een zonde, niet alleen tegenover de Schepper maar ook tegenover de schepping.
Deze waarachtige zonde ten overstaan van de leefomgeving vindt haar oorzaak in ons egoïsme en in de valse waarden die wij hebben ontvangen zonder enige kritiek. Wij hebben er nood aan om onze relatie met de wereld en met God opnieuw te overdenken. Zonder deze metanoïa, zonder deze “ommekeer van hart” zijn alle maatregelen voor het behoud van de schepping, welke ook onze goede bedoelingen zijn ondoeltreffend, want wij buigen ons alleen over de symptomen en niet over de oorzaken van de situatie.
Wij worden uitgenodigd om tot ons op te nemen datgene wat de paas hymnografie “een andere wijze van leven” noemt. Want wij hebben een arrogante en misprijzende houding tegenover de natuurlijke schepping. Wij weigeren om het Woord van God te zien in de oceanen van onze planeet, in de bomen van onze continenten, en in de dieren die de aarde bevolken. Wij verloochenen onze eigen natuur die ons oproept om het Woord van God in de schepping te onderscheiden, indien wij “deelnemers aan de goddelijke natuur” (2 Petr.1,4) willen worden. Hoe kunnen wij  de kosmische  draagwijdte ontkennen dat het goddelijk Woord is vlees geworden ?  Waarom nemen wij de geschapen natuur niet waar als een uitbreiding zelf van het lichaam van Christus ?
“De kosmische dimensies van de goddelijke incarnatie”
De oosterse theologen hebben altijd terecht de kosmische dimensies van de goddelijke incarnatie onderlijnd De Heilige Maximos de Belijder legt de nadruk op de tegenwoordigheid van het Woord van God in alle dingen (cf. Coll.3,11). De goddelijke logos blijft het centrum van de wereld op mysterieuze wijze het eerste principe en haar laatste doel openbarend  (cf.Petrus 1,20). Het is daarom dat de orthodoxe christenen op de zondag van Pasen, wanneer de celebratie van Pasen zijn hoogtepunt bereikt zingen :”Nu is alles vervuld met goddelijk licht : de hemel en de aarde en alle dingen op aarde. Dat gans de schepping zich verheuge !” Wanneer de Kerk de eigen kosmische dimensies van het Woord van God niet herkent, door zich te houden aan de zuiver “spirituele” vraagstukken, zonder band met de realiteit van de wereld, dan verwaarloost zij haar zending die erin bestaat om God te smeken om de ganse verontreinigde kosmos te transformeren.
Iedereen onder ons is geroepen om een spirituele blik op de schepping te hervinden, in de betekenis van wat de ascetische traditie van het oosters christendom noemt “de beschouwing van de natuur”. Dit philokalisch ethos, dat in staat  is om de schoonheid van de werken van God te onderscheiden, zou het gemeenschappelijk goed moeten worden van alle christenen. Deze bezorgdheid wordt elders uitgedrukt bij vele artiesten. Wij denken aan dit vers van Paul Claudel, in zijn gedicht De zwarte vogel in de opgaande zon : “ Het is slechts een gezuiverde ziel die de geur van de roos zal begrijpen” Elk ding celebreren in zijn evidentie en zijn geheim : dat is onze verantwoordelijkheid als christenen.
Ondanks onze onrust zijn wij optimistisch en vertrouwend in de schat van goedheid dat het menselijk zijn , geschapen naar het beeld van God om op Hem te gelijken(Gen.1,26) verborgen houdt. Zoals wij het hebben uitgedrukt in Venetië in 2002 met de betreurde Johannes Paulus II : “Het is niet te laat. De wereld die door God geschapen is bezit ongelooflijke krachten tot genezing. Wij zouden in één generatie de aarde kunnen leiden naar een toekomst voor onze kinderen. Laat ons ervoor zorgen dat deze generatie nu begint, met de hulp en de zegen van God !” Maar het past dat wij handelen op alle niveau’s : de Kerken, de diocesen, de parochies, de verenigingen en de personen indien wij een verantwoordelijke liefde hebben voor onze kinderen en voor de komende generaties.
 
Uit : SOP 358 – mei 2011 pp.23-27
Vertaling : Kris Biesbroeck

08:56 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.