03-06-13

Staretz Silouan : God geeft het gebed aan hen die bidden

God geeft het gebed aan hen die bidden

STARETS SILOUAN Monnik van de Athos (1866-1936)
 

silouan-mtathos.jpg

Silouan de Athoniet (fresco uit de Athos)

Diegenen die de Heer liefhebben brengen Hem dikwijls in herinnering, en de herinnering aan God doet het gebed groeien. Als gij u de Heer niet in herinnering brengt, zult gij ook niet meer bidden. Zonder gebed zal de ziel niet meer in Gods liefde verblijven, want het is door het gebed dat de genade van de heilige Geest tot u komt. Door het gebed houdt de mens zich weg van de zonde, want een geest die bidt wordt door God opgenomen. Het is door de  nederigheid dat hij zich bevindt voor het Aangezicht van God, Die zijn ziel kent.
Maar, wel te verstaan, een beginner heeft nood aan een spiritueel leider, want voor de komst van de genade van de Heilige Geest moet de ziel een grote strijd voeren met de vijanden en kan hij nog niet zien als het niet de vijand is die is die hem zijn geluk geeft. Alleen hij kan hij de onderscheiding maken die persoonlijk heeft geproeft van de genade van de Heilige Geest. Wie de heilige Geest zelf geproefd heeft kan de genade ervan onderscheiden.

O mens, leer de nederigheid van Christus, en de Heer zal u de smaak van de zoetheid van het gebed geven. Als gij het zuivere gebed zoekt, wees dan nederig, sober, biecht oprecht, en het gebed zal van u houden. Wees gehoorzaam, leer de nederigheid van Christus, onderwerp u goedhartig aan de autoriteiten, wees tevreden over alles, dan zal uw geest zich zuiveren van ijdele gedachten. Breng in uw herinnering dat de Heer u ziet en wees bevreesd om uw broeder te kwetsen. Oordeel niet over hem, zelfs niet door je gelaatsuitdrukking, dan zal de Heilige Geest u beminnen en helpen in alles.

De heilige Geest gelijkt op een moeder vol tederheid. Zoals een moeder haar kind liefheeft en het beschermt , zo beschermt ook de Heilige Geest ons, vergeeft Hij ons, geneest Hij ons , onderwijst ons en verblijd ons; de heilige Geest wordt gekend in het gebed dat gebeurt in nederigheid. (...).

Hij die bidt uit gewoonte vind geen verandering in zijn gebed, maar hij die bidt met heel zijn hart kent wel beproevingen in het gebed; hij moet strijden tegen de vijand en moet strijden met zichzelf, met zijn passies, met de mensen, en vooral : hij moet waakzaam zijn. Het onophoudelijk gebed moet in liefde gebeuren, maar men verliest het door de oordelen, de ijdele woorden en de mateloze woordenvloed. Hij die God liefheeft kan dag en nacht aan Hem denken, want geen enkele bezigheid kan hem verhinderen God lief te hebben. De Apostelen hielden van de Heer zonder dat de wereld hen hinderde, en nochtans wisten zij zich in een wereld te bevinden, zij baden voor hem en gaven zich over aan de prediking (...).

Slechts wanneer wij bidden voor onze vijanden,  kan de ziel vrede vinden. De ziel waaraan de genade van God word meegedeeld heeft met mededogen elk schepsel lief, en vooral de mens. Op het kruis heeft de heer geleden voor de mensen en zijn ziel was in doodstrijd voor elk van ons.

De Heer heeft mij de liefde voor de vijanden geleerd. Als wij verstoken blijven van Gods genade, kunnen wij de vijanden niet liefhebben, maar de heilige Geest leert om te beminnen; hij heeft zelfs medelijden met de demonen, omdat zij verstoken zijn van het goede, zij hebben de nederigheid verloren en de liefde tot God. Ik smeek u, doe een poging. Indien iemand u beledigt, of u misprijst, of u ontneemt wat u toebehoort, of de kerk vervolgt, bid dan de Heer zeggend : "Heer, wij zijn allen uw schepselen; heb medelijden met uw dienaren en richt hen op ,het berouw". Zo  zal je zichbaar de genade in uw hart dragen. In het begin moet jje je hart forceren om de vijanden lief te hebben. De Heer, die uw goede wil ziet zal u in alles helpen, en de ervaring zelf zal het u leren. Maar hij die slecht denkt over zijn vijanden, heeft de liefde van God niet in zich en hij kent God niet.(...).

Oh, hoe nodig is het aan de Heer te vragen dat Hij aan de nederig ziel de Heilige Geest zou schenken ! De nederige ziel verheugt zich in een grote vrede, maar de hoogmoedige ziel pijnigt zichzelf. De hoogmoedige mens kent de goddelijke liefde niet, hij is ver van God. Hij is fier om rijk te zijn, of geleerd, of in de glorie, maar hij, de ongelukkige, heeft geen weet van zijn armoede en de puinhoop die hij veroorzaakt door God niet te kennen. Maar de Heer help hem die strijd levert tegen zijn hoogmoed om te triomferen over deze passie (...)
Voor dat de mens geraakt wordt door de genade leeft de mens in de gedachte dat alles goed is en in orde met zijn ziel : maar wanneer de genade hem bezoekt en in hem blijft, dan ontdekt hij iets gans anders. En het is pas wanneer de genade hem opnieuw in de steek laat, dat hij zich rekenschap geeft dat leven zonder genade een groot onheil is (...)

Ik schrijf de waarheid omdat ik de mensen liefheb.Immers, mijn hart lijdt voor hen. Indien ik één persoon zou kunnen helpen om de weg te vinden die redt, dan zou ik de Heer altijd danken. O volkeren van de aarde ! Ik ben twee en zeventig jaar, ik ,ga weldra sterven. Ik schrijf voor u over de tederheid van God. Door de Heilige Geest heeft de Heer mij deze tederheid leren kennen. En de Heilige Geest heeft mij geleerd om alle mensen lief te hebben. Ik zeg u de waarheid : ik vind niets goed in mij. Ik heb veel gezondigd, maar de Heilige Geest heeft ze uitgewist. Het is de liefde Gods die mij gedwongen heeft te schrijven.
 
In "Starets Silouane, Vie-Doctrine-Ecrits, par l'Archimandrite Sophrony, Ed. Présence P : 274, 344, 288, 298
Vertaling : Kris Biesbroeck

14:04 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.