15-06-13

7e zondag na Pasen : het eerste oecumenisch concilie

ZONDAG : GEDACHTENIS VAN HET 1eOECUMENISCH CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE ERAAN DEEL HADDEN.

7e ZONDAG NA PASEN

 

 

oecumenisch concilie 1e.jpg

 

Eerste oecumenisch concilie

 

 

 Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

[16] Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn.      [17] Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen. [18] Toen die bij hem gekomen waren, zei* hij tegen hen: 'U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

28] Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk* van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven. [29] Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen; [30] zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen. [31] Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb. [32] En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden. [33] Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd; [34] u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien. [35] In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf* heeft gezegd: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." ' [36] Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus [1] Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: 'Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk* uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. [2] Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. [3] Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen*, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. [4] Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. [5] Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat*de wereld bestond.      [6] Ik* heb uw naam geopenbaard aan de mensen* uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen. [7] Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt. [8] Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden. [9] Voor hen bid Ik. Niet* voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn - [10] al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne - en omdat in* hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden. [11] Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar* hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. [12] Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. [13] Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.                                                                                                                                                                                                                                                                                                Kondakion :

 

De Verkondiging der Apostelen, evenals de dogma's van de Vaderen, bewaren de Kerk in eenheid van Geloof. Zij draagt het bruilofskleed der waarheid, geweven door de Theologie vanuit de hoge, om het grote geloofsmysterie recht te prediken en te verheerlijken

 

Prokimen :

 

Gezegend zijt Gij, Heer, God onzer Vaderen, en lofwaardig en heerlijk is Uw Naam in eeuwigheid. (Dan.3,26,55)

Gij zijt rechtvaardig in alles wat Gij aan ons hebt gedaan : al Uw werken zijn waarheid.

Gezegend zijt Gij dier zetelt op de troon der heerlijkheid van Uw Koninkrijk.


 

Het Concilie van Nicea

Op de 7e zondag na Pasen vieren wij de God-gewijde Vaders van het eerste Oecumenisch Concilie.

Reeds in de eerste eeuwen werd dit Concilie herdacht. De Heer Jezus deed aan de kerk de grote belofte : ‘Ik wil Mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen' (Mt.16.18)

Alhoewel de Kerk grote vervolgingen heeft moeten doorstaan, toch heeft ze gezegevierd. De Heilige Martelaren gaven het getuigenis van de waarheid van Gods Woord. Ze werden ervoor ter dood gebracht. Maar het zwaard van de vervolgers werd vernietigd door het kruis van Christus.

De vervolgingen van de Christenen nam een einde in de 4e eeuw, maar ketterijen stonden binnen de Kerk zelf op, o.a. het Arianisme. Arius was een priester uit Alexandrië, een zeer trotse man, vol ambitie. Hij ontkende de goddelijke natuur van  Christus en Zijn gelijkheid met God de Vader. Valselijk getuigde hij dat de Redder niet consubstantieel is met de Vader, maar enkel een geschapen zijn.

Een lokaal concilie met Patriarch Alexander van Alexandrië veroordeelde de valse leer van Arius. Desondanks verspreidde zijn valse leer zich over het ganse Oosten. Hij kreeg zelfs steun van sommige Oosterse bisschoppen.

De commentaren zijn gesloten.