18-06-13

Techniet voor het schilderen van ikonen

Techniek voor het schilderen van ikonen

 

Gewoonlijk denktmen bij het begrip ikoon aan een op hout geschilderde religieuze voorstelling.Maar vooral uit de vroege tijd zijn ikonen behouden die uit ivoor, goud, email,mozaïek of marmer zijn gemaakt.Ook geweven of bestikte textielikonen zijn bewaard gebleven. Vooral in de 18e en 19e eeuw in Rusland waren de kleine metaalikonen zeer populair.Deze waren meestal in brons of in messing gegoten.

De op hout geschilderde ikonen zijn meestal in ei-tempera geschilderd. Bij ei-tempera is eidooier het bindmiddel voor de pigmenten.De encaustische techniek,waarbij de verf in verhitte was werd ingebrand, raakte na het iconoclasme in onbruik.

Materialen

De ikonenschilder begon met het uitzoeken van een bij voorkeur harsvrij houten paneel (bijvoorbeeld linde, beuk, cipres of ceder) en maakte dat op maat. Bij grotere exemplaren moesten meerdere planken verlijmd worden. Dikwijls maakte hij met een beitel een verdieping in het hout (kovcjek), zodat er een meer of minder brede en verhoogde rand (polje) bleef staan als omlijsting.

In Rusland werden dan meestal in de achterkant van het paneel twee gleuven horizontaal uitgeschaafd,waar vervolgens latten (sponki)met een zwaluwstaartverbinding vastgezet werden om het kromtrekken tegen te gaan.Vanaf de 18e eeuw gebeurde dit soms in de onder- en bovenkant. In Griekenland werden latten direct op de achterkant bevestigd door middel van nagels of houten pennen.De van tevoren geruwde voorkant van de plank bestreek de schilder met lijm,waarop hij vaak een stuk linnen (povoloka) of  grof papier kleefde.Vervolgens bracht hij een pasta aan die bestond uit een krijtlaag van bijvoorbeeld gemalen marmer, of soms albast, en verschillende bindmiddelen.Deze pasta (levkas)werd in verschillende lagen — vijftien tot twintig lagen was niet ongebruikelijk — aangebracht en steeds geschuurd en gepolijst, net zolang tot een spiegelglad oppervlak verkregenwas.

Op deze glanzende witte achtergrond tekende of kraste de schilder de tekening.Als voorbeeld gebruikte hij een oude ikoon of een schilderhandboek.

Vaak kende hij de voorstelling zo goed, dat hij de tekening uit zijn herinnering kon maken.Hierna bedekte hij de achtergrond met bladgoud of soms met bladzilver. Vervolgens maakte hij de schildering in ei-temperatechniek. De kleurstoffen bestonden uit organische stoffen of werden uit de bodem gewonnen en konden bijvoorbeeld bestaan uit verpulverde mineralen.

Ook werden soms heilige relikwieën door de verf gemengd.De kunstenaar schilderde in laagjes, van donker naar licht, en bracht ten slotte lichttoetsen en eventueel goudversieringen aan.

De schildering werd afgedekt met een vernis die bestond uit lijnolie en hars, de zogenaamde olifa, die de kleuren een diepe glans gaf.Het nadeel van olifa was dat het snel donker werd door het aantrekken van roet afkomstig van kaarsen en wierook.Hierin vindt men de verklaring voor de Zwarte Madonna’s.Deze ikonen danken het donkere gelaat van de Moeder Gods slechts aan roet en vervuiling.

Het voorschrift van de kerk volgend, schreef de schilder ook de naam of naamtekens van de heilige persoon of voorstelling op de ikoon.Naast de Griekse heiligemonogrammen voor Christus en de Moeder Gods was het Oudkerkslavisch de taal die voor de Russische ikonen gebruikt werd. Dit is een Zuidslavisch dialect,waarin de monnik Cyrillus zijn bijbelvertaling schreef.Als laatste handeling werd de ikoon in de kerk gewijd.

Stijlmiddelen

Wanneer wij een ikoon bestuderen, springen de vreemde architectonische vormen, de vervormde bergen, de onnatuurlijke gezichten en schematisch getekende gestalten in het oog.Dit is niet uit onkunde gedaan.Deze vreemde vormen zijn juist onderdeel van de artistieke taal van de kunstenaars. Zij wilden een onzichtbare werkelijkheid vertalen naar een zichtbare vorm.Hiervoor gebruikten zij een omgekeerd perspectief.Het verdwijnpunt ligt bij de toeschouwer en niet in de ikoon.De toeschouwer wordt als het ware de ikoon binnengetrokken.

Kenmerkend is ook het gebruik van bladgoud.Door de gouden achtergrond is er geen horizont, geen lucht of landschap.De afgebeelde heiligen hebben om het hoofd een aureool van bladgoud en ook de kleding is met goud bewerkt.Dit wordt gedaan om de spirituele dimensie te benadrukken.

De voorstelling op de ikoon blijft vlak, tweedimensionaal, ook omdat de schilder geen slagschaduw gebruikt.

Metaalbeslag

De gewoonte om ikonen te bedekken met een zilverbeslag is reeds in de Byzantijnse tijd ontstaan.Deze bekleding kan de vorm aannemen van een rand (basma), de bedekking van de achtergrond (oklad), of een bedekking van de gehele ikoon,waarbij slechts het gelaat en de handen vrij blijven (riza). Het Russische woord oklad betekent ‘bekleding’ en riza betekent ‘jas’.Deze termen worden door elkaar gebruikt.De oorspronkelijke bedoeling van een dergelijk beslag was omeer te betonen aan de ikoon.Als een ikoon bijvoorbeeld een wonder had verricht, lieten de gelovigen bij een zilversmid een feestgewaad voor de ikoonmaken.

In de 17e eeuw nam de populariteit van de riza- en oklad-ikonen toe en bereikte in de 19e eeuw haar hoogtepunt. Er werden door bekende edelsmeden, zoals Fabergé en Ovchinnikov,ware kunstwerken van deze gouden zilverbeslagen gemaakt, soms versierd met email en edelstenen.De voorliefde voor dit soort ikonen veroorzaakte echter ook dat uiteindelijk aan het schilderwerk geen aandacht meer besteed werd. Er ontstonden goedkope ikonen die,wanneer zij ontdaan worden van de metalen bekleding, het kale houtmet slechts gezichten en handen tonen.

Metalen ikonen

Het onverwoestbare materiaal en het vaak kleine formaat maakten de metalen ikonen tot de ideale metgezellen van de reiziger.Kleine ikoontjes en kruisjes werden omde hals gedragen.Maar ook in huis en in de kerk werden dergelijke ikonen gebruikt.Tevens bestond de gewoonte deze ikonen op de houten grafkruizen te nagelen.

De eerste metalen ikonen stammen al uit de 11e eeuw,maar de grote bloeitijd was in de 18e en 19e eeuw.Waarschijnlijk is dit te danken aan de Oudgelovigen, die fel gekant waren tegen de hervormingen van Nikon, de patriarch vanMoskou. In het midden van de 17e eeuw scheidden zij zich af van de kerk en wierpen zich op als de verdedigers van de oude tradities.Met net zoveel systematiek, liefde en vaardigheid als zij speciale werkplaatsen voor de geschilderde ikonen oprichtten, namen zij ook de vervaardiging van de metalen ikonen ter hand.Het belangrijkste centrum voor het gieten van deze ikonen was het Vygorezki klooster, dat in 1695 door de Oudgelovigen gesticht werd aan de rivier de Vyg, in het hoge noorden bij deWitte Zee. Er waren ook kleine werkplaatsen door het gehele land, tot in Siberië toe, die door elkaar bestrijdende groepen Oudgelovigen werden opgericht.

 

Uit : de rijkdom van ikonen door Ingrid Zoetmulder

 

12:06 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.