24-08-13

9e zondag na Pinksteren : "Petrus zinkt"

 

 

 

9e zondag na Pinksteren

"Petrus zinkt"

 Petrus - zinkt.jpg

 

 Armeens museum Isfahan

 

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

 (met een verhaal voor kinderen !)

1 Kor.3,9-17

.Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt - Jezus Christus zelf.  Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,  van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.  Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?  Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig - en die tempel bent u zelf.

 

Evangelielezing :

 

Matth. 14,22-34

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen.  De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.  Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer.  Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!' en schreeuwden het uit van angst.  Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!'  Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.' Hij zei: ‘Kom!' Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.  Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!'  Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?'  Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.  In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!'  Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret.

 

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

KIJK, DIE PETRUS!

 Nooit zou Petrus voor iemand knielen. Dat deed immers geen enkele vrome Jood. Voor geen koning, geen keizer, voor niemand. Voor niemand?

 'Jouw beurt, Johannes.' zegt Petrus. Hij schuift wat naar achteren en reikt de riemen over aan Johannes.

Gelukkig, hij kan even uitrusten. Wat een wind, zeg! En dan nog tegen. Zeilen kan helemaal niet meer. Nee, het wordt echt een nachtje ploeteren. Brr! Petrus huivert in zijn wollen jas. Zijn ogen proberen door de duisternis heen te boren om te ontdekken waar ze eigenlijk zijn. Wat vervelend dat Jezus niet bij hen is. Petrus voelt zich niks op zijn gemak zonder zijn grote vriend.

'Ik wil dat jullie vast naar de overkant varen,' had de Heer gezegd. 'Ik kom wel.'

't Kon wel een tijdje duren voordat ze Hem weer terugzagen. Petrus was zo graag gebleven. Het ging juist zo spannend worden. De mensen die van de broden en vissen hadden gegeten, wilden Jezus koning maken. Tsjonge, wat een avontuur. Het zou er dan eindelijk van komen. Jezus op de troon en alle vijanden het land uit. Maar nee hoor! De Heer had hen allemaal in het bootje geduwd en gezegd: 'Ik stuur de mensen weg en dan kom ik bij jullie.'

 'Jouw beurt, Jakobus!' hoort hij Johannes roepen. Jakobus schuift naar de riemen. 't Lijkt wel of de wind nog toeneemt. Wolkenflarden vliegen langs de lucht. Het lapje, dat als vlaggetje dienst doet, klappert in de wind.

Plotseling voelt Petrus zich naar achteren glijden. Een grote golf tilt het voorschip op. Ze tuimelen allemaal over elkaar heen. Hou je vast! Hou je toch goed vast!!

Andreas, die de schipper is, schreeuwt zijn bevelen. Petrus is wel wat gewend als visser, maar hij klemt zich toch met beide handen aan de rand van de boot vast. Daar komt weer een grote golf... Ineens, als ze een moment zo hoog opgetild worden, ziet hij iets wits. Een zeil soms van een ander schip? Het zou wel stom zijn om met dit weer je zeil omhoog te houden. Het schip is al weer in een dal terechtgekomen. De anderen hebben het echter ook gezien.

'Daar! Daar is iets!' schreeuwt Judas met schorre stem. Een grote golf spat uiteen tegen de boeg. Een klets water zorgt ervoor dat Judas even niets meer ziet. Iedereen kijkt gespannen uit naar de volgende hoge golf. Daar istie...

'Het is een spook!' gilt Tomas.

Ja echt. Er is een witte gedaante midden op het meer. Wat vreselijk eng. Spoken bestaan niet, maar toch... Joeiii! Daar glijden ze al weer een waterdal in. Met angst en vrezen wordt de volgende golf afgewacht. Zal het spook er nog zijn?... en dichterbij?

'Houdt moed. Ik ben het. Weest niet bang!'

Wat een bekende stem. Dat is toch de stem van Jezus?

Hij komt hen zomaar tegemoet. Lopend over het water. De wind blaast Hem niet weg. De golven slokken Hem niet op. Een koude rilling gaat door Petrus heen, een onbeschrijfelijk gevoel van trots. Zijn meester. De baas over wind en golven.

'Daar wil ik bij zijn.' flitst het door hem heen. Hij schreeuwt luid: 'Mag ik bij U komen, Jezus? Als u het zegt doe ik het.'

Z'n ene been glijdt al vast over de rand. Mag het?

'Kom!' zegt Jezus.

Kijk die Petrus nou toch! Een moment later zit hij wiebelig op de rand van de boot, beide handen achter zich om de rand geklemd, zijn voeten tastend naar het water. Een, twee, hoeps! En plons natuurlijk.

Niks geen plons!

Onder zijn voeten is, glad als glas het water. Aarzelend, stap voor stap, alsof hij lopen leert, gaat hij naar Jezus. Zijn hoofddoek waait weg in de wind. Vanuit de boot klinken kreten van bewondering.

'Hoe doe ik het eigenlijk? Dit kan toch helemaal niet?' denkt Petrus. 'Kijk die golven eens en die wind.'

Hij voelt angst in zich opkomen.

En dan... Nee! Nee, het gaat niet goed. Hij zinkt!!

'Help, Heer, red mij!' schreeuwt hij in doodsnood.

Daar is de hand van Jezus al. Net op tijd.

'Waarom ben je gaan twijfelen? Vertrouw mij toch.' zegt de Heer vriendelijk. Hand in hand lopen ze naar de boot, de leerling en de meester.

Behulpzame handen worden uitgestoken om hem in het schip te trekken. De wind gaat liggen. De zon komt op met prachtige oranjekleurige banen over het water. Denk je dat Petrus dat ziet? Nee, hij kijkt vol eerbied naar Jezus.

Ook de anderen zwijgen vol ontzag en vallen met Petrus op de knieën neer. De een na de ander zegt: 'Heer, meester... U bent Gods Zoon!!

De commentaren zijn gesloten.