30-09-13

Heilige Serapion de Sindoniet

Heiligenleven

De heilige Serapion de Sindoniet

 

 

serapion_1.jpg

 

 

De heilige Serapion was afkomstig uit Sidon, maar met een woordspeling werd hij Sindoniet genoemd : nadat hij zelfs zijn kleren aan de armen had weggegeven toen hij monnik werd, bedekte hij zijn naaktheid met een laken (sindona). Hij behield slechts een Evangelieboek ( in die tijd van alleen handgeschreven boeken was elke boek een kostbaar bezit), waarin hij steeds las totdat hij het uit het hoofd kende. En toen iemand hem vroeg wie hem van al zijn kleren had beroofd, antwoordde hij : ‘Dit’, en hij wees op zijn Evangelieboek. Daarna verkocht hij ook dat om de opbrengst aan de armen te kunnen geven.

Eens ging hij met zijn leerling naar de stad en liet zich door hem verkopen aan een heidense theatergroep, die in gemeenschap leefde. Hij diende hen trouw als een slaaf en volbracht hun bevelen. Overdag at hij niets, ’s avonds nam hij wat brood en water, ’s nachts bad hij urenlang en zegde zachtjes een van de Evangelies op. De goedhartige lieden die hij diende, kregen meer respect voor hem en kwamen onder zijn bekoring. Tenslotte lieten zij zich dopen en schonken hem uit dankbaarheid de vrijheid, omdat hij hen had vrijgemaakt uit de slavernij van de zonde en de gevangenschap van de duivel. Toen maakte Serapion zich bekend als kluizenaar die niemands slaaf was, en hij gaf hun het geld dat zij voor hem betaald hadden terug. Hij was daar niet meer nodig, al wilden zij hem nog zo graag bij zich houden : hij moest ook anderen tot Christus brengen. De Geest bracht hem eens naar Rome, waar hij hoorde spreken over een maagd, een rekluse, die nooit met een man wilde spreken. Hij ging naar haar kluis en liet haar dienares zeggen dat er een abba uit Egypte gekomen was om haar te spreken. Zij vond het echter niet nodig om met een man te spreken. Serapion bleef toen bij de ingang van de kluis staan, dag en nacht. Toen zij na drie dagen nog bleef weigeren, gaf hij de boodschap dat God hem gezonden had voor haar geestelijk nut. Daarop liet zij hem binnen. Serapion vroeg haar toen : ‘Waarom zit ge hier ?’. Zij antwoordde : ‘Ik zit niet, ik ben onderweg’.’Waarheen ?’ ‘Ik ben onderweg naar mijn Heer’.’Leeft ge of zijt ge gestorven ?’ ‘Ik geloof dat ik naar het vlees gestorven ben, want het vlees gaat niet naar God’. ‘Als ik dat moet geloven, kom dan naar buiten en doe wat ik zeg’’Ik leef hier nu al 25 jaar ingesloten, en als ik naar buiten kom, wat zullen de mensen dan zeggen ?’ ‘Voelt een dode dan of de mensen hem prijzen of beledigen ? ‘Kom naar buiten om tot inzicht te komen van uw dwaling’.

Uit deze woorden begreep zij dat hij een wijs en heilig man was, en omwille van de nederigheid gehoorzaamde zij en kwam naar buiten. Toen zei Serapion : ‘Ga naakt door de stad zonder u te schamen, dan weet ge of ge werkelijk aan de wereld gestorven zijt’. Toen begreep ze dat zij te hoog van zichzelf had gedacht, en zij keerde in haar kluis terug met groter deemoed, terwijl Serapion terugkeerde naar de woestijn.

Over zichzelf vertelde hij : ‘Toen ik jong was en onder gehoorzaamheid stond van abba Theodoros, viel het vasten mij zo zwaar dat ik brood van tafel stal om het ’s nachts heimelijk op te eten. Maar dat bezorgde me zoveel wroeging dat het verdriet groter scheen dan het genot van het eten. Toch kon ik me er niet van losrukken. Eens kwamen er echter broeders die erover spraken dat men zijn geheimste gedachten aan zijn geestelijke vader moet zeggen. Het leek me of dit woord speciaal tot mij was gericht, en ik begon te wenen, wierp me op de grond en vertelde hoe ik gezondigd had. Toen zei mijn Oudvader : ‘Vertrouw op God, mijn kind, want door deze deemoed heb je de demon overwonnen, en nu heeft hij geen macht meer over je’. En ik voelde hoe een vlam uitging van mijn borst en sinds die dag ben ik, met Gods hulp, niet meer in die zonde gevallen.

Zo gaf hij onderricht door woorden en daden, en overtuigde ook door wonderen die op zijn gebed geschiedden. En na een vruchtbaar leven is hij opgegaan tot Christus, naar Wie hij zozeer verlangd had, in het jaar 388, toen hij ruim 60 jaar oud was.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.