02-11-13

heiligenleven : De heilige Marcus, bisschop van Arethusa

Heiligenleven

De heilige Marcus van Arethusa (rond 361)

 

 

Markos-bishop-of-arethusa-in-syria-4th-century.jpg

De heilige Marcos van Arethusa

 

 

De heilige Marcus, bisschop van Arethusa (op de libanonberg), behoorde tot de semi-ariaanse uitgescholden partij (evenals trouwens de heilige Kyrillos van Alexandrië), namelijk de bisschoppen die van ganser harte de orthodoxe overtuiging waren toegedaan dat Christus geheel en al God is, evenals de Vader, maar die aarzelend stonden tegenover het woord ‘eenwezenlijk’, omdat dit met zoveel hartstocht geladen was, zowel door de voorstanders als door de tegenpartij. Zij hoopten door deze nieuw gevormde uitdrukking te vermijden dat de goedwillende maar niet geheel verlichte gelovigen in de armen van de echte ketters zouden gedreven worden.

In het nog grotendeels heidense Arethusa had Markos de woede van de bevolking opgewekt door, onder bescherming van de griekse soldaten, een schitterende afgosdtempel af te breken. Toen Juliaan de Afvallige de troon had bestegen, vaardigde deze een wet uit dat de afgebroken tempel vergoed of herbouwd moest worden. Markos zag geen kans het geëiste geld op te brengen, en evenmin wilde hij een afgodstempel bouwen, en hij vreesde voor zijn leven te midden van de opgehitste vijandige bevolking. Hij besloot daarom de vlucht te nemen, maar toen hij zich realiseerde dat dan de volkswoede zich over de andere christenen zou ontladen, keerde hij terug en stelde hij zich ter beschikking van de rechtbank.

De fanatieke menigte viel toe op hem aan, mishandelde en vernederde hem op alle mogelijke manieren tot hij, naakt en met wonden overdekt aan de insekten blootgesteld lag te sterven. Markos had alle mishandelingen met de grootste kalmte ondergaan en de heidense stadsbestuurder bracht Juliaan onder het oog dat het een schande zou zijn als zij zich lieten overwinnen door de standvastigheid van zulk een krachteloze oude man. Daarop werd hij vrijgelaten : Juliaan wilde de Christenen geen Martelaar verschaffen.

Er bestaat  nog een brief van de heidense rector Libanios, die bij de behandeling van een dergelijk geval waarschuwend schreef :’Als hij in zijn boeien sterft, bedenk dan goed wat de gevolgen zullen zijn, en dat er niet nog meer komen zoals Markos. Want die hadden ze opgehangen, gegeseld, de baard uitgerukt, maar alles verdroeg hij standvastig. En nu wordt hij vereerd als een god, en overal waar hij komt, vecht iedereen om hem te kunnen aanraken. Laat dit een waarschuwing voor ons zijn’.

En toen in Arethusa zelf de rust terugkeerde, was de bevolking zozeer onder de indruk gekomen van Markos’heldhaftig gedrag, dat de meesten zich tot Christus bekeerden.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag, uitg.Orth.klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.