07-12-13

24e zondag na Pinksteren : De opstanding van het dochtertje van Jaïrus

 

24e zondag na Pinksteren

"De opstanding van het dochtertje van Jaïrus"

 jairus6.jpg

 

 opstanding van het dochtertje van Jaïrus

 

 LEZINGEN :

 

Ef.2,14-22

Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden één gemaakt heeft, en de scheidsmuur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap, de wet met haar geboden en verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee één nieuwe mens te scheppen, en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap heeft gedood. En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was en vrede aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader.
Zo bent u dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is. Op Hem, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt, groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. Op Hem wordt ook u mee opgebouwd tot een woning van God, in de Geest.

EVANGELIE :

Lucas 8,41-56 :

Daar kwam een man naar voren, een zekere Jaïrus, hoofd van de synagoge. Hij wierp zich aan zijn voeten en smeekte Hem mee te gaan naar zijn huis,
omdat zijn enig kind, een dochter van een jaar of twaalf, op sterven lag.
Op weg daar naartoe raakte Jezus bekneld in de mensenmassa. Een vrouw die al twaalf jaar aan vloeiingen leed en haar hele inkomen aan dokters had besteed zonder bij iemand genezing te vinden, kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van zijn kleren aan. Onmiddellijk hielden haar vloeiingen op. Jezus vroeg: ‘Wie heeft Me aangeraakt?’ Iedereen ontkende het en Petrus zei: ‘Meester, al die mensen staan te duwen en te dringen om U heen.’ Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Me aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitstromen.’ Omdat de vrouw besefte dat het niet verborgen kon blijven, kwam ze bevend naar Jezus toe, wierp zich neer voor zijn voeten, en vertelde waar het hele volk bij stond waarom ze Hem had aangeraakt en hoe ze onmiddellijk genezen was. Jezus zei tot haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding; ga in vrede.’
Hij was nog niet uitgesproken of de voorzitter van de synagoge kreeg van thuis het bericht: ‘Uw dochter is gestorven; val de meester niet langer lastig.’ Jezus hoorde dat en zei tegen Hem: ‘Wees niet bang; heb maar vertrouwen, dan zal ze gered worden.’ Bij het huis gekomen liet Hij alleen Petrus, Johannes en Jakobus mee naar binnen gaan, en de vader en de moeder van het meisje. Iedereen was in tranen en rouwde om haar, maar Jezus zei: ‘Huil niet; ze is niet gestorven, ze slaapt.’ Ze lachten Hem uit, omdat ze ervan overtuigd waren dat ze gestorven was. Hij pakte haar echter bij de hand en riep: ‘Meisje, sta op.’ Het leven keerde in haar terug, ze stond onmiddellijk op, en Jezus liet haar te eten geven. Haar ouders stonden versteld, maar Hij verbood hun met iemand te praten over wat er was gebeurd.

De commentaren zijn gesloten.