31-08-14

Macarius van Egypte : Totdat het deeg in zijn geheel gegist was

Homilie toegekend aan Macarius van Egypte (?-390),monnik
Nr. 24, 4 ; PG 34, 662

Macarius_of_Egypt (de grote)1.jpg

Macarios van Egypte

"Totdat het deeg in zijn geheel gegist was"

 

 

      Als iemand het meel kneed zonder er gist in te doen, dan kun je je er van alles aan doen, het aanlengen en bewerken, het deeg zal niet omhoog komen en het zal geen dienst kunnen doen als voedsel. Maar als men er gist doorheen mengt, dan trekt dat het door het hele deeg en laat het helemaal rijzen, net als in de vergelijking die de Heer toepast op het Koninkrijk… Dat geldt ook voor het vlees: wat voor zorg men er ook aan besteedt, als men er geen zout bij doet om het te bewaren, dan zal het gaan stinken en blijft het niet meer geschikt voor consumptie. Stel je op gelijke wijze de hele mensheid voor als vlees of als deeg, en bedenk dat de goddelijke natuur van de heilige Geest het zout en het gist is, die van een andere wereld komen. Als het hemelse gist van de heilige Geest en het goede zout van de goddelijke natuur… niet in de nederige menselijke natuur worden gebracht en ermee worden vermengd, dan zal de ziel nooit de slechte geur van de zonde kwijtraken en ze zal niet oprijzen door de zwaarte en de krachteloosheid van het “oude gist” verliezen (1Kor 5,7)…


      Als de ziel alleen leunt op zijn eigen kracht en zich in staat acht om uit zichzelf zonder de hulp van de heilige Geest volledig te slagen, dan vergist ze zich in hoge mate; ze is niet geschikt voor de hemelse verblijven, niet voor het Koninkrijk… Als de zondaar God niet nadert, de wereld niet verzaakt, niet in hoop en geduld wacht op iets goeds dat vreemd is aan de eigen natuur, dat wil zeggen de kracht van de heilige Geest, als de Heer niet van boven zijn eigen goddelijk leven in deze ziel inblaast, dan zal deze mens nooit proeven van het ware leven… Daarentegen als hij de genade van de heilige Geest heeft ontvangen, als hij zich daar niet van afkeert, als hij Hem niet beledigt met zijn slordigheid en slechte daden, als hij lang standhoudt in de strijd, dan zal hij “de heilige Geest niet bedroeven” (Ef 4,30), hij zal het geluk hebben door het ontvangen van het eeuwige leven.

bron : www.Dagelijksevangelie.org

De commentaren zijn gesloten.