21-09-14

heilige Arsenios de Grote

Heiligenleven

De heilige Arsenios de Grote

De heilige Arsenios de Grote was een diaken van de Kerk van Rome en gold als de grootste geleerde in Italië van zijn tijd. Daarom werd hij, toen hij 29 jaar oud was, door keizer Theodosios rond 383 naar Constantinopel geroepen, in de senatorenstand verheven, en tot leraar aangesteld voor zijn zonen Arkadios en Honorios. Hij leefde aan het hof in arsenios 11 juli.jpggrote weelde.

Toen hij zijn taak voltooid had, vroeg Arsenios zich af hoe hij zijn leven verder zou inrichten. Tijdens zijn gebed begon het tot hem door te dringen dat zijn levenswijze weinig innerlijke diepgang bezat. Het was alsof een stem hem toeriep :’Arsenios, vlucht weg van de mensen, dan kun je gered worden’. Arsenios, die zichzelf altijd radicaal had aangepakt aarzelde niet, en hij trok in stilte naar Alexandrië om bij monniken van de Sketis raad te vragen wat hij moest doen.

Uit zijn spraak en manier van doen bleek duidelijk dat Arsenios van hoge stand was, en hij werd dus met nadruk uitgevraagd, waarbij zij zich erop beriepen dat hij vertrouwen in hen moest stellen. Ze besloten raad te gaan vragen bij de beroemde Johannes de Kleine. Aangekomen tegen het einde van de middag in diens cel, besloot deze het uur van de avondmaaltijd te vervroegen omwille der gastvrijheid. De tafel werd gereed gemaakt en de monniken werden uitgenodigd aan te zitten. Maar Johannes verwaardigde  Arsenios met geen blik en hij liet hem staan terwijl zij aten. Halverwege de maaltijd scheen Johannes zich iets te herinneren. Hij nam een brood van tafel en smeet dat ergens op de grond terwijl hij zei : ‘Als je wilt, kun je eten’. Heel gevat viel Arsenios op de ellebogen en knieën en hapte in het brood dat op de grond lag. Toen had Johannes geen verdere proeven meer nodig en hij zei tot de anderen :’Ga nu maar, mijn broeders, met de zegen van de Heer, en bid voor ons. Ik ben ervan overtuigd dat hij een goede monnik wordt’. En toen ze Arsenios vroegen wat hij van de zaak dacht, antwoordde hij dat hij, omdat hij als een hond beschouwd werd, daarom ook maar als een hondje gegeten had.

Arsenios ging voort op deze radicale weg, en omdat hij zo lang in aanzien en luxe geleefd had, legde hij zich op buitengewone wijze toe op deemoed en ascese. Het duurde dan ook niet lang tot Johannes hem rijp oordeelde voor het kluizenaarsleven. Arsenio vestigde zich een twaalftal mijlen verderop, maar toch kwam er telkens bezoek. Toen monniken hem eens vroegen waarom hij zo zwijgzaam was, zei hij dat de intimiteit met God te lijden had van de omgang met mensen.

Zijn celdienaar, Daniël, vertelde van Arsenios dat deze vaak de gehele nacht doorbracht in gebed. En elke zaterdag avond, wanneer de zon in het westen onderging, keerde hij zich naar het Oosten en bad met opgeheven armen tot de opgaande zon hem in het gezicht scheen. Eerst dan zette hij zich neer om wat te rusten. Hij nodigde dan de slaap uit, ‘die slechte dienstknecht’ en viel zittend in slaap, tot hij na een korte tijd terug opstond. Arsenios zei dan ook dat een monnik die werkelijk strijd wilde voeren tegen zijn hartstochten, niet meer dan één uur per dag mocht slapen. Toch moest hij nog steeds strijden tegen de slaperigheid, en soms vroeg hij zijn leerlingen om hem wakker te houden.

Een andere uitspraak van hem luidde : ‘Wanneer we God zoeken, zullen we Hem ontmoeten; en wanneer we erin slagen Hem vast te houden, dan blijft Hij bij ons’. Ook zei hij ; ‘Zet heel uw kracht erop dat het werk in uw binnenste van God uitgaat om zo de uitwendige driften te overwinnen’. Hij verhaalde ook over twee mannen te paard, die een balk dwars tussen zich indroegen en de poort van de stad niet konden binnengaan omdat geen van beiden de ander wilde laten voorgaan. Zo is het ook wanneer wij het juk der gerechtigheid dragen met hoogmoed en onszelf niet willen vernederen. Dan blijven we buiten het Rijk Gods. En wanneer we goede werken verrichten maar tegelijk toegeven aan de boosheid, dan zijn we als iemand die water schept in een bak maar daar een gat in slaagt : het loopt er even snel weer uit als het erin geschept wordt. Door onze boosheid verliezen we ook onze goede werken.

Arsenios zocht herhaalde malen andere oudvaders op om hun raad te vragen. Toen hem eens gevraagd werd wat hij, die zulk een vooraanstaande geleerde was, bij zulke analfabeten te leren had, zei hij dat hij inderdaad bedreven was in grieks en latijn, maar dat hij nog niet toe was aan het abc van zulk een oude monnik. Dikwijls vroeg hij zichzelf hardop af : ‘Arsenios, waarom ben je weggetrokken uit de wereld ?’ om zich te wapenen tegen allerlei verleiding.

Na 56 jaar stierf hij, 95 jaar oud, omringd door zijn meest geliefde leerlingen, te Trojene bij Memphis, in 449.

 

Bron : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. orthodox klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.