03-10-14

Gregorius Palamas : Ga naar mijn broeders en zusters

H. Gregorius Palamas (1296-1359), monnik, bisschop en theoloog Homilie 20 over de acht evangeliën van Paasmorgen volgens Johannes; PG 151, 265

gregory-palamas.jpg

'Ga naar mijn broeders en zusters"

      De duisternis heerste buiten, het was nog geen dag, maar in deze graftombe was het vol met het licht van de verrijzenis. Maria had dit licht gezien door de genade van God: haar liefde voor Christus werd verlevendigd en ze kreeg het vermogen om engelen te zien… Ze zeiden toen tegen haar: “Vrouw waarom huil je? U ziet de hemel in deze graftombe of liever een hemelse tempel in plaats van een gegraven graf welke een gevangenis is… Waarom huilt u dan?”…
      Buiten was de dag nog weifelachtig, en de Heer laat niet zijn goddelijke straling verschijnen waardoor Hij herkend zou worden in het lijdende hart. Maria herkent Hem daarom niet… Toen Hij sprak en zich liet kennen…, zelfs toen, ook al zag ze Hem levend, had ze geen idee van zijn goddelijke grootheid maar richtte zich tot Hem als tot een eenvoudig mens van God … In het enthousiasme van haar hart, wil ze zich vervolgens op de knieën werpen, en zijn voeten aanraken. Maar Hij zei tegen haar: “Raak Me niet aan…, want dit lichaam dat Ik nu heb is lichter en beweeglijker dan het vuur; het kan naar de hemel opstijgen en zelfs tot bij de Vader komen in de hoogste hemel. Ik ben nog niet naar mijn Vader opgestegen, omdat Ik me nog niet heb getoond aan mijn leerlingen. Ga naar hen; het zijn mijn broeders en zusters, want wij zijn allen kinderen van één Vader” (cf Ga 3,26)…
      De Kerk waarin we ons bevinden is het symbool van die graftombe. Zij is zelfs meer dan een symbool: zij is, om het zo te zeggen, een ander Heilig Graf. Daar bevindt zich de plaats waar men het lichaam van de Meester neerlegt...; daar bevindt zich de heilige tafel. Degene die dus met heel zijn hart naar het goddelijk graf snelt, het ware verblijf van God…, zal op de wijze van de engelen, leren van de woorden uit de geïnspireerde boeken, over de goddelijkheid en de menselijkheid van het vleesgeworden Woord van God. Hij zal zo zonder enige vergissing de Heer zelf zien… Want degene die met geloof naar de mystieke tafel en naar het levensbrood erop kijkt, zal er in werkelijkheid het Woord van God zien dat voor ons vlees geworden is en onder ons is komen wonen (Joh 1,14). En hij zal waardig zijn om Hem te ontvangen, niet alleen ziet hij Hem, maar hij neemt ook deel aan zijn wezen; hij ontvangt Hem in zichzelf opdat Hij er verblijven zal.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

De commentaren zijn gesloten.