28-03-15

Leo de grote : dan zullen zij vasten

 

H. Leo de Grote ( ?-ca.461) paus en kerkleraar 6e sermon voor de Veertigdagentijd, 1-2 ; SC 49 (vert. brevier)

Leo de grote van Rome.jpg

Leo de Grote

"Dan zullen zij vasten"

 

Dierbaren, altijd al “is de aarde vol van zijn mildheid” (Ps. 33, 5). …Nu echter de dagen terugkeren waarop de geheimen van onze verlossing hun stempel drukken en die onmiddellijk aan het paasfeest voorafgaan, wordt ons met nog meer aandrang voorgehouden, ons hierop voor te bereiden door geestelijke zuivering… Het is eigen aan het paasfeest dat heel de kerk zich verheugt over de vergeving van de zonden. Deze vindt niet alleen plaats bij hen die door het heilig doopsel worden herboren, maar ook bij hen die reeds lang gerekend worden onder het getal van Gods aangenomen kinderen. Hoewel het bad van de wedergeboorte (Tt 3,5) op de eerste plaats nieuwe mensen voortbrengt, heeft ieder toch dagelijks de taak zich te vernieuwen om bestand te zijn tegen de roest van de sterfelijkheid. En ook al maakt men grote vorderingen, er is altijd nog wel iets dat beter kan. In het algemeen moet men er daarom naar streven dat niemand op de dag van de verlossing nog behept blijkt te zijn met de gebreken van de oude mens. Daarom, dierbaren, wat elke christen te allen tijde moet doen, moet nu met des te meer zorg en godsvrucht volbracht worden. Zo moet men het apostolische voorschrift door een vasten van veertig dagen nakomen. Dit doet men niet alleen door zich in voedsel te matigen, maar vooral door zich te bevrijden van zijn zonden. Niets is echter zo nuttig als het geestelijke en heilige vasten gepaard te laten gaan met werken van barmhartigheid. Onder de ene naam van barmhartigheid bevatten deze werken vele prijzenswaardige daden van godsvrucht. Ondanks verschil in vermogen kunnen de gelovigen op die manier toch eenzelfde gezindheid hebben.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

De commentaren zijn gesloten.