12-05-15

de heilige Kalliopios

Heiligenleven

De heilige Kalliopios

 

 

 

kalliopios.jpg

De heilige Kalliopios

 

De heilige Kalliopios, de zoon van de rijke christen weduwe Theoklia, te Pergos in Pamfylië. Hij genoot een zorgvuldige opvoeding; toen de vervolging uitbrak zond zijn moeder hem in een kist, samen met veel andere goederen en een stoet bedienden, naar een van haar bezittingen in een rustiger gebied.

Dit mooie plan mislukte echter. Buiten de stad was de jongen uit zijn kist gekropen en nieuwsgierig liep hij rond in hun eerste aanlegplaats, de havenstad Pompeiopolis. Daar kwam hij in een discussie terecht waardoor bleek dat hij christen was. Hij werd gegrepen en voor de prefect gebracht. Toen deze zijn naam hoorde en zijn rijkdom zag, stelde hij hem voor dat geloof te laten varen en zijn dochter te trouwen. Kalliopios antwoordde dat hij niet kon trouwen zonder toestemming van zijn moeder, en dat er bovendien geen sprake van kon zijn dat hij het christendom zou afzweren. De prefect stelde toen zijn standvastigheid op de proef door hem te laten geselen met loden zwepen, en toen hij de jongeman hiermee niet kon klein krijgen deed hij hen de foltering ven het messenrad ondergaan, waardoor zijn lichaam van onder tot boven verscheurd werd. In deze toestand werd hij in de gevangenis geworpen.

Intussen was een der bedienden naar Pergos teruggereisd en had Theoclia ingelicht. Deze haastte zich om haar zoon op te zoeken en vond hem in de gevangenis. Zijn lichaam was zo gezwollen door de ontstoken wonden dat hij niet kon opstaan om zijn moeder te begroeten, maar hij glimlachte dapper en zei : ‘Welkopm moeder U bent gekomen om getuige te zijn van het lijden van Christus’. En zij antwoordde :’Gezegend ben ik en gezegend is de vrucht van mijn schoot, die ik aan Christus heb opgedragen zoals Anna dat eertijds met Samuël heeft gedaan’.

Die nacht bleef zij bij hem in de gevangenis, verzorgde zijn wonden en zat aan zijn voeten. De volgende morgen werd hij weer voor de prefect gebracht, die hem tot de kruisdood veroordeelde. Het vonnis moest voltrokken worden op de Grote Donderdag, maar de moeder had de beulen omgekocht om het vonnis een dag uit te stellen, zodat hij op dezelfde dag zou gekruisigd worden als zijn Heer en Meester. Maar zij dreven de spot met haar en kruisigden haar kind met het hoofd naar omlaag. Zij bleef bij hem totdat hij gestorven was. De beulen namen hem van het kruis en legden hem in haar schoot. Zij legde zijn armen om haar hals en boog zich over dat gemartelde gezicht. Toen brak haar hart en zij was weer verenigd met Christus en Zijn Martelaar, in het jaar 304.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.orth.klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.