16-05-15

6e zondag na Pasen : de blindgeborene

ZONDAG VAN DE BLINDGEBORENE

6e zondag na Pasen

 

blindgeborene ethiopisch.jpg

De blindgeborene - Ethiopische icoon

 

 

 

LEZINGEN :

Handelingen : 16,16-34

    Onderweg naar die gebedsplaats kwam er eens een slavin op ons af die een helderziende geest had en met haar waarzeggerij voor haar eigenaren veel geld verdiende.  Zij liep Paulus en ons achterna en schreeuwde aldoor: 'Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God. Ze verkondigen u de weg naar de redding.'  Dat deed ze vele dagen achtereen. Toen het Paulus te veel werd, draaide hij zich om en zei tegen de geest: 'In naam van Jezus Christus beveel ik je uit haar weg te gaan.' Op dat ogenblik ging hij weg.  Toen haar eigenaren hun hoop op inkomsten vervlogen zagen, grepen ze Paulus en Silas vast en sleurden hen naar het stadsbestuur op het plein;  ze brachten hen voor de pretoren en zeiden: 'Deze mensen brengen onrust in onze stad. Het zijn Joden  en ze verkondigen zeden en gewoonten die wij als Romeinen niet mogen overnemen of volgen.'  Ook het volk keerde zich tegen hen en de pretoren rukten hun de kleren van het lijf en lieten hen met stokken afranselen.  Toen men hun een flink aantal slagen had toegediend, zetten ze hen in de gevangenis, en ze gaven de cipier het bevel om hen streng te bewaken.  Op dit bevel zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.       Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden.  Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los.  De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren.  Maar Paulus schreeuwde: 'Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!'  Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer;  daarop ging hij met hen naar buiten en zei: 'Heren, wat moet ik doen om gered te worden?'  Zij antwoordden: 'Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.'  En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten.  Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen.  Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde

EVANGELIE :

Joh.9,1-38 :

 blindgeborene0.jpgGenezing van een blindgeborene Bij het naar buiten gaan zag Hij een man die al vanaf zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen Hem: 'Rabbi, waarom is hij blind geboren? Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?' Jezus antwoordde: 'Niet aan zijn eigen zonde, en evenmin aan die van zijn ouders. Nee, de dadenvan God moeten in hem openbaar worden.  We moeten de daden van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang het dag is; de nacht komt, en dan kan men niet werken.  Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.'  Na deze woorden spuwde Hij op de grond, maakte wat slijk van zand en speeksel en streek dat op de ogen van de blinde.  Daarna zei Hij tegen hem: 'Vooruit, ga u wassen in het Siloambad.' (Siloam wil zeggen: gezondene.) De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.       Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien - hij was namelijk een bedelaar - zeiden: 'Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?'  'Inderdaad', zeiden sommigen. 'Welnee,' zeiden anderen, 'maar hij lijkt er wel op.' Maar hijzelf zei: 'Toch wel, ik ben het.'  'Maar wat is er dan met je ogen gebeurd, dat je nu ineens kunt zien?' vroegen ze.  Hij antwoordde: 'Een zekere Jezus maakte wat slijk en streek dat op mijn ogen. Toen zei Hij: "Ga nu naar de Siloam om u te wassen." Ik ben dus gegaan, en toen ik mij gewassen had, kon ik zien.'  'Waar is die man?' vroegen ze. 'Dat weet ik niet', zei hij.       Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën.  Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend, een sabbat.  Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag hoe het kwam dat hij nu kon zien. Hij antwoordde: 'Hij deed wat slijk op mijn ogen, ik heb me gewassen en nu zie ik.'  'Zo iemand komt niet van God,' oordeelden sommige farizeeën, 'want Hij houdt de sabbat niet.' Anderen merkten op: 'Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?' Kortom, er was verdeeldheid onder hen.  Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde: 'Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!' 'Dat Hij een profeet is', antwoordde hij.       De Joden wilden niet geloven dat de man die nu kon zien ooit blind was geweest, zolang ze zijn ouders er niet bij geroepen hadden  en hun de vraag hadden gesteld: 'Is dit wel degelijk die zoon van u die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe komt het dan dat hij nu kan zien?'  De ouders antwoordden: 'We weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is. Maar hoe het komt dat hij nu kan zien, dat weten we niet. En wie zijn ogen geopend heeft, dat weten we evenmin. Dat kunt u beter aan hem vragen: hij is oud genoeg, hij kan zelf zijn woord wel doen.'  Zijn ouders spraken zo omdat ze bang waren voor de Joden. Want die hadden ondertussen besloten dat iedereen die Jezus als de Messias erkende, uit de synagoge gebannen* zou worden.  Dat was de reden waarom zijn ouders zeiden: 'Hij is oud genoeg, vraag het maar aan hem.'       Toen riepen ze de man die blind was geweest voor een tweede verhoor bij zich: 'Wees nu eens eerlijk voor God! We weten dat die man een zondaar is.'  Maar hij antwoordde: 'Of Hij een zondaar is, daar weet ik niets van. Wat ik wel weet, is dat ik eerst blind was en nu kan zien.'  'Wat heeft Hij met je gedaan?' vroegen ze. 'Hoe heeft Hij je ogen geopend?'  'Dat heb ik toch al verteld,' antwoordde hij, 'maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen? Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?'  Toen werden ze grof en zeiden: 'Jij bent een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes.  Wij weten dat God heeft gesproken tot Mozes; maar waar* Hij vandaan komt, daar weten we niets van.'  Hierop gaf de man ten antwoord: 'Maar is dat nu juist niet merkwaardig, dat mensen als u niet weten waar Hij vandaan komt? En Hij heeft mij nog wel de ogen geopend.  Naar zondaars luistert God niet, dat weet toch iedereen. Maar naar iemand die ontzag voor Hem heeft en zijn wil doet, naar zo iemand luistert Hij.  Nog nooit heeft men gehoord dat een mens de ogen heeft geopend van iemand die als blinde geboren was.  Als die man niet van God kwam, had Hij dat nooit gekund.'  Toen voeren ze tegen hem uit: 'Wat? Jij die vanaf je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?' En ze gooiden hem eruit.       Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden, en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij: 'Gelooft u in de Mensenzoon?'  Hij antwoordde: 'Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.' Toen zei Jezus: 'U hebt Hem ontmoet: het is degene die met u spreekt.'  'Heer, ik geloof', zei hij, en hij wierp zich voor Hem neer

 

blindgeborene41.jpg

 

OH HEMELVAART

Klik op de link :

http://krisbiesbroeck.skynetblogs.be/archive/2011/06/01/h...

 

De commentaren zijn gesloten.