27-05-15

heiligenleven : De heilige Sabbas de Nieuwe

Heiligenleven

De heilige Sabbas de Nieuwe

 

 

sabbas de Nieuwe.jpg

Heilige Sabbas de Nieuwe

 

De heilige Sabbas de Nieuwe, van het eiland Kalymnos, geboren in 1862 in Noord-Griekenland. Zijn ouders hadden een dorpswinkeltje waar hij vanaf zijn 12e jaar hielp, zij het zondegr veel enthousiasme. Zijn belangstelling ging uit naar een rechtstreekser geestelijke levenswijze, en zo gauw hij de kans kreeg trok hij naar de Athos. Daar vond hij onderdak in de skite van de heilige Anna, waar waarschijnlijk een kennis of familielid huisde.Hij vond er gastvrijheid maar werd nog geen monnik : hij wa nog te ongedurig.

Hij trok daarom verder, ging op pelgrimstocht naar het heilige land toen hij zo’n 25 jaar oud was, en kwam terecht in het oeroude klooster van de heilige Gregorios, Chroseba genaamd. In de ruwe omgeving waar nog de oude harde askese in ere werd gehouden, voelde hij zich thuis. Hij bleef er en ontving er na 3 jaar de monnikswijding, in 1890. Hij bleek talent te hebben voor het schilderen en vier jaar later ging hij voor enkele jaren terug naar de skite van de heilige Anna op de Athos, waar een van de bekendste schilderscholen van de heilige Berg is gevestigd, om zich te bekwamen in het iconenschilderen.

In 1897 was hij weer in het Choseba-klooster waar hij voorlopig rustig deelnam aan het gewone monniksleven. Na enkele jaren werd hij diaken en daarna oriester gewijd, zonder dater verder veel veranderde. Alleen moest hij, wanneer hij de beurt had, de Diensten leiden en de heilige Liturgie vieren voor de vaders en broeders.

Nadat hij zo 10 jaar in Choseba had geleefd, beving hem toch opnieuw de onrust en de volgende 9 jaar was ,hij weer in de skite van de heilige Anna. Hij had nu de middelbare leeftijd, 54 jaar, en nam voorgoed afscheid van de Athos.  Hij zocht naar een plaats waar hij zelfstandig zijn asketisch leven kon leiden, trok een beetje door Griekenland, hoorde daar spreken over een heilige bisschop Nectarios en ging die opzoeken op het eiland Egina, niet ver van Athene. Nectarios had daar een zusterklooster gesticht en Sabbas gaf er een aantal jaren les in iconenschilderen.

Hij was ook getuige van het afsterven van bisschop Nectarios, dat zulk een diepe indruk maakte op de omgeving, vooral toen het lichaam de myron begon af te scheiden, die heel de omgeving met een lieflijke ,geur vervulde als hemelse getuige van diens heiligheid. Sabbas trok zich 40 dagen terug in zijn cel en kwam toen met een icoon waarop de overledene als een heilige werd voorgesteld. De ontstelde hegoumena, die al zoveel moeilijkheden met kerkelijke overheden had meegemaakt, wierp tegen dat dit toch niet mogelijk was zolang hij niet afficieel heilig was verklaard. Maar Sabbas wist haar over te halen de icoon toch ter verering uit te stellen in de kerk.

De roem van de heilige Nectarios verspreidde zich weldra over geheel Griekenland, en steeds meer mensen kwamen naar het graf van zulk een grote Heilige uit hun eigen tijd. Maar voor vader Sabbas werd het nu te druk, en opnieuw ving een tijd van rondtrekken aan. Tenslotte vestigde hij zich op het afgelegen eiland Kalymnos, als geestelijke vader van het monialenklooster van Allerheiligen. Hij bouwde voor zichzelf een paar cellen en een kerkje, schilderde iconen, leidde de Diensten van de nonnen, hielp hen met alles wat hij kon, en hoorde biecht. De eilandbewoners ondervonden veel moeilijkheden door de italiaanse bezetting, maar Sabbas stond hen bij en leerde hen, het onvermijdelijke met berusting te aanvaarden als de wil van God, en op Hem te blijven vertrouwen.

Ook hier zette hij zijn asketische levenswijze voort : zijn gewone voedsel bestond uit prosforabrood met de wijn die overgebleven was van de communie. Heel zelden gebruikte hij iets dat gekookt was en nooit vlees of vis. Geld dat hij voor de iconen of als aalmoes kreeg, ging ongeteld in de la, vanwaar hij het weer uitdeelde aan weeskinderen en armen. Het moest vóór  de avond uitgegeven zijn,want het kwam niet te pas dat een monnik ’s nachts nog geld onder zijn beheer zou hebben. Wanneer arbeiders iets voor hem moesten doen, moesten zij maar zelf het hun toekomende geld uit de la nemen, daar keek hij verder niet naar.

Hij was altijd ernstig en tegelijk heel innemend : onbedorven mensen hebben een fijn gevoel voor iemand die heilig is. Hij onderbrak uitbundig gelach van volwassenen, dat was alleen goed voor kinderen. Hij was mild in zijn oordeel over de gewone fouten van de mensen, alleen tegen vloeken  trad hij met grote beslistheid op en gaf daar in de biecht ook echte straffen voor. Het is God beledigen, ook wanneer het uit onnadenkendheid gebeurt, en daar wilde hij zijn mensen voor sparen.

Intussen was hij 86 jaar oud geworden, en 7 april 1948 stierf hij in stilte, zoals hij geleefd had. Na herhaald uitstel werden in 1957, op deze zelfde dag, zijn relieken opgegraven, waarbij zich dezelfde wonderlijke geur verspreidde die hijzelf bij de heilige Nectarios had waargenomen. Er begonnen steeds meer wonderen te geschieden, zowel bij zijn graf als elders, waar de heilige Vader Sabbas werd aangeroepen. Na enige tijd kan een officiële heiligverklaring door de Griekse Kerk verwacht worden, maar de verering door het orthodoxe volk is al begonnen.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orth.Klooster Den Haag

De commentaren zijn gesloten.