24-06-15

De opvolging van Petrus

De opvolging van Petrus

Petrus en Paulus +654.jpg

Petrus en Paulus

 

De griekse Vaders, de Byzantijnse theologen en de orthodoxe liturgie onderlijnen het primaatschap van Petrus onder de apostelen. ‘Hij is de leider der apostelen, schrijft de heilige Photius…Op hem rusten de fundamenten van de Kerk’ (P.G; 102-685 C en 909 A). Op hem, omdat hij de getuige is en omdat hij de goddelijkheid van Christus heeft beleden:’ Het is naar aanleiding van de belijdenis van Petrus dat de Heer het fundament van de Kerk heeft gesteld’ schrijft diezelfde Photius (P.G; 101,933 A).Als ‘Leider’ van het apostolisch hart spreekt Petrus altijd  in naam van allen.

Nochtans, uit de geschriften van de byzantijnse theologen blijkt dat de sleutelmacht aan alle apostelen werd toevertrouwd, dat Johannes, Jacobus en vooral Paulus ook ‘leiders’’ zijn en dat het primaatschap  van Petrus geen macht is, maar de uitdrukking van een geloof en een gemeenschappelijke roeping. ‘Simon is Petrus geworden, schreef in de XIIIe eeuw een patriarch van Constantinopel, de rots waarop de Kerk gebouwd is, maar de anderen hebben ook de goddelijkheid van Christus beleden, en zijn dus ook rotsen; Petrus is slechts de eerste onder hen’

Blijft, in de mate dat hij het geloof verkondigt van allen en een functioneel charisma uitoefent, het probleem van de opvolging :

De Kerk is gebouwd op Christus als waarheid : zij bestaat dus in de mate dat de mensen deze waarheid herkennen, ’t is te zeggen, in de mate dat zij het geloof van Petrus belijden : in deze zin is elke waarachtige gelovige de opvolger van Petrus, en het is het ganse christelijk volk die in haar  communio en gesterkt door  Petrus, het geloof van Petrus zal bewaren. ‘ Dus als ook wij zeggen : Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God, worden ook wij Petrus…want al wie Christus in zich opneemt wordt Petrus’ (Origines, P.G.13, 997-1004).

Maar deze assimilatie voltrekt zich door de eucharistie. De Kerk steunt niet alleen op Christus als de waarheid, maar ook op Christus als de Weg. En deze Weg voltrekt zich bij de gelovigen doorheen de sacramenten die de apostolische institutie vertegenwoordigen. Als medewerkers aan de eucharistische gedaanteverandering, bevoorrechte bewakers van de Waarheid, herders van de kudde van Christus, zijn dus  de bisschoppen, volgens de orthodoxe ecclesiologie, de opvolgers van Petrus in de meest juiste betekenis. Het bisschoppelijke charisma heeft zich voor de eerste maal getoond als het ‘Petrus’ aspect van de apostoliciteit. Het is daarom dat het beeld van de ‘rots’ in de orthodoxe traditie, de bisschoppelijke functie is. Voor de heilige Cyprianus zetelen alle bisschoppen, elk binnen zijn kerk, en allen samen op de Cathedra Petri. ‘Geen enkel gebied zal onttrokken worden aan de genade van de Heilige-Geest’ bevestigde het concilie van Carthago in 419. En de heilige Paus Leo onderlijnde, dat de ‘forma Petri’ in elke locale kerk aanwezig is. De byzantijnse theologen onderkennen nochtans een andere opvolging van Petrus, die eerder analogisch zou zijn : zoals Petrus de eerste onder de apostelen was, zo moet er ook een eerste bisschop bestaan binnen het bisschoppen college. Alle bisschoppen die op de stoel van Petrus zetelen, en de kerken die door de apostelen gesticht zijn, zijn talrijk in het Oosten, zij hebben  a priori niet het goddelijk recht op dit primaatschap. Jeruzalem, de Moeder van alle kerken, waarvan het morele primaatschap onbetwisbaar was in de eerste decennia van het christendom, werd verwoest in ’70 , en haar bisschop bezit vandaag slechts de vierde rang in de ‘taxis’ (orde) van de patriarchen. Na de verwoesting van Jeruzalem, is het universele primaatschap naar Rome gegaan . Rome is ‘zeer groot, zeer oud en door iedereen gekend, gesticht en erfgenaam van de twee glorierijke apostelen Petrus en Paulus’ (heilige Ireneus, A.H.III,2).Een herinnering aan de twee ‘leiders’ en de verering van hun relieken, dat zijn  de redenen van een primaatschap dat geen macht is maar een voorbeeld, een ‘tegenwoordigheid van liefde’ (heilige Ignatius van Antiochië) De concilies erkennen deze autoriteit en geven aan de romeinse autoriteit een gedefinieerd canonisch accent : niet alleen de paus ontvangt in het Westen  analoge macht als die van de andere patriarchaten, maar het Sardisch concilie kent hem ook het recht toe om  in de universele Kerk de afzetting van een bisschop te weigeren en ‘priesters te zenden van zijn 'entourage’ om deel te nemen aan de oproep ter veroordeling als de naburige bisschoppen van de streek waar het geschil heeft plaatsgevonden zich definitief hierover uitspreken.

Voor de orthodoxen  bestaat de ecclesiologische dwaling van Rome in de omvorming van deze autoriteit en van de scheidsrechtersrol in een hoogste macht, die er uiteindelijk uit zal bestaan om aan de paus het recht te geven om bisschoppen aan te duiden voor alle kerken. Het romeinse primaatschap wordt gedefinieerd als ‘principe, wortel en oorsprong’ van de universele kerk’ (Encycliek, aan de engelse bisschoppen, 16 september 1864), en het dogma van Vaticanum I bevestigt de jurisdictie ‘onmiddellijk en waarachtig bisschoppelijk’ van de paus over alle gelovigen. Welnu, voor de orthodoxie is het enige ‘principe, wortel en oorsprong’ van de Kerk direct Christus.

Het tweede en vierde oecumenisch concilie hebben aan Constantinopel ‘gelijkwaardigeprerogatieven’ gegeven als deze van het oude Rome en de ‘tweede rang na haar’. Vanaf de verwijdering van Rome heeft de aartsbisschop van Constantinopel – het nieuwe Rome en oecumenische patriarch een primaatschap van eer binnen de orthodoxe Kerk. Dit primaatschap is geen macht. De toename  van de ‘autocephale’ kerken en de historische verzwakking van de kerk van het Nieuwe Rome maken de toepassing van de 17e canon van Chalcedonië, die aan de patriarch van Constantinopel  een zeker rechtsmacht gaf moeilijk. De traditionele orthodoxe ecclesiologie is evenzeer verwijderd  van een verdeelde opvatting van de autocephalie als van een centraal buitensporig juridisch centralisme. Zij zoekt vandaag een nieuwe uitdrukkingvorm voor de eenheid in verscheidenheid. De taaie en geduldige inspanningen van de patriarch van Constantinopel Athenagoras I (1886-1972), vandaag voortgezet door patriarch Bartholomeüs, heeft als gevolg gehad dat er periodieke panorthodoxe conferenties worden gehouden, waar de rol van de universele primaat wordt verduidelijkt als initiatiefnemer en voorzitter.

Athenagoras heeft ook de vorming gesteund van het Syndesmos (de band), een federatie van alle bewegingen van jonge orthodoxen op wereldschaal. Een volstrekte autocephalie, de feitelijke situatie van de Kerk als een eenvoudige federatie van nationale kerken betekenen geen grotere problemen voor de hedendaagse orthodoxie.

Uit : Olivier Clément. L’église orthodoxe, pp.69-73

Vertaling : Kris Biesbroeck

17:07 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.