03-07-15

Augustinus : Hij moet groter worden en ik kleiner (Joh 3,30)

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar Overweging over de geboorte van Johannes de Doper

“Hij moet groter worden en ik kleiner” (Joh 3,30)

 

      De geboorte van Johannes en van Jezus en vervolgens hun Lijden, laten het verschil tussen hen zien. Want Johannes wordt geboren als de dagen beginnen te korten. Christus als de dagen beginnen te lengen. Het korten van de dag is voor de één een symbool van zijn gewelddadige dood; het lengen van de dagen is voor de ander, de verheffing van het kruis.    De Heer openbaart ook een geheime betekenis … in verband met het woord van Johannes over Jezus Christus: “Hij moet groter worden en ik Augustine_Hippo_small.jpgkleiner”. De gehele menselijke gerechtigheid werd in Johannes opgebruikt. Over hem zei de Waarheid: “Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper” (Mt.11,11). Geen mens zou hem dus voorbij kunnen streven; maar hij was slechts een mens. Welnu, in onze christelijke genade wordt ons gevraagd om “de mens niet te roemen, maar de Heer” (2 Kor.10,17): de mens in zijn God, de dienaar in zijn meester. Daarom riep Johannes uit: “Hij moet groter worden en ik kleiner”. Natuurlijk is God niet verminderd of vermeerderd in zichzelf, maar bij de mensen groeit beetje bij beetje de ware ijver. De goddelijke genade groeit en de menselijke kracht vermindert tot de voltooiing die volgt in het verblijf van God, die in alle leden van Christus aanwezig is en waar alle tirannie, alle autoriteit, alle macht dood is en waar God alles in allen is (Kol.3,11).       Johannes de Evangelist zegt: “Het ware licht, dat elke mens verlicht en dat in de wereld moest komen, was er” (1,9). Johannes de Doper zegt: “Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen”. (Joh.1,16) Als het licht, dat in zichzelf altijd volkomen is, groeit in degene die erdoor verlicht is, vermindert deze mens in zichzelf door vernietiging van dat wat in hem zonder God was. Want de mens zonder God kan niets zonder te zondigen, en zijn menselijke kracht vermindert als de goddelijke genade welke de vernietiger is van de zonde, overwint. De zwakte van het schepsel eindigt in de kracht van de Schepper en de ijdelheden van onze egoïstische genegenheden smelten door de universele liefde. Terwijl Johannes de Doper ons, uit de diepte van onze ontreddering, de barmhartigheid van Jezus Christus toeroept: “Hij moet groter worden en ik kleiner”.

bron : www.dagelijksevangelie.org

De commentaren zijn gesloten.