10-09-15

Spiritualiteit en geestelijk vaderschap : Metropoliet Anthony

Spiritualiteit en geestelijk vaderschap

Metropoliet Anthony

 

Eerst zou ik de betekenis van het woord spiritualiteit willen bepalen, want gewoonlijk, als we spreken over spiritualiteit hebben we het over bepaalde religieuze uitingsvormen van ons geestelijk leven, zoals het gebed of ascese. Dat wordt duidelijk uit boeken, zoals die van de heilige Theofanes Zatvornik (de Kluizenaar). Echter, als we het hebben over spiritualiteit, dan moeten we niet vergeten dat dit daarin bestaat, dat de Heilige Geest werking heeft in ons en dat deze mystieke werking van de Heilige Geest zich openbaart. Zo worden wij direct in een zeer duidelijke positie ten opzichte van de spiritualiteit gezet, want hier gaat het er niet om, een mens volgens bepaalde principes op te voeden en hem te leren zich volgens bepaalde modellen te ontwikkelen in het gebed of in ascese. Dat houdt het geestelijk vaderschap niet in, maar het bestaat daarin, dat een geestelijk vader, op welk niveau van spiritualiteit hij zich zelf ook bevindt, waakzaam zou moeten volgen wat door de Heilige Geest aan en in de mens voltrokken wordt, deze werking zou moeten ondersteunen, deze mens zou moeten beschermen tegen verleidingen of ondergang, tegen twijfel en ongeloof. Het geestelijk vaderschap kan dus aan de ene kant vaak minder actief en aan de andere kant juist veel meer van belang zijn dan wij denken.

Het geestelijk vaderschap is geen eenduidig begrip. Men kan drie typen onderscheiden.

Op het meest basale niveau is dat de priester, die de genade van het priesterschap is gegeven; de genade die niet alleen het recht, maar ook de heiligende kracht omvat om de Mysteriën te voltrekken. Het Mysterie van de Communie, de Doop, de Myronzalving en ook het Mysterie van de Biecht, de verzoening van de mens met God. Het grote gevaar, dat dreigt voor een jonge, onervaren priester, vol van enthousiasme en hoop, is de kans dat een vaak jonge man, net klaar met zijn theologische opleiding, denkt dat door de priesterwijding hem én wijsheid én ervaring én het vermogen tot het maken van onderscheid tussen goede en kwade geesten is gegeven en dat hij daarmee tot een jonge starets is geworden (zoals dat in de ascetische literatuur wordt genoemd). Dat wil zeggen een jonge man, die nog niet die spirituele rijpheid en kennis heeft die door persoonlijke ervaring wordt verkregen, maar die denkt dat hem al zoveel is geleerd dat hij een berouwvolle zondaar bij de hand kan nemen om hem van de aarde naar de hemel te leiden. Het gebeurt maar al te vaak dat een jonge priester, niet omdat hij ervaren is, niet omdat God hem dat geboden heeft, maar louter en alleen omdat hij de genade van het priesterschap heeft ontvangen, met bevelen leiding gaat geven aan zijn geestelijke kinderen. "Doe dit niet... lees dat niet...maak grote buigingen... ga naar de kerk." Als resultaat hiervan zijn de slachtoffers een soort karikaturen van het geestelijk leven: ze doen alles wat de asceten ook deden, maar die deden dit uit spirituele ervaring en niet omdat ze gedresseerde hondjes waren.

Zo'n geestelijk vader is een ramp, omdat hij binnendringt in een gebied waarin hij geen ervaring heeft en ook het recht niet heeft om binnen te dringen. Ik blijf daar op hameren omdat het een wezenlijke kwestie is voor de geestelijkheid. Alleen door de genade Gods kan men een starets zijn. Het is een charismatisch verschijnsel, een gave, en men kan niet leren om een starets te zijn, net zoals men niet zijn eigen weg van genialiteit kan bepalen. We kunnen er allemaal over dromen, maar als we ons met een bepaald onderwerp bezighouden, begrijpen we uitstekend dat Beethoven, Mozart, Leonardo da Vinci of Roebljov over een genialiteit aangaande dit onderwerp beschikten, die op geen enkele school te leren valt.

De priester speelt bij ons een centrale rol en het gebeurt vaak dat jonge priesters, jong van jaren of wat betreft hun spirituele (on)rijpheid, leiding geven aan hun geestelijke kinderen in plaats van hen te laten opgroeien. Dat wil zeggen met hen omgaan, voor hen zorgen zoals een tuinman dat doet met zijn bloemen en planten. Je moet de soort grond kennen, de plantensoort, de omstandigheden (klimaat, etcetera) waaronder ze zijn geplant en alleen dan kun je de plant helpen te groeien, zoals dat die plant eigen is, op zijn eigen manier. Je kunt een mens niet breken om hem gelijk aan jezelf te maken. Een westers spiritueel schrijver heeft eens gezegd: "Een geestelijk kind kan alleen maar naar zichzelf worden geleid en de weg binnen in zijn leven kan heel lang zijn." Als u de heiligenlevens leest, zult u zien hoe de grote startsen daartoe in staat waren. Hoe zij zichzelf konden zijn, maar bij een ander mens diens exclusieve, unieke eigenschap konden ontdekken en deze mens de mogelijkheid konden geven om zichzelf te zijn en niet een replica van zichzelf of nog erger, een sjabloonmatige herhaling.

Neem nu uit de geschiedenis van de Russische kerk de ontmoeting van Antoni Pecerski met Feodosi. Feodosi was opgevoed door Antoni maar toch lijken hun heiligenlevens helemaal niet op elkaar, in die zin, dat Antoni Pecerski als kluizenaar leefde en Feodosi de grondlegger was van een klooster. Hoe kon Antoni hem voorbereiden om iets te doen wat hij zelf niet zou kunnen doen, een mens te zijn zoals hij dat zelf niet wilde zijn, waar God hem zelf niet toe geroepen had. Hier moeten we scherp onderscheid maken tussen de wens om een mens te laten gelijken op jezelf en de wens om hem te doen gelijken op Christus. Het startsendom is een gave van de genade, het is spirituele genialiteit en daarom mag niemand van ons denken dat hij zich kan gedragen als een starets.

Er is nog een soort tussengebied, het zogenaamd vaderschap. Vaak denken jonge en ook niet meer zo jonge priesters dat zij, vanwege het feit dat men hen 'vader die en die' noemt, niet gewoon biechtpriesters zijn, maar dat zij werkelijk vader zijn in de zin zoals de apostel Paulus daarover schreef in zijn brief aan de Korinthiërs: "Want al had gij duizenden opvoeders in Christus, gij hebt niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het evangelie verwekt" (1 Cor. 4:15). En zoals Serafim van Sarov heeft gezegd: het vaderschap bestaat eruit dat een bepaald persoon - en dat hoeft helemaal geen priester te zijn - geboren is voor het geestelijk leven van een ander mens, die, als hij naar deze eerste persoon kijkt 'in zijn ogen en op zijn gezicht het licht van het eeuwige leven ziet stralen', en dat hij zich daarom tot hem kan wenden en hem kan vragen om zijn geestelijk leraar en leider te zijn.

Het tweede waarin zich een vader onderscheidt, is het feit dat een vader als het ware in het geestelijk leven van één bloed en één geest met zijn leerling en dat hij in staat is hem te leiden omdat er tussen hen een waarachtige harmonie bestaat, naar geest en gevoel. Ooit was de Egyptische woestijn overbevolkt met asceten en leraren, maar toch kozen de mensen een leraar niet om zijn grote roem, ze gingen niet naar een bepaalde leraar, omdat daar zoveel goeds over werd gezegd, maar ze zochten een leraar die ze konden begrijpen en die hen ook zou begrijpen. Dit is een belangrijk punt omdat gehoorzaamheid betekent dat je blindelings doet wat iemand je zegt die materiële, fysieke of geestelijke macht over je heeft.

Gehoorzaamheid betekent dat de ondergeschikte, die zich een leraar heeft gekozen, waar hij onvoorwaardelijk in gelooft en in wie hij ziet wat hij zoekt, niet alleen scherp luistert naar ieder woord, maar ook naar de toon van diens stem. Hij tracht door alles, waaruit de persoonlijkheid en de geestelijke ervaring van deze starets naarvoren komt boven zichzelf uit te groeien, deelachtig te worden aan deze spirituele ervaring en een mens te worden, die een zodanige groei heeft doorgemaakt, die hij op eigen kracht nooit hadden kunnen bereiken. Gehoorzaamheid is voor alles de gave om niet alleen met het verstand te luisteren, niet alleen met het oor, maar met het hele wezen; het is het talent om een open hart te hebben voor de eerbiedwekkende beschouwingen van het spirituele geheim van een ander mens.

En van de zijde van de geestelijk vader, die u misschien geestelijk geboren heeft laten worden, daarna heeft aangenomen, maar geen vader voor u kan zijn, moet er sprake zijn van een diep ontzag voor datgene wat de Heilige Geest in u heeft verricht. De geestelijk vader moet in staat zijn (en dit lukt soms alleen met veel inspanning, nadenken en eerbied tot alles wat tot hem komt) om in de mens de niet-vervreemdbare schoonheid van de beeltenis van God te zien. Zelfs als de mens al beschadigd is door de zonde moet hij in hem de ikoon zien, die geleden heeft door de omstandigheden van het leven, door de menselijke onvoorzichtigheid of door afgoderij. De ikoon in hem zien en datgene vereren, wat er over is gebleven van die ikoon en alleen omwille daarvan, omwille van die goddelijke schoonheid, er aan werken om alles wat deze beeltenis van God misvormt te verwijderen.

Toen vader Eucarpius Kovalevskij nog leek was, heeft hij mij eens gezegd dat als God naar de mens kijkt, Hij niet de deugden ziet die die mens misschien niet heeft, niet de successen die hij niet heeft, maar dat Hij de onwankelbare schoonheid van Zijn eigen beeltenis ziet. Als een geestelijk vader niet in staat is in de mens die oeroude schoonheid te zien, die reeds beginnende vervolmaking van zijn roeping om gelijk te worden aan de beeltenis van Christus de Godmens, dan kan hij hem niet leiden, omdat de mens niet gebouwd wordt, niet gemaakt wordt, maar geholpen wordt te volgroeien in de mate waartoe hij geroepen is.

Ook hier moet het woord gehoorzaamheid worden verduidelijkt. Gewoonlijk spreken we over gehoorzaamheid als over onderschikking, onder de macht van iemand zijn, heel vaak ook als onderwerping aan een biechtvader, of aan iemand, die we ten onrechte en geheel te nadele niet alleen van onszelf, maar ook van de priester, geestelijk vader of starets noemden. Gehoorzaamheid betekent dat waarover ik heb gesproken, namelijk luisteren met heel je ziel. Maar dat schept voor zowel de geestelijk vader als voor de 'gehoorzame' verplichtingen. De geestelijk vader moet met geheel zijn ervaring, met geheel zijn wezen, met zijn gebed, met alle genade van de Heilige Geest die in hem is, luisteren naar wat de Heilige Geest in deze mens, die zich aan hem heeft toevertrouwd, verricht. Hij moet eerbied hebben voor wat God verricht, en niet proberen hem of naar zijn eigen beeld op te voeden, of naar een beeld zoals hij denkt dat een mens zich moet ontwikkelen.

Van de andere kant vereist dit nederigheid van beide kanten. De nederigheid van de kant van de 'gehoorzame' of het geestelijke kind lijkt vanzelfsprekend, maar hoeveel nederigheid wordt er wel niet gevergd van de priester, van de geestelijk vader om nooit het heilige gebied te betreden, om dezelfde houding aan te nemen tegenover de ziel, als die God aan Mozes beval tegenover de grond rond het Brandende Braambos. En ieder mens is potentieel of reëel als dit braambos. En alles wat hem omringt is heilige grond, die de priester alleen mag betreden als hij zijn schoenen heeft uitgetrokken. Hij kan nooit anders dan als een tollenaar binnentreden, die aan de bovendorpel van de kerk staat, de kerk in kijkt en weet dat dit het gebied van de levende God is, dat het een heilige plaats is, dat hij slechts recht heeft om binnen te komen met Goddelijke toestemming, alleen als God hem opdraagt iets te verrichten of een woord te zeggen.

Een van de taken van een geestelijk vader is het opvoeden van een mens in spirituele vrijheid, in de koninklijke vrijheid van Gods kinderen, en hem niet zijn hele leven in een staat van infantiliteit te houden, waarbij hij voor iedere kleinigheid naar zijn geestelijk vader rent. Het is aan de geestelijk vader om hem in die mate te laten groeien dat hij in staat is te horen wat de Heilige Geest met onuitgesproken woorden in zijn hart zegt.

Om te begrijpen wat nederigheid is geef ik twee definities. In het Russisch betekent het 'in een staat van verzoening zijn'. Als een mens zich verzoend heeft met de wil van God, dat wil zeggen als hij zich daar volledig, zonder beperkingen, met vreugde aan heeft overgegeven en zegt: "Heer, doe met mij wat U wilt." Als resultaat heeft hij zich dan ook verzoend met alle omstandigheden van het leven, alles is een gave van God: het goede en het slechte. God heeft ons geroepen zijn gehoorzamen op aarde te zijn, Hij stuurt ons naar de duisternis om het licht te zijn, naar de hopeloosheid om de hoop te zijn, daarheen waar de vreugde is gestorven om de vreugde te zijn. Onze plaats is niet daar waar het rustig is, in de kerk tijdens de liturgie, waar we beschermd zijn door wederzijdse aanwezigheid, maar daar, waar we in eenzaamheid staan, als de aanwezigheid van Christus in de duisternis van de mismaakte wereld.

Aan de andere kant, als we de wortels van het Latijnse woord 'humilitas' analyseren, dat 'nederigheid' betekent, zien we dat dit woord voortkomt uit het woord 'humus', dat een aanduiding is van de vruchtbare aarde. Daar schrijft ook heilige Theofanes de Kluizenaar over. Wat is de aarde eigenlijk? Ze ligt zwijgend, open, weerloos, kwetsbaar voor het aangezicht van de hemel. Zij ontvangt van de hemel hitte, zonnestralen, regen en dauw. Zij ontvangt ook wat wij noemen grondverbeteraar, dat wil zeggen mest. Ze neemt alles op wat wij op haar neerwerpen. En zie wat er gebeurt - ze geeft vrucht. Hoe meer zij, wat wij geestelijk belediging, vernedering noemen, ondergaat, hoe meer vrucht zij zal geven. De nederigheid bestaat dus daarin, dat men zich voor God zo volkomen opent, dat men zich op geen enkele manier meer verdedigt tegen Hem, tegen de werking van de Heilige Geest of tegen het positieve beeld van Christus of tegen Zijn leer. We moeten net zo kwetsbaar zijn voor de genade, als wij in onze zonde kwetsbaar zijn voor mensenhanden, voor een scherp woord, een wrede handeling of spot. We moeten ons zo overgeven dat God alles heeft van ons wat Hij maar wil. Alles ontvangen, je openen om de Heilige Geest de mogelijkheid te geven ons te veroveren.

Ik denk dat als ook de geestelijk vader de nederigheid leert, en in die zin dus kennis vergaart over de eeuwige schoonheid in de mens en als hij zijn plaats weet, die niet anders is dan de plaats van de vriend van de bruidegom, die de ontmoeting tussen bruidegom en bruid moet verzorgen (en dat is een zeer heilige en wonderbaarlijke taak!), alleen dan kan een geestelijk vader werkelijk een reisgezel zijn van zijn geestelijk kind, stap voor stap met hem meegaan, hem behoeden, hem ondersteunen, waarbij hij nooit het gebied van de Heilige Geest betreedt. Alleen dan wordt het geestelijk vaderschap een deel van die spiritualiteit en van die groei in heiligheid, waartoe een ieder van ons is geroepen en die elke geestelijk vader zijn geestelijke kinderen moet helpen te bereiken.

 

Vertaling uit het Russisch: Annet Crouwel

08:57 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.